Scharloo 5-8, Brielle
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xry-6kam
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van Het Gecroonde Hart zijn in juli 2018 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied aan het Scharloo 5-8 in Brielle, gemeente Brielle.Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied geologisch ligt op afzettingen die horen bij een kreek die de Goote werd genoemd. Brielle is in de Late Middeleeuwen ontstaan aan deze kreek, maar op basis van kaartmateriaal uit de 16e eeuw lag het plangebied op een eiland tussen twee lopen van de kreek. De natuurlijke bodemlagen in het plangebied bestaan daarom waarschijnlijk uit zandige kleilagen die zijn afgezet door, in of naast deze kreeklopen en het is waarschijnlijk dat door het verplaatsen van de kreeklopen de oudere laagpakketten van Wormer en Hollandveen zijn geërodeerd en de archeologische resten daarmee verdwenen. Tot de 16e eeuw lag het plangebied daarmee in een dynamisch landschap dat regelmatig overstroomde en vrijwel zeker alleen extensief door de mens werd gebruikt (als hooiland of weiland). Op kaartmateriaal uit de 16e eeuw ligt een deel van het plangebied in het water en in het westelijk deel is iets getekend dat wellicht een constructie voor het laden en lossen van schepen moet voorstellen. Eind 16e eeuw worden nieuwe vestingwerken opgetrokken en komt het plangebied te liggen binnen de vesting. Daarbij is de bodem in het plangebied waarschijnlijk opgehoogd om minder last te hebben van overstromingen. Deze ophooglaag heeft waarschijnlijk een dikte van ongeveer 2,5 m (op basis van booronderzoek aan het Slagveld) waardoor wordt verklaard dat het maaiveld in het plangebied 2,5 m hoger ligt dan het landschap buiten de stad. Al op kaartmateriaal uit 1649 is het plangebied bebouwd en uit later kaartmateriaal blijkt dat het plangebied waarschijnlijk permanent bebouwd is geweest. Waarschijnlijk hebben er verschillende gebouwen gestaan gedurende de eeuwen en komen dus verschillende funderingen voor in de bodem. De gebouwen van huisnummers 7 en 8 zijn net gesloopt maar slechts tot vloerniveau.Het plangebied heeft een hoge archeologische verwachting voor waarden uit de Nieuwe tijd, specifiek uit de periode 16e tot 20e eeuw. Voor alle eerdere periodes geldt een zeer lage archeologische verwachting. in het plangebied mogelijk resten worden verwacht die te maken hebben met bewoning en wel in de vorm van funderingen, water- en beerputten, afvalkuilen, rioolsystemen en dergelijke.Daarnaast kunnen de vondsten bestaan uit resten van bouwmaterialen, aardewerk, metaal, glas, bot, leer en dergelijke. Deze resten zullen aanwezig zijn direct onder het vloerniveau en mogelijk reiken tot een diepte van 2,5 m -mv waar resten kunnen voorkomen uit de 16e eeuw onder de ophooglagen. Het kan hierbij gaan om greppels en sloten van de percelering of een kadeconstructie of misschien de funderingen van een laad- en losconstructie of iets dergelijks.Het veldonderzoek heeft de specifieke archeologische verwachting van het bureauonderzoek grotendeels bevestigd. De archeologische verwachting blijkt echter in twee delen uiteen te vallen.Bovenin de bodem (vanaf het maaiveld tot ongeveer 1,2 m diep) komen zeker archeologische resten voor uit de 17e eeuw en later, terwijl er op een grotere diepte in de bodem (tussen 1,8 en 3,2 m -mv) nog een pakket is met een hoge archeologische verwachting, maar dan met resten uit de Late Middeleeuwen tot aan de 17e eeuw.Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert IDDS Archeologie om vervolgonderzoek uit te laten voeren. Het soort vervolgonderzoek is afhankelijk van de exacte ingrepen in het plangebied. Op dit moment is nog niet duidelijk of voorafgaand aan de nieuwbouw nog bodemsaneringen moeten plaatsvinden en wat de omvang van deze saneringen zou zijn. Bij een bodemsanering zou een archeologische opgraving (variant begeleiding) de beste oplossing zijn. In dit verband is een goede samenwerking tussen de opgraving en de sanering noodzakelijk met duidelijke afspraken over graafsnelheid, veiligheid en de afvoer van grond. Indien er geen bodemsaneringen nodig zijn dan is een archeologische opgraving van de nieuwbouwdelen de meest voor de hand liggende oplossing. Proefsleuvenonderzoek is voor de 17e-eeuwse funderingen aan het maaiveld niet noodzakelijk omdat deze archeologische waarden al zijn waargenomen en door een senior archeoloog al is bepaald dat deze archeologische resten een hoge archeologische waarde vertegenwoordigen.Indien de plannen echter wijzigen en binnen het plangebied dieper gegraven gaat worden dan 1,8 m - mv (0,8 m NAP) dan kan een proefsleuvenonderzoek wel raadzaam zijn voor het dieper gelegen archeologische niveau. Dit niveau heeft namelijk wel een hoge archeologische verwachting maar het is onduidelijk of en wat voor archeologische resten op dit niveau voorkomen binnen het plangebied.
创建时间:
2024-01-31



