Archeologisch bureauonderzoek en quickscan CE in het kader van aanpassingen aan de Uitlaat te Stompwijk, gemeente Leidschendam-Voorburg
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/PE8WX0
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Stompwijkseweg, gemeente Leidschendam-Voorburg. Het betreft een plangebied met een oppervlakte van ca. 5400 m2, gelegen rondom de Inlaat van Stompwijk. In het kader van het Watergebiedsplan worden alle polders in het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland (verder Rijnland) toekomstbestendig gemaakt. Hierbij wordt gekeken naar onder meer waterbergingstekorten, hydraulische knelpunten en de status van waterstaatkundige kunstwerken (bijvoorbeeld stuwen, gemalen etc.) in een polder. Uit een analyse is gebleken dat de inlaatconstructie ter hoogte van de Stompwijkseweg 30 in slechte staat verkeert, dat deze gedeeltelijk onder het perceel van de Stompwijkseweg 30 (in particulier bezit) door loopt en dat de uitstroomvoorziening lastig te bereiken is. Er is daarom door Hoogheemraadschap van Rijnland gekozen een nieuwe inlaatconstructie te bouwen op een toegankelijkere locatie. De nieuwe constructie wordt geplaatst aan de andere kant van de watergang in het deel van de Stompwijkseweg dat toegang geeft naar de boven Molens. De werkzaamheden die in dit projectplan zijn opgenomen bestaan uit het realiseren van een nieuwe inlaatconstructie op een andere locatie met de daarbij behorende voorzieningen. En het amoveren van de bestaande inlaatconstructie met de daarbij behorende voorzieningen die nu onder de Stompwijkseweg aanwezig zijn. De realisatie van de nieuwe inlaat en het amoveren van de bestaande inlaat hebben géén peilwijziging tot gevolg. Het werk bestaat uit: • verwijderen bestaande inlaatconstructie; • verwijderen 1 m leiding bestaande inlaat; • verwijderen bestaande uitlaatconstructie; • leiding bestaande inlaat dammeren; • verwijderen bestaande asfaltweg en afvoeren asfalt teerhoudend; • herstellen asfaltweg middels klinkerverharding. • Aanleg ET-kabel naar EP&A-kast. • realiseren van een nieuwe inlaatconstructie incl. toebehoren zoals instroomput appendages, een schakelkast en uitstroomput; hierbij zullen 7 heipalen tot 14 m-NAP worden geslagen. Voor belang van dit bureauonderzoek is de omvang en diepte van de gravende werkzaamheden. De belangrijkste graafactiviteit betreft het uitgraven van de nieuwe inlaatconstructie. Deze zal ongeveer over 20 m dwars door kade waarover de Stompwijkseweg (zuidwaarts richting de drie Molens) loopt worden aangelegd. De waterleiding wordt tot maximaal 3 m-mv (2,90 m-NAP) diep aangelegd. Ook wordt over 1 m de bodem van het boezemwater ten westen van deze weg verlaagd. De renovatie van de weg zal geen of geen grote verstoring van de ondergrond betekenen; dit geldt ook voor de aanleg ET-kabel naar EP&A-kast. Onder de weg ligt immers op 1,25 m diepte een waterleiding, de aanleg waarvan tot een aanzienlijke verstoring van de ondergrond heeft geleid (zie ook 4.3). De huidige in/uitstroom-waterleiding wordt grotendeels (op 1 m na) intact gelaten maar ingedamd en opgevuld. Bij het verwijderen van de bestaande in- en uitlaatconstructie zal er geen of geen grote verstoring van de ondergrond plaatsvinden. Er wordt ter plaats van de nieuwe in- en uitlaat een tijdelijke damwand geplaats tot 3 m buiten de oever. In conclusie: alleen de aanleg van de nieuwe inlaatconstructie kan resulteren in verstoring of het blootleggen van mogelijk intacte bodems. Doel van het archeologisch bureauonderzoek was vast te stellen of er in het plangebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden en, indien mogelijk, uitspraken te doen over de waarde hiervan in termen van fysieke en inhoudelijke kwaliteit zoals zeldzaamheid en gaafheid. Op basis van het bureauonderzoek kan worden geconcludeerd dat het plangebied een middelhoge archeologische verwachting heeft voor resten uit het Neolithicum (lage algemene verwachting, hoge verwachting indien er een inversierug aanwezig is), en een hoge archeologische verwachting vanaf de Middeleeuwen voor het centrale deel van het plangebied, geassocieerd met de ligging aan een Laat-Middeleeuwse veenrestdijk/bebouwingslint, en eventueel een 17e-eeuwse molen (waarvan de locatie niet zeker is). Ook loopt de historische Kerklaan door het plangebied. Tevens dient, door de nabijheid van waterwegen, rekening te worden gehouden met sporen en resten van historische waterstaatkundige werken in de ondergrond. Binnen het plangebied worden geen resten van bovengronds en ondergronds militair erfgoed verwacht. Op basis van het bureauonderzoek kan de gespecificeerde archeologische verwachting als volgt puntsgewijs worden samengevat: 1. Datering. Binnen het plangebied kunnen de volgende archeologische resten worden aangetroffen: - Voor het plangebied geldt een middelhoge archeologische verwachting op het aantreffen van resten van bewoning en menselijke activiteit uit het Neolithicum; - een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van resten van bewoning en menselijke activiteit vanaf de Late Middeleeuwen t/m de Nieuwe tijd. 2. Complextype. - Bewoning (Neolithicum en Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd); - Agrarisch cultuurlandschap (Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd); - Molen(funderingen) (Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd); - Waterstaatkundige werken (Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd). 3. Omvang. - Nederzetting: onbekend (nederzettingen kunnen een omvang hebben van honderden vierkante meters of groter); - Agrarisch cultuurlandschap: resten van verkavelingssloten/percelering kunnen binnen het hele plangebied worden aangetroffen. - Molen(funderingen) (molens kunnen een omvang hebben van honderden vierkante meters); - Waterstaatkundige werken: resten van beschoeiing en duikers kunnen met name langs de waterkant aangetroffen worden. 4. Diepteligging. Eventuele resten uit het Neolithicum kunnen binnen een meter beneden maaiveld worden aangetroffen. Resten uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd kunnen direct van het maaiveld aangetroffen worden (in de veenrestduik en eventueel toemaakdek). 5. Gaafheid, conservering. De conservering van organisch materiaal is vanwege de relatief hoge grondwaterstand (GLG tussen 50-80 cm -mv) waarschijnlijk goed, in ieder geval in diepe sporen. 6. Locatie. Binnen het hele plangebied bestaat een middelhoge kans op het aantreffen van getij-inversierug uit het Neolithicum. Met name aan de Noordzijde (veenrestdijk) en oostzijde van het plangebied (historische bebouwing) bestaat een hoge kans op het aantreffen van resten van bewoning uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd. Aan de westzijde van het plangebied bestaat de kans op het aantreffen van molenrestanten. 7. Uiterlijke kenmerken. - Resten van bewoning en menselijke activiteit uit het Neolithicum. Deze resten kunnen worden aangetroffen in de vorm van grondsporen van structuren zoals paalkuilen van boerderijen en bijgebouwen, sloten, greppels en (afval)kuilen, en vondsten van bijvoorbeeld aardewerk, bot en metaal. - Resten van bewoning en menselijke activiteit uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Deze resten kunnen worden aangetroffen in de vorm van grondsporen van structuren zoals huisplattegronden, afvalkuilen, greppels, kades en bruggenhoofden. Vondsten uit deze periode zullen vooral bestaan uit aardewerk, houtskool, hout, metaal, botmateriaal, en restanten van bouwmaterialen als baksteen. Specifiek worden resten verwachten van een molen en de Kerklaan binnen het plangebied verwacht. Deze kenmerken zich door de aanwezigheid van een puinhoudende laag, ophogingslagen óf door de aanwezigheid van (stenen) funderingsresten. 8. Mogelijke verstoringen. Binnen het plangebied kunnen mogelijke verstoringen voorkomen die te maken hebben met agrarische activiteiten zoals ploegen en turfwinning. Verder kan er sprake zijn van recente verstoringen in verband met de aanleg van kabels, infrastructuur en bebouwing in de 20e eeuw. 9. Bedreiging van eventueel aanwezige archeologische waarden Binnen het plangebied kan het realiseren van een nieuwe inlaatconstructie verstoring van mogelijk aanwezige archeologische waarden betekenen (incl. toebehoren zoals instroomput appendages, een schakelkast en uitstroomput); hierbij zal de ondergrond over 20 m tot 3 m-NAP worden vergraven en zullen 7 heipalen tot 14 m-NAP worden geslagen.
创建时间:
2024-01-31



