Opgraving Rimpeler te Putten Van Hotseri tot Rimpeler. Onderzoek naar het vroeg- en laatmiddeleeuwse cultuurlandschap in Putten-Rimpeler
收藏DataCite Commons2025-02-17 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/dataset.xhtml?persistentId=doi:10.17026/dans-zd5-7t7r
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van de gemeente Putten heeft RAAP een archeologische opgraving uitgevoerd in plangebied Rimpeler in Putten. Aanleiding voor het onderzoek vormde het voornemen om binnen het plangebied een nieuwbouwwijk te ontwikkelen, waarbij naar verwachting 350 woningen gebouwd zullen worden. Eerder uitgevoerd proefsleuvenonderzoek heeft aangetoond dat in de bodem van het plangebied goed bewaarde archeologische resten uit de vroege, volle en late middeleeuwen aanwezig zijn. Het gaat hierbij om een terrein waar de ontwikkeling van middeleeuwse bewoning te volgen is van de vroege middeleeuwen (circa 750) tot in de late middeleeuwen (circa 1300) en tot aan de historisch bekende erven uit de nieuwe tijd. Samen met de gegevens van het eerder onderzochte Husselerveld vormt het plangebied Rimpeler een belangrijk ensemble dat inzicht geeft in de archeologische en historisch geografische ontwikkeling en indeling van de middeleeuwse buurtschappen Bijsteren en Hussel en middeleeuwse kloostergoederen en erven zoals Rimpeler.
Bij de ontwikkeling van de nieuwbouw is het niet mogelijk om deze archeologisch resten duurzaam in de ondergrond te behouden. Er is dan ook besloten om de resten voorafgaand aan de bouw vlakdekkend op te graven, zodat de informatie die de vindplaats herbergt ex-situ bewaard kan blijven. Tijdens de opgraving is de gehele vindplaats, voor zover binnen het plangebied gelegen, vlakdekkend onderzocht. Hierbij is een oppervlak van 7 ha geheel opgegraven. Het veldwerk is, met enkele onderbrekingen, uitgevoerd tussen 9 juli 2018 en 20 februari 2019.
Landschap Het onderzoek maakt duidelijk dat de oorspronkelijke bodemopbouw in het plangebied nog vrijwel intact is. Met name ter plaatse van de nederzettingssporen uit de vroege middeleeuwen is de oorspronkelijke podzolbodem vrijwel geheel bewaard gebleven, wat er op duidt dat de bodem voorafgaand aan en tijdens de bewoning nauwelijks bewerkt is. Dit heeft ervoor gezorgd dat de archeologische resten zeer goed bewaard zijn gebleven.
Het opgegraven gebied is onderdeel van een oud akkercomplex dat vergroeid is geraakt met de voormalige Puttense Enk, een omvangrijk gebied met door de mens opgebrachte plaggendekken aan de west- en zuidzijde van het oude dorp Putten. Deze eng is ontstaan op de flank van de stuwwal van de noordwestelijke Veluwe. Het plangebied ligt op op een dekzandrug, die vanaf deze stuwwal tot diep in de Gelderse Vallei reikt. Het hoogteverloop van zowel het maaiveld als van het opgravingsvlak laten een relatief groot hoogteverschil zien, waarbij het maaiveld daalt van 10,1 m boven NAP in het oosten tot 7,4 m boven NAP in het westen. De oorspronkelijke dekzandrug is in de loop van de late middeleeuwen en nieuwe tijd afgedekt geraakt met een plaggendek. De dikte van het plaggendek varieert tussen 45 cm in het uiterste zuidelijke en westelijke deel van het onderzoeksgebied tot 90 cm in het centrale deel.
In de loop van de middeleeuwen verschuift de bewoning van de hoge delen van het land naar een lagergelegen gebied. Dit hangt mogelijk samen met sterk dalende grondwaterstanden. De daling van het grondwater wordt duidelijk uit de ingravingsdiepte van de vele waterputten die verspreid over het landschap zijn aangetroffen. De waterputten worden niet alleen aangelegd in lagere gebiedsdelen, ook worden ze dieper ingegraven van 7,5 tot 6,8 m +NAP in de Karolingische periode tot een diepte tussen 6,1 en 5,8 m +NAP in de late middeleeuwen. Overigens kwamen niet alleen de waterputten lager in het landschap te liggen, maar schuiven deze mee met de erven die in de loop van de tijd in een lager deel van het landschap zijn komen te liggen. De daling van het grondwater hangt waarschijnlijk samen met een relatief droge klimaatfase.
Archeologie Het onderzoek heeft aangetoond dat het onderzoeksgebied een lange bewoningsgeschiedenis kent. De oudste resten bestaan uit losse vuursteenvondsten uit het mesolithicum en het neolithicum. Uit beide perioden gaat het om losse vondsten. Er zijn geen hiermee gelijktijdige grondsporen gevonden, zodat het niet duidelijk is of in die periode daadwerkelijk sprake is geweest van bewoning ter plaatse. Hetzelfde geldt voor de periode van het neolithicum tot de midden-ijzertijd.
In de midden- of late ijzertijd is wel met zekerheid sprake van bewoning. Zowel een geïsoleerd gelegen erf als een mogelijk grafveld kunnen aan dit tijdvak worden toegeschreven. Uit de Romeinse tijd stammen wel enkele graven, maar uit die tijd zijn geen duidelijke aanwijzingen voor bewoning gevonden. Vermoedelijk woonde men toen in de directe omgeving van het plangebied. Dit beeld sluit aan bij de opgraving in het direct ten oosten van het plangebied gelegen Husselerveld. Ook daar is slechts een enkel fragment aardewerk uit de Romeinse tijd aangetroffen, maar sporen van bewoning ontbreken daar eveneens.
Dit beeld blijft hetzelfde tot ongeveer halverwege de Karolingische tijd. Vanaf die tijd verandert deze situatie vrij snel en is er tot in de dertiende eeuw sprake van vrij intensieve bewoning, waarbij meerdere erven gelijktijdig bewoond zijn. In totaal kunnen meer dan twintig huisplattegronden en vele bijgebouwen aan deze periode worden toegeschreven. Naast aanwijzingen voor een eenvoudige agrarische samenleving zijn er verschillende aanwijzingen die erop duiden dat in ieder geval de bewoners van één erf een hogere status hadden. Wellicht gaat het om de resten van een Karolingisch hof of curtis, van waaruit een ministeriaal (domeinheer) het domein van het klooster Werden beheerde. Deze aanwijzingen zijn ervoor zowel de Karolingische tijd (in de vorm van een groot, omheind erf) als voor de volle- en late middeleeuwen (in de vorm van een uitzonderlijk groot gebouw dat wellicht gedeeltelijk van een verdieping was voorzien). Een bijzondere vondst in deze context wordt gevormd door een versierde pommel (het uiteinde van een zwaard) dat wellicht in verband kan worden gebracht met kruisvaarders.
Aanbevelingen Met deze opgraving is de wetenschappelijke informatie ex situ bewaard, zodat verder archeologisch veldonderzoek niet meer aan de orde is. Er zijn geen belemmeringen meer voor de geplande bodemingrepen. Gezien het belang van de aangetroffen resten voor de geschiedenis van Putten, maar ook voor de Veluwe, wordt geadviseerd om de onderzoeksresultaten te ontsluiten voor een breder publiek. Hierbij valt te denken aan een publieksboek of bijvoorbeeld een visuele reconstructie van de resten. Daarnaast wordt aanbevolen om de resultaten van de opgraving in een breder perspectief te plaatsen door middel van een uitgebreid synthetiserend onderzoek. Hierbij dienen de resultaten niet alleen te worden vergeleken met de resultaten van het nabijgelegen Husselerveld, maar ook met de ongepubliceerde opgraving van de middeleeuwse nederzetting onder het stuifzand bij Kootwijk.
提供机构:
Data Archiving and Networked Services (DANS)
创建时间:
2024-12-11



