Meikoninginlaan, Delfgauw, gemeente Pijnacker-Nootdorp
收藏DANS Data Station Archaeology2024-06-07 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/BNKT9G
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft het voornemen om de bestemming van het plangebied te veranderen van Maatschappelijk naar Maatschappelijk, Groen, Verkeer – Verblijfsgebied, Wonen en Tuin. Hierbij wordt de optie open gehouden om in de toekomst woningbouw te laten plaatsvinden in het plangebied. Conform het huidige bestemmingsplan is hier sprake van een dubbelstemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Archeologie Delft heeft van de gemeente Pijnacker-Nootdorp, afdeling Ruimtelijke Ordening de opdracht gekregen om in het kader van een risicoanalyse een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uit te voeren op deze locatie. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een archeologische verwachting om inzicht te krijgen in de mogelijk aanwezige archeologische waarden in het plangebied. Het doel van het verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen is om inzicht te krijgen in de opbouw van het landschap, voor zover deze van invloed is op locatiekeuzes in het verleden. Behalve een geo-archeologisch booronderzoek behoort ook een eenvoudige terreininspectie tot de middelen. Het doel is om kansarme zones uit te sluiten en kansrijke zones te selecteren voor de eventuele volgende vormen van vervolgonderzoek.
Op basis van het bureauonderzoek geldt in het plangebied geen verwachting op archeologische resten uit het Neolithicum. De bodem, bestaande uit afzettingen van het Laagcomplex van Delfland (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer) was gedurende het Neolithicum te nat voor bewoning. Verder geldt in het plangebied een lage archeologische verwachting voor de periode Bronstijd tot en met de Midden-IJzertijd. Gedurende deze tijd was het in de omgeving van het plangebied te nat voor bewoning. Vanaf de Late IJzertijd kan er bewoning op de oever- en restgeulafzettingen van de Gantel Laag voorkomen. Op basis van de beschikbare geologische gegevens worden in het plangebied oeverafzettingen verwacht, al dan niet afgedekt met dekafzettingen, zoals blijkt uit onderzoek dat in de nabijheid van het plangebied is uitgevoerd. Om deze reden geldt voor deze afzettingen een middelhoge archeologische verwachting voor de Late IJzertijd en Romeinse tijd. Deze afzettingen worden verwacht vanaf 2,00-2,50 m -NAP (vanaf 110 tot 160 cm -mv) en kunnen in de top bestaan uit een lak- of cultuurlaag dan wel begraven A-horizont. De top van deze afzettingen kan verstoord zijn door de bouw en sloop van het vroegere en huidige schoolgebouw in het plangebied. Vanaf de Vroege Middeleeuwen vernatte de omgeving van het plangebied weer, waarna in het plangebied waarschijnlijk weer sprake is van veengroei. Met de ontginning van de omgeving in de Late Middeleeuwen werd het plangebied wederom mogelijk bewoonbaar. Op basis van archeologisch onderzoek ten westen van het plangebied (8) zijn vindplaatsen uit deze periode in de omgeving aanwezig. Om deze reden geldt voor deze periode ook een middelhoge archeologische verwachting. Voor de Nieuwe tijd geldt in het plangebied een lage archeologische verwachting, aangezien er op historische kaarten geen aanwijzingen aanwezig zijn voor bewoning in het plangebied gedurende deze tijd. Uit het booronderzoek is gebleken dat de top van de natuurlijke bodem in het noorden van het plangebied bestaat uit goed gerijpte oeverafzettingen van de Gantel Laag en in het zuiden uit dekafzettingen van de Gantel Laag. Op de top van deze afzettingen is mogelijk nog een archeologisch sporenvlak aanwezig. Door de goede rijping van deze afzettingen is het mogelijk dat in het noorden van het plangebied zowel een Romeinse als laatmiddeleeuwse vindplaats aanwezig kunnen zijn. De aanwezigheid hiervan kan niet worden vastgesteld aangezien tijdens het onderzoek geen woud- of cultuurlaag of oude bouwvoor zijn aangetroffen. Als deze ooit aanwezig waren, dan zijn deze lagen opgenomen in de huidige bouwvoor. Om deze reden blijft de middelhoge archeologische verwachting gehandhaafd. Het voorkomen van het dekafzettingen van de Gantel Laag in het zuiden van het plangebied maakt het voorkomen van een Romeinse vindplaats onwaarschijnlijk, waarmee voor deze periode een lage archeologische verwachting geldt. Dekafzettingen waren gedurende de Romeinse tijd namelijk ongunstig om te bewonen, aangezien deze afzettingen in vergelijking met de oever- en geulafzettingen laaggelegen en vochtig zijn. Wel kan in het zuiden van het plangebied nog sprake zijn van een laatmiddeleeuwse vindplaats. Hier blijft de middelhoge archeologische verwachting dan ook gehandhaafd. De archeologische verwachting geldt voor de top van de natuurlijke ondergrond, die is aangetroffen vanaf 40 cm -mv (1,6 m -NAP). De funderingen van beide scholen en de verstoorde laag in het zuidwesten van het plangebied reiken dieper dan de top van de natuurlijke bodemopbouw en zullen dit niveau verstoord hebben. Om deze reden geldt voor deze gebieden een lage archeologische verwachting.
提供机构:
Gemeente Delft
创建时间:
2023-02-08



