Plangebied Graslanden Borgsgang te Posterholt, gemeente Roerdalen;
收藏DataCite Commons2025-02-10 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/BWON9I
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van Stichting het Limburgs Landschap heeft RAAP in mei 2023 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd voor het plangebied graslanden Borgsgang te Posterholt in de gemeente Roerdalen. In het plangebied is bouwvoorverschraling (afgraven tot maximaal 25 cm) gepland ten behoeve van de realisatie van natuurgraslanden in het kader van project ‘donker pimpernelblauwtje’. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied behoort tot het voormalige stroomdal van de Roer, waarin tegenwoordig de Vlootbeek één van de oude restgeulen volgt. Volgens de geologische kaart komen in het dal beekafzettingen in voor, op de bodemkaart gekarteerd als oude rivierklei. In 2021 is een actualisatie uitgevoerd van de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Roerdalen, waarbij landvormen nauwkeurig zijn gekarteerd. Daarbij zijn slingerende restgeulen en hogere delen onderscheiden in het oude Roerdal. Rondom het plangebied zijn meerdere archeologische vindplaatsen bekend. Het merendeel betreft vuurstenen artefacten uit het mesolithicum en neolithicum. Ze liggen op de hogere koppen naast de restgeulen. Hoewel vondstmateriaal vanaf het maaiveld voorkomt, is uit twee opgravingen gebleken dat de meeste vondsten zich onder de bouwvoor bevinden. Binnen het plangebied komen geen gebo uwde monumenten voor, dit lag noordelijker in Borg op de hoge dalrand. Het dal onderscheidt zich daar duidelijk van met een historisch gebruik in hoofdzaak bestaand uit bos en grasland. Dat verandert op de kaarten uit de jaren 20 van de vorige eeuw, omdat toen de techniek zover was dat ook de natte kleiige gronden grootschalig ontgonnen konden worden. Tegenwoordig zijn de percelen in gebruik als natuurlijk grasland. In het plangebied zijn 63 verkennende boringen verricht. Daarbij is vastgesteld dat de bodem opbouw in grote lijnen is gekoppeld aan de hoogteligging van het maaiveld. In de geulen en flankerende lagere terreindelen is sprake van relatief zware klei en zit het zand relatief diep. Op de hogere terreindelen zit het zand hoger en is het kleidek dunner. Bodemkundig is er weinig onderscheid te maken en is sprake van een geploegde zwak humushoudende bovengrond op een roestige, lichtgrijze C-horizont. Op basis van de verzamelde gegevens is geconcludeerd dat het gebied voor de mechanisatie begin vorige eeuw niet geschikt was voor de landbouw. Daarvoor was het gebied te nat en de oude klei te stug. Vindplaatsen uit de landbouwersperiode worden daarom niet (meer) verwacht. Het gebied kenmerkt zich daarentegen volop door voor de jager-verzamelaars interessante gradiënten. Voor de middels booronderzoek vastgestelde hoge koppen in het plangebied geldt daarom een hoge verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars. Geadviseerd wordt de ontgraving zoveel mogelijk te beperken, in ieder geval tot maximaal de 30 cm - mv zoals gepland. Voor de zandkoppen wordt daarnaast geadviseerd om niet dieper te graven dan de 10 cm dikke graszode. In dat geval is de verstorende invloed van de toekomstige ingrepen zeer beperkt. Wel wordt geadviseerd om na het afgraven van de bovengrond de vrijgekomen vlakken te inspecteren op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-02-07



