Transect-rapport 2611: Een inventariserend Veldonderzoek (verkennende en karterende fase). Utrecht, Brailledreef, Warmteleiding Eneco-RWZI, Gemeente Utrecht (UT).
收藏DANS Data Station Archaeology2020-09-20 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XZ4-ZQUP
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In februari 2020 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd op een plantracé op het terrein van de rioolwaterzuivering (RWZI) en aan de Brailledreef in Utrecht (gemeente Utrecht). De aanleiding voor het onderzoek vormt het voornemen om in dit gebied middels een open ontgraving een warmteleiding aan te leggen. De werkzaamheden maken deel uit van een project van Eneco, bekend onder de naam “Warmteleiding RWZI”. Ten behoeve van de voorgenomen aanleg van de leiding zal grondverzet plaatsvinden, waardoor eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied zullen worden verstoord. Op grond van het archeologisch beleid van de gemeente is voor de werkzaamheden een archeologievergunning nodig. Deze vergunning kan alleen worden aangevraagd, wanneer archeologisch onderzoek is uitgevoerd waarbij sprake is van een waardestelling van het terrein. Het plangebied is zodoende onderzoeksplichtig. Dit rapport beschrijft de resultaten van het archeologisch vooronderzoek in het plangebied. Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek.<br>• Op basis van het verkennend booronderzoek is vastgesteld dat in de ondergrond van het plangebied dekzandafzettingen aanwezig zijn waarop archeologische resten voor kunnen komen uit de periode Paleolithicum-Neolithicum. Deze liggen begraven onder veen, komklei van de rivier de Vecht en een dik modern ophoogpakket. Op basis van de boringen is het dekzand te verwachten op een diepte tussen 230 en 325 cm -Mv (-0,6 en 1,83 m NAP). De top van het dekzand is binnen het plangebied overwegend intact, voor zover deze vanwege terreinbepalende omstandigheden kon worden waargenomen. Hiermee bestaat er theoretisch gezien de kans dat binnen het plangebied resten uit de periode Paleolithicum-Neolithicum voor kunnen komen. Uitzondering vormen de plekken, waar de top van het dekzand zodanig is aangetast dat resten uit dergelijke periode niet meer intact aanwezig zullen zijn. Dit betreffen in ieder geval de locaties boring 1, 4 en 16, waar diepreikende verstoringen tot op/in het dekzand zijn geconstateerd. Binnen de overige, aangetroffen lithologische lagen zijn geen archeologisch relevante niveaus te onderscheiden. De natuurlijke veen- en kleilagen suggereren natte, onbewoonbare omstandigheden. De ophoging in het gebied is recent en hiermee archeologisch niet relevant.<br>• In het plangebied zijn graafwerkzaamheden gepland tot een diepte van 2,0-3,39 m -Mv binnen het gehele plangebied. In het lithologisch profiel in bijlage 4 is de exacte graafdiepte van de toekomstig aan te leggen warmteleiding in een rode lijn weergegeven. Hieruit valt af te leiden dat de graafwerkzaamheden op het traject tussen boring 12 en 15 de top van het dekzand zullen raken. Hier bestaat theoretisch gezien de kans dat eventueel aanwezige archeologische resten zullen worden verstoord. Daarom is voor dit deel een karterend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van de karterende fase van het onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied. In de grondmonsters zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Gezien de afwezigheid hiervan kan de verwachting op het traject tussen boringen 12-15 voor het plangebied naar beneden worden bijgesteld.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2020-08-20



