five

Archeologisch bureauonderzoek Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase Drie deelgebieden op het terrein van de Veurseweg 180, Voorschoten Gemeente Voorschoten

收藏
DataCite Commons2025-03-17 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/OMXJBO
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
IDDS Archeologie heeft in mei 2023 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd in drie deelgebieden op het terrein van Hotel-Café- Restaurant De Gouden Leeuw BV aan de Veurseweg 180 in Voorschoten, gemeente Voorschoten. De doel- en vraagstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Met het inventariserend veldonderzoek wordt deze verwachting getoetst en zo nodig aangevuld. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied, dat bestaat uit twee delen, gedeeltelijk ligt op een strandwal (deelgebied 4) en gedeeltelijk in een strandvlakte (deelgebied 2 en 3). Deze strandwal en strandvlakte zijn beide gevormd in het Vroeg-Neolithicum, ongeveer tussen 3750 en -3225 voor Chr. en beiden kunnen bedekt zijn met lage oude duinen. Met name in die oude duinen (indien deze nog intact zijn) kunnen ARCHEOLOGISCHE waarden voorkomen vanaf het Vroeg-Neolthicum tot en met de Nieuwe tijd, waarbij vanaf de 17e-19e eeuw een lage verwachting geldt. Op historische kaarten is het plangebied in die periode alleen in gebruik als weilanden of akker. De archeologische verwachting voor de strandwal met oude duinen is hoger dan voor de strandvlakte en deze hoge archeologische verwachting geldt voor de periode Vroeg-Neolithicum tot en met het begin van de Nieuwe tijd. Op de strandwal kunnen complextypen voorkomen van bewoning, begraving, landbouw en dergelijke, met archeologische sporen van paalkuilen, waterputten, greppels en dergelijke en archeologische resten van bewerkt vuursteen, aardewerk, metaal, glas, en dergelijke. Het strandvlaktegebied lag lager en was daardoor natter en bevat waarschijnlijk voornamelijk resten van het complextype landbouw, met eergetouwkrassen en andere ploegsporen, perceleringsgreppels, waterkuilen en dergelijke. Op basis van eerdere onderzoeken in de directe omgeving worden er humeuze laagjes verwacht in deelgebied 4 op een diepte van 1,4 tot 1,8 m -mv ofwel -1,5 tot -1,9 m NAP. Deze laagjes wijzen mogelijk op de aanwezigheid van bewoonbare niveaus binnen het Oude duin- en strandwalzand. Dergelijke humeuze laagjes hebben daarom een hoge archeologische verwachting. Voor de deelgebieden 2 en 3 is de bodemopbouw niet zo goed bekend. Hier zijn geen boringen bekend in de directe nabijheid. Indien deze deelgebieden inderdaad liggen in een strandvlakte dan kan er in de bovenste meters van de bodem een laag/pakket veen voorkomen met daaronder kalkrijk en mogelijk schelphoudend zand. Ook kunnen losse oude duinen voorkomen in de strandvlakte. Uit de boringen van eerdere onderzoeken blijkt ook dat de bovengrond van dit terrein veelal is omgewerkt, waarschijnlijk gerelateerd aan de tuin-/landbouw activiteiten in het gebied. In de meeste gevallen reiken de geroerde lagen tot een diepte van 0,50 tot 0,70 cm -mv, maar er zijn ook uitschieters tot 1,2 m -mv. Door deze omwerking kunnen archeologische waarden die oorspronkelijk aan of nabij het maaiveld voorkwamen verstoord en verdwenen zijn. Mogelijk zijn van deze vindplaatsen alleen de diepste delen van de diep reikende sporen zoals grote kuilen en waterputten nog overgebleven. Uit het huidige veldonderzoek blijkt dat het landschap in het plangebied niet zozeer bestond uit een strandwal en een strandvlakte, maar meer uit strandafzettingen bedekt met duinen en laagtes tussen de duinen. Deelgebied 4 lag voorheen op een duin, terwijl deelgebied 2 en 3 lag in een laagte tussen de duinen. Uit het veldonderzoek blijkt verder dat de bodem in het plangebied is opgehoogd (met een pakket van 0,3 tot 0,7 m dik) en daaronder diep verstoord. De verstoringen van de bodem reiken tussen minimaal 0,9 m -mv ofwel -0,9 m NAP in deelgebieden 2 en 3 tot maximaal 2,4 m -mv ofwel -2,5 m NAP in deelgebied 4. De in ander booronderzoek aangetroffen humeuze laagjes blijken uit dit booronderzoek niet te wijzen op mogelijk bewoonbare niveaus binnen de oude duinen, maar op het diep vergraven van percelen in dit landbouwgebied. In deelgebied 4 geldt geen archeologische verwachting meer en ook in deelgebied 2 en 3 heeft de bovengrond, tot in het veen op 0,9 tot 1,1 m -mv (-0,9 tot -1,2 m NAP), geen archeologische verwachting meer. Er geldt nog wel een lage tot middelhoge archeologische verwachting voor de top van het duinzand direct onder het veen, op een diepte van 1,0 tot 1,4 m -mv ofwel -1,0 tot -1,6 m NAP. Hier kunnen waarschijnlijk prehistorische resten (Neolithicum tot en met de IJzertijd) voorkomen van het gebruik voor landbouw, infrastructuur of jacht. Omdat de geplande werkzaamheden met maximaal 0,5 m -mv niet dieper zullen reiken dan de al aanwezige verstoringen van 0,9 tot 2,4 m -mv adviseert IDDS Archeologie om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen werkzaamheden. Indien in de toekomst echter in deelgebied 2 en 3 (of de directe omgeving daarvan) werkzaamheden plaats zullen vinden die dieper reiken dan de aangetroffen veenlaag, dus dieper dan 1,0 m -mv ofwel -1,0 m NAP, dan adviseert IDDS Archeologie om vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-03-17
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务