Abbekesdoel 7a, 8 en 8a, Bleskensgraaf (gemeente Molenlanden)
收藏DataCite Commons2025-12-05 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/MKJRKH
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Hieruit volgt dat het plangebied lange tijd in een nat komgebied lag, waar op grote schaal veenvorming plaatsvond. Vanwege de natte omstandigheden was het gebied niet aantrekkelijk voor bewoning. In het Laat-Neolithicum werd de Schoonrewoerdse stroomgordel actief in het zuiden van
het plangebied. De aan deze stroomgordel gerelateerde oever- en beddingafzettingen kunnen een ondergrond voor bewoning hebben gevormd en worden als een potentieel archeologisch niveau voor resten uit het Laat-Neolithicum en de Bronstijd beschouwd.</p><p>
Nadat de Schoonrewoerdse stroomgordel inactief was geworden, trad opnieuw veenvorming op. Gaandeweg raakte ook de stroomrug bedekt met veen, waardoor de bewoningsmogelijkheden afnamen. Dit veranderde in de 13e eeuw toen de veengebieden van de Alblasserwaard op grote schaal werden ontgonnen. In deze periode werd de Graafstroom gegraven. De ten zuiden van de Graafstroom gelegen Abbekesdoel vormde een ontginningsas, waarlangs een bewoningslint ontstond. Op basis van historisch kaartmateriaal is vanaf zeker het begin van de 19e eeuw
bebouwing aanwezig in het plangebied. Mogelijk is in het noordwesten van het gebied sprake van een huisterp waar op de kadastrale minuutkaart een boerderij aanwezig is. Eventuele resten kunnen bestaan uit opgebrachte kleilagen met vondstmateriaal (zoals aardewerk, baksteen, dierlijk bot et cetera), afvalkuilen en sporen van bebouwing zoals muurresten en resten van vloeren. Ter plaatse van de huidige bebouwing kunnen eventuele resten zijn verstoord.</p><p>
Teneinde de hierboven beschreven verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de natuurlijke ondergrond van het plangebied wordt gevormd door een pakket oeverafzettingen bestaande uit uiterst siltige tot matig zandige klei, vermoedelijk te relateren aan de Schoonrewoerdse stroomgordel, met daarop een pakket mineraalarm bosveen. Het veenpakket wordt afgedekt door een 110 tot 190 cm dik
ophogingspakket bestaande uit baksteenhoudende, humeuze klei.</p><p>
De in de ondergrond aanwezige oeverafzettingen van de Schoonrewoerdse stroomgordel zijn bijna ongerijpt (slap) en kalkrijk. Ze worden daarom niet als potentieel archeologisch niveau beschouwd. Het ophogingspakket met baksteenfragmenten houdt verband met de aanwezige woonheuvel/huisterp en wordt als een niveau uit de Late Middeleeuwen of de Nieuwe tijd beschouwd.</p><p>
In het oosten van het plangebied werd een verstoord bodemprofiel aangetroffen. In het zuiden van het plangebied is een boring gestuit, waardoor in dat deel van het plangebied geen inzicht in het bodemprofiel kon worden verkregen.</p><p>
Op advies van de beleidsadviseur van de gemeente Molenlanden is in oktober 2023 een doorstart gemaakt naar een karterend booronderzoek. Dit bestond uit negen aanvullende boringen (nrs. 7 t/m 15) en had als doel de woonheuvel/huisterp in het westelijk deel van het plangebied nader te onderzoeken en te begrenzen. Daarbij is, onder een (sub)recente ophoging of bouwvoor, een 45 tot 135 cm dik terplichaam bestaande uit baksteenhoudende, humeuze klei aangetroffen. Dit komt overeen met de bij het verkennend booronderzoek aangetroffen bodemopbouw. Vanwege ondoordringbaar materiaal in de bodem, verharding en bebouwing was het niet mogelijk om enkel op basis van de karterende boringen het terplichaam te begrenzen. In combinatie met een aanvullende analyse van het verloop van het maaiveld, verkregen uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4), is dit wel mogelijk. Aangenomen mag worden dat daar waar het maaiveld lager ligt dan 1,0 à 1,2 m -NAP geen sprake is van een door menselijk handelen verhoogd maaiveld en de aanwezigheid van een terplichaam kan worden uitgesloten. Daar waar het maaiveld hoger ligt dan 1,0 à 1,2 m -NAP is daarentegen wel sprake van een door menselijk handelen verhoogd maaiveld en moet zoals de karterende boringen hebben aangetoond rekening worden gehouden met de aanwezigheid van het terplichaam. De kern van het terplichaam lijkt zich ten oosten van de bestaande boerderij te bevinden, waar tot aan het einde van de 19e eeuw een voorganger heeft gestaan. Op grond van het ontbreken van dateerbaar vondstmateriaal zoals aardewerk is het echter niet mogelijk de ouderdom van het terplichaam te bepalen.</p><p>
ADC ArcheoProjecten adviseert in het centrale noordelijk deel van het plangebied (Abbekesdoel 8 en 8a), na de bovengrondse sloop van de aanwezige bebouwing, een inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven (IVO-P) uit te voeren. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen van de aanwezigheid van archeologische resten, waaronder resten van oude bebouwing, in het terplichaam alsook de gaafheid, omvang, datering en conservering daarvan. Indien bij dit onderzoek waardevolle archeologische resten aan het licht komen, dient de sloop of het verwijderen van de funderingen en de mestkelder onder archeologische begeleiding plaats te vinden. De exacte invulling van de werkzaamheden dient voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-12-04



