Archeologisch bureauonderzoek Vloedbeltverbinding in de gemeenten Borne en Almelo
收藏Mendeley Data2024-04-11 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zxt-9sda
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van de provincie Overijssel heeft Sweco Nederland B.V. een archeologischbureauonderzoek uitgevoerd naar de locatie Zenderen en Borne in de gemeentes Borne enAlmelo. De aanleiding voor dit onderzoek is de aanleg van een verbindingsweg tussen deN743 en N744 ten noorden van Zenderen en een verbinding naar de westelijke randweglangs Borne (Amerikalaan, Kluft). Voor het realiseren van deze zogenoemdeVloedbeltverbinding zal de bodem worden verstoord tot een gemiddelde diepte van 1 meter.Vanwege de aanleg van een tunnel ter hoogte van de spoorlijn zal de verstoring hier hethoogst zijn, tot op een diepte van 5 meter onder het maaiveld. Ter hoogte van de rotondevan de Hosbekkeweg (Kluft) zal het fietspad onder de rotonde doorgaan en voor eenverstoring zorgen, tot op een maximale diepte van 3,1 m onder het maaiveld.Het plangebied ligt in twee gemeentes, de gemeentes Borne en Almelo. De gemeenteBorne heeft in het vigerende bestemmingsplan het archeologisch beleid vastgesteld voorhet buitengebied en stedelijk gebied. Hieruit blijkt dat op verschillende delen van hetplangebied een dubbelbestemming waarde archeologie ligt. Voor het stedelijk gebied Borneheeft een deel van het tracé een dubbelbestemming waarde – archeologie middel. Voor hetbuitengebied van Borne gaan delen van het tracé door gebieden met dubbelbestemmingwaarde – archeologische verwachting 1 en 2. Voor het buitengebied Almelo gaat eengedeelte van het tracé door een gebied met een dubbelbestemming waarde –archeologische verwachting hoog.De vrijstellingsgrenzen beschreven in de bestemmingsplannen worden door devoorgenomen ontwikkeling in het plangebied overschreden. Conform de planregels isarcheologisch onderzoek noodzakelijk.Op basis van de resultaten van dit bureauonderzoek geldt voor verschillende delen van hetplangebied een lage, middelhoge en hoge verwachting op archeologische resten uit alleperioden (zie bijlage 6). Het plangebied bevindt zich in Overijssels-Gelders zandgebied. Hetovergrote deel van het landschap is een door beken doorsneden stuwwal- endekzandgebied. Dit hoger gelegen gebied dat in de nabijheid van riviervlakte en beekdalenligt is een aantrekkelijke plek geweest voor bewoning vanaf het Laat Paleolithicum. Degespecificeerde verwachting komt overeen met die van de archeologischeverwachtingskaarten van de gemeente Almelo en Borne (Afbeelding 1 en 2). De gebiedenmet een middelhoge verwachting (oranje van kleur bijlage 6) zijn voornamelijkdekzandwelvingen en -vlakten. Volgens de archeologische verwachtingskaart- enadvieskaart van de gemeente Borne is er een verhoogde kans op archeologische resten uitde Steentijd op de hoogste delen van dekzandwelvingen en op resten uit de LatePrehistorie, de Romeinse tijd en Late Middeleeuwen langs de randen van dekzandhoogtenen -ruggen (met een plaggendek). De archeologische verwachtingskaart van de gemeenteAlmelo geeft aan dat het plangebied door een locatie gaat dat staat aangegeven als eenhistorische watermolen (zie bijlage 6). In de delen van het gebied die staan aangegeven alsbeekdalbodem en beekdaloverstromstromingsvlaktes en die niet zijn afgedekt geldt er eenlage archeologische verwachting voor alle periodes. De Kadastrale Minuut laat zien dat ermogelijk bewoningsresten uit de Nieuwe tijd aangetroffen kunnen worden.Vindplaatsen uit het laat Paleolithicum en Mesolithicum bestaan uit vuursteenstrooiingen enhaardplaatsen. Vindplaatsen vanaf het Neolithicum bestaan uit Nederzettingen(huisplaatsen) van 200-2.000 m2. Hier kan aardewerk, dierlijk bot, bewerkt natuursteen ensporen zoals (verkavelings- en erf)greppels, paalgaten, waterputten en afvalkuilen wordenaangetroffen; voor de metaaltijden aangevuld met metaal, glas en porselein.Alle archeologische waarden worden dicht onder het maaiveld verwacht met uitzonderingvan het stuifzandgebied in de Vloedbelt en de gebieden die afgedekt zijn met eenplaggendek dikker dan 0,5 m.Daarom adviseert Sweco Nederland in het plangebied een inventariserend veldonderzoekuit te voeren in de vorm van een verkennend booronderzoek. Doel van het verkennendbooronderzoek is het bepalen van de mate van intactheid van de bodem en de potentie vaneventueel aanwezige vindplaatsen.Geadviseerd wordt om de boringen tot 30 centimeter in de C-horizont van te zetten. Dehoeveelheid boringen is gebaseerd op 5 boringen per hectare (50 m x 40 m grid) en bijlijnelementen om de 50 m.
创建时间:
2024-04-07



