Plangebied Maaiveldverlaging Markdal te Strijbeek, gemeente Alphen-Chaam.
收藏DataCite Commons2025-03-10 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/GRRQSR
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Inleiding In opdracht van Waterschap Brabantse Delta heeft RAAP te 07-06-2023 een verkennend booronderzoek uitgevoerd in het Markdal nabij de Strijbeekseweg 42 bij Strijbeek, gemeente AlphenChaam. Het onderzoek vond plaats in het kader van een maaiveldverlaging (tot maximaal 30 cm), die onderdeel is van de herinrichting van het Markdal (Zuid). RAAP heeft hiervoor een Programma van Eisen (PvE) opgesteld. Het PvE is gedeeltelijk gebaseerd op een bureauonderzoek uit 2021. In het PvE is bepaald dat voorafgaand aan de voorziene archeologische begeleiding er een verkennend booronderzoek uitgevoerd dient te worden om te bepalen of het potentiële archeologische niveau geraakt zal worden. Als dit niet zo is, is een dergelijke begeleiding niet nodig. Resultaten Er zijn 18 boringen gezet. Daaruit blijkt dat de bodem in het plangebied overwegend bestaat uit matig fijn (dek)zand, maar in enkele boringen is daaronder matig grof fluviatiel zand aangetroffen. De bovengrond (Ap-horizont) bestaat uit een 35 tot 50 cm dikke recente bouwvoor. Daaronder is in een aantal boringen een zwarte tot donkergrijze zeer siltige en humeuze (moerige) laag aangetroffen, met een dikte van 10-30 cm. Dit betreft waarschijnlijk een restant oude (en natte) begraven bouwvoor (Ab-horizont). Een dergelijke laag komt in een aantal boringen echter ook veel dieper onder het oppervlak voor, en daarbij lijkt het te gaan om een sterk moerige C-horizont. Het zou dus kunnen dat de zwarte laag onder de bouwvoor ook een dergelijke moerige C-horizont is, en dus geen Ab-horizont is. Behalve deze moerige lagen onder de bouwvoor, zijn er ook witte, bruine en grijze lagen aangetroffen. In de meeste gevallen bevinden zich hier lichtgrijze leemvlekken en donkerbruine humusvlekken in. Roest komt er maar sporadisch in voor, duidend op permanent natte toestanden. Al met al, duiden de boringen op een dynamisch nat beekdallandschap, met op korte afstand grote verschillen in bodemopbouw. De bovengrond is tot gemiddeld 40 cm onder het oppervlak omgezet (recent geploegd), wat betekent dat sporen daar niet meer bewaard zullen zijn. Daaronder kunnen sporen echter nog wel (gedeeltelijk) voorkomen, eventueel op verschillende niveaus. Advies De opdrachtgever geeft aan dat de maaiveldverlaging een maximale diepte van 30 cm zal hebben. Het archeologisch sporenniveau wordt dieper verwacht: vanaf ca. 40 cm (d.w.z. onder de recente bouwvoor). Daarom worden er nauwelijks tot geen negatieve effecten van de maaiveldverlaging verwacht. Derhalve wordt verder archeologisch onderzoek niet zinvol geacht en kan de begeleiding in het kader van de maaiveldverlaging komen te vervallen. Advies selectiebesluit In een beoordeling en advies van de Regio West-Brabant (Kimenai, 2023) wordt het volgende gesteld: Het advies aan de gemeente Alphen-Chaam is om in te stemmen met het advies van RAAP om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren in het kader van de voorgenomen ontwikkeling, mits de graafwerkzaamheden niet dieper gaan dan 30 cm beneden maaiveld. Het uitgevoerde booronderzoek heeft uitgewezen dat in het plangebied sprake is van natte omstandigheden, waarbij het potentiële archeologische niveau op circa 40-50 cm onder het maaiveld ligt. Normaal gesproken wordt rekening gehouden met een buffer van 30 cm tussen de maximale ontgravingsdiepte van de ontwikkeling en het archeologische niveau. Echter, hier is alleen sprake is van een middelhoge verwachting op resten gerelateerd aan natte contexten. Dergelijke resten betreffen vaak kleinschalige puntlocaties, die met proefsleuven niet goed zijn op te sporen. Daarbij opgeteld dat het archeologische niveau in principe niet geraakt wordt, wordt vervolgonderzoek niet zinvol geacht. Let wel: als men tijdens bouw- of andere werkzaamheden ondanks vooronderzoek toch op archeologische resten stuit, dan moet dit volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 zo spoedig mogelijk gemeld worden bij de Minister van OC&W (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In dit geval kan het ook bij de gemeente.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-02-28



