Archeologisch bureauonderzoek Zandvoort Zuidbuurt
收藏DataCite Commons2024-07-11 更新2024-07-13 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/BCOAQA
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van Witteveen+Bos heeft Archol een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het circa 1,6 ha grote plangebied Zuidbuurt in Zandvoort (Figuur 1-1). Aanleiding voor het onderzoek is het voornemen tot groot onderhoud in het gebied. Bestemmingsplan Centrum is aan het plangebied een hoge archeologische verwachting toegekend (Waarde – Archeologie 1).1 In dit gebied is archeologisch onderzoek nodig indien ingrepen in de bodem zijn gepland met een oppervlakte van meer dan 50 m2 en dieper dan 0,4 m -mv. Omdat dit het geval is, heeft de bevoegde overheid (gemeente Zandvoort) de uitvoering van een bureauonderzoek geëist. Doel van het bureauonderzoek was een inschatting te geven van de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op bekende en verwachte archeologische waarden in het plangebied Zuidbuurt te Zandvoort. Op basis van het onderzoek blijkt dat er in principe een hoge verwachting geldt op het aantreffen van archeologische resten uit de periode midden-ijzertijd tot laat-Romeinse tijd in de oude duinafzettingen. Deze kunnen worden verwacht vanaf 6 m +NAP en dieper. De oude duinafzettingen zijn afgedekt met jonge duinafzettingen. Hiervoor geldt een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de middeleeuwen en Nieuwe tijd. Deze resten kunnen worden verwacht vanaf het maaiveld en in begraven vegetatiehorizonten. Onzeker is in welke mate recente bodemingrepen de verwachte archeologische resten hebben aangetast. Bij de beoordeling van het effect van de voorgenomen bodemingrepen op de mogelijk aanwezige archeologische resten kan een onderscheid gemaakt worden tussen bodemingrepen met een groot oppervlak (vervanging wegverharding met straatlagen) en lokale bodemingrepen (boomgaten, kolken/PVC-leidingen, geveltuinen, verlichting, straatpotten/deksels). Alleen als de vervanging van de wegverharding dieper gaat dan 0,4 m -mv (de aangenomen minimale dikte van de straatlagen/fundering) bestaat er een kans op aantasting van archeologische resten. Hoe groot deze kans is, is afhankelijk van de mate van recente verstoring van de onder de straatlagen gelegen bodem. Een deel van de lokale bodemingrepen (geveltuinen, verlichting, straatpotten/deksels) gaat niet dieper dan circa 0,4 m -mv en is daarmee niet bedreigend voor de mogelijk aanwezige archeologische resten. De graafwerkzaamheden voor de aanleg van boomgaten, kolken en PVC-leidingen gaan weliswaar tot een diepte van circa 1 m -mv, maar zijn door hun beperkte omvang in zijn algemeenheid minder bedreigend voor de te verwachten archeologische resten. Daarnaast hebben deze bodemingrepen beperkte waarnemingsmogelijkheden (kleine kans op kenniswinst. Hierbij zijn er twee uitzonderingen: - in het deel van het plangebied dat grenst aan/overlapt met het AMK-terrein met resten van een 15e eeuwse kerk geldt voor de diepere, lokale bodemingrepen een grotere kans op aantasting van archeologische resten. - lokale bodemingrepen die direct naast bodemingrepen met een groot oppervlak liggen hebben betere waarnemingsmogelijkheden waardoor de informatiewaarde vergroot wordt. Selectieadvies Op basis van gespecificeerde archeologische verwachting en de inschatting van de voorgenomen bodemingrepen op de te verwachte archeologische waarden, worden voor het plangebied Zuidbuurt verschillende adviezen gegeven. AMK-terrein 13.895 (inclusief buffer van 20 m) - Bodemingrepen die niet dieper gaan dan 0,4 m -mv: geen vervolgonderzoek. - Alle bodemingrepen dieper dan 0,4 m -mv: vervolgonderzoek in de vorm van een archeologisch begeleiding (Protocol opgraven, variant archeologische begeleiding) Overig deel plangebied Zuidbuurt - Bodemingrepen die niet dieper gaan dan 0,4 m -mv: Geen vervolgonderzoek (geen effect op archeologie). - Vernieuwen wegverharding dieper dan ca. 0,4 m -mv: Vervolgonderzoek in de vorm van verkennend booronderzoek. Doel is het vaststellen van de specifieke verstoringsgraad. Indien sprake is van een gemiddelde of beperkte verstoringsgraad, dienen de bodemingrepen archeologisch begeleid te worden (Protocol opgraven, variant archeologische begeleiding). - Lokale bodemingrepen dieper dan 0,4 m -mv: geen vervolgonderzoek (klein effect op archeologie, beperkte informatiewaarde), tenzij gelegen direct naast een locatie vernieuwen wegverharding met gemiddeld tot beperkte verstoringsgraad (aanvullende, grotere informatiewaarde). Dergelijke lokale bodemingrepen dienen eveneens archeologisch begeleid te worden (Protocol opgraven, variant archeologische begeleiding)
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2024-07-10



