five

Uden. Plangebied Hengstheuvelweg 1. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase)

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-09-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XA4-NJ4D
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>BAAC heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (verkennende fase) uitgevoerd in het plangebied Hengstheuvelweg 1 te Uden. Aanleiding voor het onderzoek is het plan een nieuwe woning en schuur te realiseren ter plekke van een bestaand woonerf. De huidige woning en opstallen zullen voorafgaand aan de nieuwbouw gesloopt worden. Uit het bureauonderzoek blijkt het plangebied op het Peelblok te liggen, waarop vermoedelijk hoge zwarte enkeerdgronden voorkomen. Verder blijkt uit het bureauonderzoek dat in het plangebied bewoningssporen aanwezig kunnen zijn vanaf het neolithicum tot en met de nieuwe tijd. Specifiek worden er nederzettings- of begravingsresten uit de Romeinse tijd verwacht. Op historisch kaartmateriaal is het plangebied tot aan de jaren ’30 van de vorige eeuw onbebouwd geweest. Het plangebied was destijds in z’n geheel in gebruik als (oud) bouwland. In de jaren ’60 van de vorige eeuw is het zuidelijke en oostelijke deel van het plangebied afgegraven ten behoeve van de zandwinning. Vanaf die periode is het onbebouwde deel van het plangebied in gebruik als weide. In dit gedeelte is de kans op het aantreffen van archeologische resten vrijwel uitgesloten. Op het bebouwde kavel blijkt uit de beschikbare gegevens aangedragen door de opdrachtgever dat het bebouwde deel plaatselijk is verstoord door de aanwezigheid van (gesaneerde) putten. Ter plaatse van de bebouwing zijn geen kelders aanwezig. De fundering is vermoedelijk voorzien van gemetselde poeren. Ter plekke van de putten is het archeologische niveau niet meer aanwezig. In de overige delen binnen het bebouwde kavel worden wel archeologische resten “in situ” verwacht. Uit het veldonderzoek blijkt dat het bebouwde deel van het plangebied door (sub)recente graafwerkzaamheden is afgetopt tot in de B- of BC-horizont van de oorspronkelijke dekzandbodem. In boring 5 is nog een restant van het plaggendek “in situ” aanwezig. De podzolontwikkeling heeft plaatsgevonden in (verspoeld) dekzand dat als een dunne deken op grijs gekleurde afzettingen behorende tot de Formatie van Beegden zijn afgezet. In de boringen 3 en 4 is geen dekzand aangetroffen. Hier is de bodem afgegraven tot in de afzettingen behorende tot de Formatie van Beegden. De top van de C-horizont komt hier op meer dan 1 m lager voor dan in de boringen 1, 2 en 5. Op basis van de boorgegevens kan de hoge en middelhoge verwachting uit het bureauonderzoek gehandhaafd blijven voor het bebouwde kavel. Alleen ter plekke van aanwezige putten zal de bodem hier tot diep in de C-horizont zijn afgetopt. Het lager gelegen grasland krijgt een lage verwachting voor alle perioden vanwege de meer dan 1m diepe afgraving tot in de afzettingen van Beegden. BAAC adviseert om de nog bestaande bebouwing archeologievriendelijk te laten slopen, conform de richtlijnen archeologievriendelijk bouwen. Na de sloopbegeleiding wordt geadviseerd het graven van de bouwput archeologisch te begeleiden, conform het protocol opgraven.</p>
提供机构:
BAAC
创建时间:
2019-08-07
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务