Monseigneur van de Weteringstraat 22 te Hoogland, gemeente Amersfoort
收藏DataCite Commons2025-10-02 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/RTBV5F
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van Maatschap B.T. en R.D. Tolboom heeft ADC ArcheoProjecten in april-september 2023 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden op de locatie Monseigneur van de Weteringstraat 22 te Hoogland (afb. 1 en afb. 2).
De aanleiding voor het onderzoek is een aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van een loods in het westelijk deel. In het oostelijk deel van het plangebied is het onderzoek uitgevoerd voor de vergunningsaanvraag van een toekomstige stal. Er zijn nog geen concrete plannen of ontwerp voor deze laatste.
Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Hierbij is vast-gesteld dat het plangebied naast een dekzandrug ligt in een dekzandvlakte. Als gevolg van de iets hogere ligging in het landschap geldt een middelhoge archeologische verwachting voor respectie¬ve¬lijk vindplaatsen van jager-verzamelaars en vroege landbouwers geldt. Vanaf de Bronstijd trad een sterke vernatting op en vond op grote schaal veenvorming plaats. Vanaf die periode worden geen bewoningsresten meer verwacht. Pas vanaf de Late Middeleeuwen (12e eeuw) werd het gebied ontgonnen. Sporen van middeleeuwse oorsprong zullen gerelateerd zijn aan bewoning en agrarische activiteiten.
Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd.
Lithologisch gezien bestaat de ondergrond uit zwak grindig, zwak siltig, matig fijn zand. In de C-horizont zijn met name in het westen roestvlekken aanwezig. Bovendien loopt het zand al op beperkte diepte uit de guts, wat wijst op een (zeer) nat gebied met een ondergrond van verspoeld dekzand, al zal het hoger gelegen oostelijk deelgebied in het verleden wellicht iets droger zijn geweest, zo getuige een mogelijk restant van een BC-horizont. De bovenliggende opgebrachte lagen zijn zwak grindig, zwak tot matig humeus zand, met zand- en humusbrokken en bevatten enkele puinresten zoals baksteen en plastic.
De bodem is in alle boringen verstoord tot in de C-horizont, met de top van de C-horizont op een diepte van ca. 100 cm -mv (0,2 m -NAP) in het westen en 0,9- 1,2 m -mv (0 tot 0,35 m +NAP) in het oosten. De exacte mate van verstoring van het oorspronkelijk bodemprofiel is vanwege opgebrach¬te grond niet in te schatten, maar zal in het westelijk deelgebied sterker zijn dan in het oosten.
Over het algemeen kan daarom gesteld worden dat de bodem in beide deelgebieden verstoord is tot in de C-horizont. Archeologische resten werden verwacht in de top van de C-horizont, maar zullen door de verstoring niet meer intact aanwezig zijn (wellicht met uitzondering van restanten van de diepere sporen). Bovendien wijst de hoge grondwaterstand op een van oorsprong nat (oosten) tot zeer nat (westen) gebied, dat waarschijnlijk weinig aantrekkelijk is geweest voor bewoning, tenzij het terrein zou zijn opgehoogd, maar er zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor oude woongronden of woonterpen.
ADC ArcheoProjecten adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zo¬als aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. De melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Amersfoort.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-10-02



