Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Reininksweg 7 te Oldenzaal, gemeente Oldenzaal (OV) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Reininksweg 7 te Oldenzaal, gemeente Oldenzaal (OV)
收藏DANS Data Station Archaeology2020-12-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X3Q-UZ4R
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in juni 2021 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Reininksweg 7 te Oldenzaal. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de aanleg van beplanting en een boomhaag Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.<br>Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Het plangebied ligt in een zone met gordeldekzandwelvingen, in het westen overgaand in een gordeldekzandrug. Bodemkundig ligt het plangebied grotendeels in een zone met een plaggendek van tenminste 50 cm dik. Onder het plaggendek is waarschijnlijk sprake van een veldpodzolgrond, mogelijk een haarpodzolgrond. De ontginning van het bouwland is vermoedelijk in de Late Middeleeuwen te dateren. Het meest oostelijke deel van de bouwlanden in het plangebied zijn waarschijnlijk later (Nieuwe Tijd). Delen van de es werden in historische tijden opgegeven en later omgevormd tot grasland, wat erop wijst dat er sprake was van relatief hoge grondwaterstanden.<br>In de omgeving zijn (slecht gedocumenteerde) resten van een mogelijke nederzetting of urnenveld uit de Bronstijd/IJzertijd bekend. Rond 1832 lag het grootste deel op een es. Het meest oostelijke deel lag in een heidegebied. Ten noorden en zuiden lagen historische erven, die waarschijnlijk in de loop van de Nieuwe Tijd zijn aangelegd. In navolgende jaren is een deel van het bouwland in het plangebied opgegeven; rond 1976 heeft waarschijnlijk ontgraving van de top plaatsgevonden, waardoor het maaiveld in en noordelijk van het plangebied lager is komen te liggen.<br>Op grond van de aanwezige dekzandopduiking met plaggendek kunnen resten uit de periode Midden-Neolithicum – Nieuwe Tijd worden verwacht. Met name in het westelijk deel is sprake van een hoge verwachting voor resten uit de periode Midden-Neolithicum – Late Middeleeuwen. De ontginning is hier het oudst (vermoedelijk Late Middeleeuwen) waarschijnlijk was dit binnen het plangebied het hoogstgelegen en daarmee het best ontwaterde deel. In het centrale deel is sprake van een middelmatige verwachting op resten uit de periode Midden-Neolithicum – Late Middeleeuwen. De dekzandopduiking is hier wat lager en dit terrein is vermoedelijk wat later (Nieuwe Tijd) ontgonnen tot bouwland. Op basis van de nabijliggende erven geldt hier echter een hoge verwachting op resten uit de Nieuwe Tijd. Het meest oostelijke deel heeft op grond van de lage ligging een lage verwachting voor alle perioden.<br>Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.<br>Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat in het meest westelijke deel een plaggendek van tenminste 70 cm dik aanwezig is. Daaronder is sprake van een ontginningslaag; in één boring is daarnaast een oude akkerlaag gezien. In een landschappelijk wat lager gelegen deel is een intacte B- en BC-horizont aangetroffen. In de wat hogere natuurlijke ondergrond zijn geen sporen van bodemvorming gezien. Elders in het plangebied is sprake van een AC-profiel. Indien in het westelijke deel bodemverstoring dieper dan 70 cm -mv is voorzien, adviseren we vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven. Indien hier echter de bodemverstoring beperkt kan blijven tot 70 cm -mv - bijvoorbeeld bij de aanplant van niet-diep wortelende bodem of struiken - is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Voor het resterende plangebied adviseren we geen vervolgonderzoek.<br>De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Oldenzaal. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, de heer A. Vissinga. Dit rapport is niet beoordeeld.<br>Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).</p>
提供机构:
Laagland Archeologie VOF
创建时间:
2021-01-01



