five

Archeologisch onderzoek aan de Ambachtsweg te Nijmegen. Inventariserend Veldonderzoek-Proefsleuven (IVO-P), Archeologische Berichten Nijmegen - Briefrapport 264

收藏
DANS Data Station Archaeology2018-12-04 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-23C-23BJ
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de gemeente Nijmegen heeft Bureau Leefomgevingskwaliteit, Archeologie van de gemeente Nijmegen (BLAN) in april 2017 een proefsleuvenonderzoek (Inventariserend Veldonderzoek ; IVO-P) uitgevoerd in het plangebied aan de Ambachtsweg te Nijmegen. In het plangebied worden enkele woningen gesloopt en zal nieuwbouw gerealiseerd worden. Bij de daarbij behorende graafwerkzaamheden zal de bodem worden verstoord. Hierdoor zouden eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaan.<br>Op de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Nijmegen viel het plangebied binnen een zone met een nader te onderzoeken belang (waarde 1), de archeologische verwachting voor deze gebieden is laag tot middelhoog te noemen. Uit onderzoek in de omgeving bleek dat rekening gehouden moest worden met sporen uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Voor de vroege- en late middeleeuwen gold een lage verwachting. Op basis van de historische informatie was te verwachten dat in het plangebied (buiten de huidige bebouwing om) geen resten zouden zijn van bewoning uit de middeleeuwen of nieuwe tijd. Wel werd verwacht dat er uit deze perioden greppels, het restant van de oude verkaveling, aangesneden zouden worden en dat er zich een oude akkerlaag zou kunnen bevinden. Als de akker bemest zou zijn met huishoudelijk afval zou deze laag vondsten uit de middeleeuwen of nieuwe tijd bevatten. Er werd echter ook rekening gehouden met de kans dat de bodem is geroerd bij de aanleg van het Maas–Waalkanaal en de daarop volgende herinrichting van het terrein in de 20e eeuw, waardoor er geen archeologische waarden meer aanwezig zouden zijn.<br>Doel van het proefsleuvenonderzoek was allereerst het vaststellen van de aanwezigheid van archeologische sporen en vondsten en, wanneer die aanwezig zijn, het bepalen van hun inhoudelijke en fysieke kwaliteit. Tevens had het onderzoek als doel een advies te formuleren over welke maatregelen dienen te worden getroffen in het plangebied in het kader van de gemeentelijke archeologische monumentenzorg.<br>Tijdens het veldwerk zijn twaalf proefsleuven aangelegd. In alle werkputten is een vlak aangelegd in de top van de C-horizont. De onderzoeksresultaten bevestigen dat het plangebied tot in de 20e eeuw in gebruik was als akkerland. In de eerste decennia van de 20e eeuw, tijdens en na de aanleg van het Maas–Waalkanaal, is het terrein heringericht. Bij de herinrichting is een deel van het terrein opgehoogd en is het bovenste deel van het bodemprofiel geroerd, maar niet zodanig dat het archeologisch sporenniveau volledig verdwenen is. De perceleringsgreppels en palenrijen die aangetroffen zijn bevestigen wat ook op historische kaarten te zien is, namelijk dat het akkerland in de 18e en 19e eeuw opgedeeld was in meerdere percelen.<br>Een zone met schopsteken in werkput 2 wijst er op dat de boer het desbetreffende perceel heeft omgespit om de bodemkwaliteit te verbeteren. Een cluster paalsporen dat in werkput 1 is aangetroffen, is mogelijk het restant van een kleine rechthoekige structuur uit de ijzertijd of de Romeinse periode, maar kan evengoed het restant van een beschoeiing of omheining zijn.<br>De vondstaantallen zijn relatief laag en de vondst categorieën zijn beperkt tot aardewerk, glas, baksteenfragmenten, munten, metaal en een pijpensteel. Dit vondstmateriaal dateert uitsluitend uit de nieuwe tijd. Na het aantreffen van een Franse brisantgranaat uit de Tweede Wereldoorlog werd rekening gehouden met het vinden van meer munitie of structuren uit deze periode. Er zijn echter geen sporen of structuren uit de Tweede Wereldoorlog aangetroffen. De vondsten uit deze periode zijn, naast de brisantgranaat, beperkt tot drie granaatscherven en een kogelhuls.<br>De sporen en vondsten die geassocieerd worden met de percelering en beakkering in de nieuwe tijd zijn gerekend tot vindplaats 1. De resterende sporen konden vanwege het ontbreken van dateerbaar materiaal niet gedateerd worden. Deze sporen kunnen ouder zijn en behoren tot vindplaats 2. Beide vindplaatsen worden beschouwd als niet-behoudenswaardig. <br>Het advies is dan ook om binnen het plangebied geen archeologisch vervolgonderzoek te laten plaatsvinden.</p>
提供机构:
gemeente Nijmegen
创建时间:
2018-12-05
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务