five

Gemeente Zevenaar Plangebied De Scholvert te Herwen

收藏
DataCite Commons2026-02-09 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/OEI491
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van K3Delta B.V. heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek) uitgevoerd in het plangebied te Herwen (gemeente Zevenaar). Aanleiding voor het onderzoek is het voornemen om samen met de familie Lamers het gebied rondom de boerderij de Scholvert in de Ossenwaard af te graven voor de klei- en zandwinning en vervolgens her in te richten voor natuur, waterberging en agrarisch gebruik. In het oostelijke deel van het plangebied heeft in het verleden al kleiwinning plaatsgevonden. Hier zal zandwinning gaan plaatsvinden tot circa 11 m -mv. In het westelijke deel van het plangebied zal zowel klei- als zandwinning gaan plaatsvinden. Realisatie van de plannen kan leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische waarden. Het plangebied ligt echter op een relatief recente stroomgordel die tussen 2500 en 2000 C14 BP (oftewel in de vroege ijzertijd-vroege Romeinse tijd) is ontstaan, maar waarvan de kronkelwaard in een groot deel van het plangebied pas in de nieuwe tijd (mogelijk late middeleeuwen) is ontstaan. Alleen het uiterste westelijke deel van het plangebied is vóór deze tijd ontstaan, waarbij echter niet duidelijk is hoe oud deze afzettingen zijn (vermoedelijk middeleeuwen, maar late ijzertijd kan niet uitgesloten worden). Als gevolg hiervan zijn afzettingen van vóór het begin van de jaartelling, maar in het centrale en oostelijke deel ook vóór de nieuwe tijd geërodeerd. Derhalve geldt voor het gehele plangebied voor het paleolithicum-ijzertijd geen verwachting. Het voorkomen van verspoeld vondstmateriaal is echter niet uit te sluiten, maar deze vondsten wijzen niet op een in situ vindplaats. In het gehele plangebied kunnen aan natte context gerelateerde archeologische resten uit de middeleeuwen en/of nieuwe tijd voorkomen. De kans om deze daadwerkelijk aan te treffen is echter laag. Specifiek geldt voor het westelijke deel van het plangebied een middelhoge verwachting voor resten van bewoning en grondgebruik vanaf de middeleeuwen (en mogelijke de late ijzertijd – Romeinse tijd). Voor het centrale deel van het plangebied geldt een lage verwachting voor de middeleeuwen. Er kunnen wel resten van grondgebruik en infrastructuur uit de nieuwe tijd voorkomen. Sporen van bewoning zijn naar verwachting beperkt tot de bekende erven, zoals op de rand van het noordelijke deel van het plangebied. Voor het oostelijke deel van het plangebied geldt een lage verwachting voor aan droge context gerelateerde resten uit de middeleeuwen en vroege nieuwe tijd. Sporen van bewoning worden in dit gebied, op basis van het bekende kaartmateriaal niet verwacht, maar er kunnen wel resten van grondgebruik en infrastructuur voorkomen. In het deel van het plangebied ten oosten van de Ossenwaard dat is ontgrond, waarbij de bodem is 1,0 – 2,8 m is afgegraven tot de huidige maaiveldhoogte van 10,8 à 11,4 m +NAP wordt de verwachting bijgesteld naar geen. De aan natte context gerelateerde resten kunnen echter dieper (in restgeulen) voorkomen. De kans om deze daadwerkelijk aan te treffen blijft echter laag. Het karterende booronderzoek heeft het beeld van het oostelijke deel van het plangebied, ten oosten van de Ossenwaard, bevestigd. In dit deel zijn de oorspronkelijke oeverafzettingen vrijwel helemaal verdwenen. De kans dat hier nog archeologische resten aanwezig zijn is nihil. Voor het westelijke deel van het plangebied ligt de verwachting mogelijk iets genuanceerder. De aangetroffen fasering in de oeverafzettingen, dat wil zeggen de aanwezigheid van reactiveringsafzettingen, maakt dat het niet geheel duidelijk is wanneer de onderliggende kleiige oeverafzettingen gevormd zijn. Uit dit niveau is geen vondstmateriaal aangetroffen om een eerste indruk van de ouderdom te verkrijgen. Op basis van de bestaande kaarten ligt een middeleeuwse (mogelijk late ijzertijd of Romeinse tijd) datering voor de hand. Het feit dat er geen sprake is van een vegetatieniveau of ontkalking maakt duidelijk dat dit niveau niet lang aan het oppervlak heeft gelegen. Het grote reliëf in dit niveau, de top bevindt zich tussen 9,6 – 13,1 m NAP (0,45 – 2,7 m -mv) duidt op een afgedekt en waarschijnlijk deels geërodeerde kronkelwaard. Op basis van de oriëntatie van de geulen wordt het beeld bevestigd van een zich in oostelijke richting uitbreidende kronkelwaard bevestigd. De aangetroffen kronkelwaardgeulen lijken daarmee samen te hangen met de middeleeuwse stroomgordel van de Oude Rijn. Het is door deze fasering echter niet geheel uit te sluiten dat in de oudere afzettingen middeleeuwse of oudere archeologische resten bewaard zijn gebleven. De grote hoeveelheid laatmiddeleeuws vondstmateriaal aangetroffen direct ten zuiden van het plangebied vormt hiervoor een aanwijzing. Al dient hierbij gezegd te worden dat de exacte locatie van deze vondsten niet bekend is. Deze kunnen ook afkomstig zijn van een gebied buiten de jonge stroomgordel van de Oude Rijn. De verwachting voor nieuwe tijdse resten wordt bevestigd door de indicatoren in boring 115, waar mogelijk een spoor is aangetroffen. In de overige boringen zijn geen aanwijzingen voor vindplaatsen aangetroffen. Aangezien de klei en zandwinning tot 11,0 m -mv gaan plaatsvinden worden alle archeologische niveaus geraakt. Ten aanzien van het vermoedelijke spoor ter hoogte van boring 115 wordt daarom geadviseerd om dit nader te onderzoeken met een proefsleuvenonderzoek. Hierbij dient in zowel oost-west als noord zuid richting gekeken te worden of er meer sporen behorende tot deze potentiële vindplaats aanwezig zijn. De lengte van de sleuven dient hierbij circa 50 m te zijn. Ten aanzien het mogelijke kansrijke niveau in de oudere oeverafzettingen wordt geadviseerd om tijdens of voorafgaande aan de ontgronding minimaal één locatie een oostwest georiënteerd profiel te documenteren. Het doel hiervan is beter inzicht te krijgen in de landschappelijke opbouw van het gebied en specifiek in de ouderdom en archeologische potentie van de oudere oeverafzettingen. Idealiter wordt dit profiel in een zo vroeg mogelijk stadium, liefst voor de ontgronding, gezet zodat indien de resultaten daartoe aanleiding geven en aanpak voor de rest van de ontgronding vastgesteld kan worden waarbij de archeologische resten geborgen kunnen worden zonder dat de ontgronding daar onevenredige vertraging van ondervind. Hierbij dient gedachte te worden aan een extensieve begeleiding of de mogelijkheid creëren dat (amateur) archeologen de uitkomkende grond van de kansrijke lagen kunnen bekijken op het voorkomen van archeologische materiaal.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-02-09
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务