five

Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de aanleg van een onderdoorgang bij Station Schiedam Centrum te Schiedam, gemeente Schiedam

收藏
DANS Data Station Archaeology2022-12-09 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/63MQ8K
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied bij Station Schiedam Centrum te Schiedam, gemeente Schiedam (afbeelding 1, kaart 1 achterin het rapport). Het plangebied ligt tussen de Parallelweg aan de noordzijde en de Horvathweg aan de zuidzijde. Op deze locatie zal de aanleg plaatsvinden van een onderdoorgang onder het bestaande spoor van de metro en de trein, met de afmetingen ca. 73 x 14,5 meter = ca. 1.058,5 m2. De basis van de fundering komt op rond 7,5 m beneden het niveau van de perrons te liggen. De perrons liggen op ca. 5,5 m +NAP. De basis van de fundering komt op ca. 2 m -NAP te liggen. Met een maaiveld ter hoogte van de Parallelweg op ca. 0,5 m +NAP betekent dit dat tot ca. 2,5 m beneden het omringende maaiveld wordt gegraven (d.w.z. het maaiveld naast het verhoogde talud van de spoorlijn). Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient in kaart gebracht te worden of zich binnen het plangebied behoudenswaardige archeologische waarden (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen gevaar lopen. Gezien de aard van de ingrepen (afgraving + heipalen) zullen de geplande ingrepen naar verwachting tot in het relevante archeologisch niveau reiken. Binnen het plangebied is mogelijk sprake van archeologische waarden uit de periode IJzertijd tot en met de Middeleeuwen/Nieuwe tijd. De voorgenomen ontgraving bedraagt op het diepste punt ca. 2 m beneden het omringende maaiveld. Waarschijnlijk zal deze ontgraving plaatsvinden in een moderne ophogingslaag die waarschijnlijk tot ca. 3 m diep reikt of verder. De verstoring heeft verder de vorm van heipalen. Deze gaan dieper dan het ophogingspakket, en kunnen in principe archeologische waarden bedreigen. Het is echter de vraag wat de inhoudelijke kwaliteit/conservering is van een eventuele vindplaats onder de ophogingslaag. Onderzoek in de directe omgeving houdt weliswaar de mogelijkheid open dat er sprake is van een vindplaats, zoals de verder naar het westen bij de Schie gelegen vindplaats uit de Romeinse tijd. Voor het plangebied zijn er echter geen concrete aanwijzingen. Desgevraagd heeft het de adviseur van het bevoegd gezag, Archeologie Rotterdam (BOOR) aangegeven dat door de voorgenomen ontwikkeling de vrijstellingsgrens voor archeologisch onderzoek wordt overschreden, en de voorgenomen aanleg een bedreiging kan vormen voor eventuele archeologische waarden. Toch wordt geadviseerd aan de gemeente Schiedam om geen archeologisch onderzoek te eisen omdat men er van uit gaat dat eventuele resten ernstig verstoord zijn geraakt ten gevolge van zetting: “Onderzoek van de resten zou dure maar kwalitatief laagwaardige informatie opleveren”. Het BOOR benadrukt dat als de plannen wijzigen, deze opnieuw aan de bevoegde overheid dienen te worden beoordeeld op het aspect archeologie. Vestigia sluit zich op basis van de resultaten van het onderhavige bureauonderzoek bij deze conclusie aan en adviseert geen verder onderzoek. Het raakvlak van het project met de archeologie is de mogelijkheid dat tijdens de graafwerkzaamheden een toevalsvondst wordt gedaan, al wordt de kans hierop zeer klein geacht. Het verdient de voorkeur om een Werkprotocol Archeologische Toevalsvondsten op te stellen, zodat meteen duidelijk is wat de procedures zijn bij het melden van een dergelijke vondst aan het bevoegd gezag, om het risico op stagnatie zo klein mogelijk te maken. Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Schiedam (met als adviseur Archeologie Rotterdam/BOOR), om op basis van dit rapport en het daarin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van het voortzetten of beëindigen van het onderzoeksproces. Ook nadat het archeologisch onderzoek is afgerond, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Schiedam (met als adviseur Archeologie Rotterdam/BOOR), en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
提供机构:
Vestigia
创建时间:
2022-09-14
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务