Opgraving , Sandelingen Ambacht, locatie 14, te Hendrik-Ido-Ambacht
收藏DataCite Commons2025-06-13 更新2025-06-14 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-x5g-aa44
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Het archeologisch onderzoek heeft resten aangetoond van een agrarisch complex uit de midden-romeinse tijd. Sporen van een rechthoekig houten gebouw werden aangetroffen, waarvan afmetingen en functie niet vastgesteld konden worden, omdat slechts een hoek(je) van het gebouw in de werkput lag. Mogelijk waren er meer gebouwen in dit complex en er is een houten duiker aangetroffen. De omvang van het gehele complex is niet te herleiden uit deze opgraving. Het is wel zeker, dat het grootste deel van het complex zich buiten de opgraving bevindt. Er zijn aanwijzingen, dat in het complex steenbouw toegepast kan zijn. Na de bewoning heeft blijkens het profiel erosie laatsgevonden, waardoor het oorspronkelijke oppervlak in zijn geheel verdwenen is. De conservering van de archeologische resten is matig tot redelijk; maar de organische materialen zijn sterk aangetast. Verder zal een deel van de sporen verstoord zijn door de aanleg van diepe recente perceelsloten. Alle sporen en vondsten dateren in de midden-romeinse tijd. Of alle sporen ook tot een bewoningsfase behoren was niet uit het onderzoek op te maken, omdat erosie de oorspronkelijke stratigrafie deels verstoord heeft. Een C14 datering heeft daar evenmin duidelijkheid in verschaft. De indruk bestaat, dat het houten gebouw iets ouder zou kunnen zijn dan de duikerconstructie. De afdekkende kleilaag is onderin eveneens nog in de midden-romeinse tijd te dateren. Buiten de werkput zijn mogelijk nog sporen aanwezig uit eerdere enlatere fasen van hetzelfde complex. Het onderzoek van organische materialen heeft aangetoond, dat de omgeving bij aanvang van de constructie zeer nat was en waarschijnlijk begroeid met een elzenbroekbos. Essen groeiden er moeilijk. De elzen, eiken, essen en de wilg, die gebruikt zijn voor het gebouw en voor de duikerconstructie, konden gekapt worden in het locale bos. De duikerconstructie (van elzenstammen) is een bewijs voor het bestaan van kunstmatige drainage en daarmee voor een intensief landgebruik in de midden-romeinse tijd. Gedurende de loop van de occupatie verwijderde de rivier zich van de locatie, maar niet heel ver. Daarna trad er een fase van erosie op, gevolgd door nieuwe fase van sedimentatie, die voortduurde tot in de late middeleeuwen. Zeker wat betreft de sporen en structuren is er slechts één zeer nauwe parallel bekend, namelijk de ‘villa’ van Poortugaal, die opgegraven is door het BOOR in een niet exact opgegeven jaar, maar zeker voor 1970. Deze opgraving is helaas niet gepubliceerd. De afstand tussen beide complexen bedraagt 20 kilometer.De bewoners van het complex waren blijkens de aangetroffen resten min of meer geromaniseerd. Er is een sterke provinciaal-romeinse component en inheems materiaal is zo goed als afwezig. De importvondsten wijzen op een zekere mate van welstand. Diverse resten en vondsten wijzen in de richting van een ‘proto-villa’, zoals een aantal exemplaren bekend zijn geworden vooral uit het centrale en het westelijke deel van het midden-nederlandse rivierengebied. Er is gesuggereerd, dat er een verband is tussen dit soort nederzettingen en de meer welgestelde (inheemse?) veteranen van het leger, omdat daar vooral in de vroege fasen veel militaria voorkomen. In Sandelingen zijn echter tot nu toe geen militaria gevonden. De locale economie was waarschijnlijk gericht op productie van een agrarisch surplus voor de uitwisseling. Uit de studie van het dierlijk bot blijkt, dat de runderteelt hier zeer belangrijk was. Vooral oudere dieren werden ter plaatse geslacht, gevild en opgedeeld. De huiden werden afgevoerd. Dit kan als tribuut of als vrijwillige verkoop gebeurd zijn. Mogelijk werd ook het vlees van deze dieren bewerkt (met zout?) en geëxporteerd. De leeftijdsverdeling van de runderbotten kan opgevat worden als een aanwijzing, dat de jongere dieren (jonger dan 2 jaar) de nederzetting levend verlieten. Dat de afnemers van de producten vooral gezocht moeten worden onder de provinciaal-romeinse troepen of stedelingen, is archeologisch niet aantoonbaar, maar het ligt wel voor de hand. De exportgoederen werden geruild tegen importartikelen. Materialen als steen, baksteen, aardewerk, glas en (casu quo) hun inhoud zijn geïmporteerd, mogelijk via een marktstad als Nijmegen. Dit wordt deels bevestigd door het aantreffen van twee stempels uit de Holdeurn op het baksteen. Opvallend is ook een fragment van een wijnvat, dat op grond van de houtsoort geïmporteerd moet zijn of uit Midden Europa of uit de Pyreneeën. Uiteraard ging het ook in dit geval primair om de inhoud van het vat, om de wijn dus. Het hout werd laterhergebruikt. Ook zout werd aangevoerd; dit zal waarschijnlijk dichtbij, aan de westkust geproduceerd zijn. Fragmenten van het karakteristieke aardewerk, dat als verpakking van het zeezout diende, zijn in de opgraving aangetroffen. De omgeving van de vindplaats dient, bij voorkeur door middel van een effectief beheer, beschermd te worden tegen verdere verstoringen, die dieper in de bodem ingrijpen dan hoogstens een meter. Bovendien is vooral een relatief hoge grondwaterstand gewenst om verder verval van de (organische) archeologische resten tegen te gaan.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2015-06-13



