five

Transect-rapport 2102: Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Zoeterwoude, Laan van Oud Raadwijk 3-5. Gemeente Zoeterwoude (ZH).

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-03-05 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XJM-GPRC
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In maart 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Laan van Oud Raadwijk 3-5 in Zoeterwoude (gemeente Zoeterwoude). De aanleiding van het onderzoek is een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de herontwikkeling van het gebied, waarbij enkele woningen zullen worden gerealiseerd. Bij de voorgenomen werkzaamheden zal grondverzet plaatsvinden, waardoor de oorspronkelijke bodem en daarmee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord.</p><p>Volgens het bestemmingsplan Landelijk Gebied (2011) geldt in het plangebied een dubbelbestemming Waarde - Archeologie. Hiervoor geldt dat bij bodemingrepen vanaf 100 m2 en een diepte vanaf 30 cm -Mv een archeologisch onderzoek verplicht is. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 9000 m2, waarbinnen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd om het monumentale pand aan de Laan van Oud Raadwijk 3 meer ruimte te geven. Daarnaast zullen nog enkele woningen gerealiseerd worden op het terrein. Aangezien de voorgenomen bouwplannen deze planregels overschreden, is in het kader van een bestemmingsplanwijziging een archeologisch vooronderzoek nodig.</p><p>Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting aan de hand van beschikbare informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik binnen en rondom het plangebied. Om de gespecificeerde archeologische verwachting te toetsen, en waar mogelijk bij te stellen, is een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase uitgevoerd in het plangebied.</p><p>Conclusie<br>• Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat in het hele plangebied een hoge verwachting geldt voor de periodes Neolithicum - Romeinse Tijd. Dit is gebaseerd op de ligging van het plangebied in een omvangrijk crevasse-systeem, waar eventuele hoger gelegen oevers en ruggen mogelijkheden hebben geboden voor bewoning. Na de Romeinse Tijd is het gebied naar verwachting zodanig vernat, dat door veen het crevasse-systeem verdronken werd en het niet meer bewoonbaar was. Het gebied is pas weer toegankelijk geworden toen in de 13e eeuw ontginningen plaatsvonden. Op basis van historisch kaartmateriaal heeft vanaf in ieder geval de 16e eeuw bebouwing in het zuidelijk deel van het plangebied gestaan, maar mogelijk ook in eerdere periodes. In het plangebied gelden verschillende verwachtingen voor de periodes Late Middeleeuwen tot de Nieuwe Tijd. In het zuidelijk gedeelte van het plangebied geldt een hoge verwachting voor archeologische resten, die in verband staan met bebouwing die hier sinds de 15e eeuw heeft gestaan. Het noordelijk gedeelte van het plangebied is waarschijnlijk enkel als weiland gebruikt, waardoor een lage verwachting geldt.<br>• Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied landschappelijk gezien altijd nat en vochtig geweest is. Er zijn binnen 4,5 m –Mv achtereenvolgens wadafzettingen, lagunaire afzettingen, crevassegeulafzettingen en overstromingsafzettingen aangetroffen. Al deze afzettingen zijn zwak van consistentie en ongerijpt. Bewoonbare, gerijpte (oever)afzettingen zijn in het plangebied niet aangetroffen. De top van het bodemprofiel bestaat uit een circa 50 cm dikke bouwvoor die als gevolg van de aanleg van de bestaande tuin geroerd is. Op één plek is nog een restant veen op de crevasseafzettingen aanwezig.<br>• Archeologisch gezien leiden de landschappelijke resultaten van het onderzoek tot de conclusie dat het plangebied in de periode voor de Middeleeuwen een relatief laag en drassig gebied is geweest. Daarbij zijn in het plangebied ook geen concrete aanwijzingen gevonden dat daar zich een vindplaats bevindt. Archeologisch gezien betekent dit dat de middelhoge tot hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek in zowel het noordelijk deel als in het zuidelijk deel voor wat betreft de periode Neolithicum-Vroege Middeleeuwen naar laag kan worden bijgesteld.<br>• In het zuidelijk deel van het plangebied is vastgesteld dat de hoge archeologische verwachting van het plangebied uit het bureauonderzoek van toepassing blijft voor wat betreft archeologische resten uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd. Deze hoge verwachting is direct te koppelen aan de aanwezigheid van historische ophogingspakketten, die vanaf een diepte van 50 cm -Mv mogelijk ongeroerd in de bodem zijn aangetroffen. Archeologische indicatoren, op grond waarvan de verschillende archeologische (ophogings)lagen te dateren zijn, zijn niet aangetroffen. Wel is zeker dat gezien de resultaten van het bureauonderzoek en de vondst van geel baksteenpuin eventueel aanwezige resten uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd afkomstig zullen zijn.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-03-06
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务