Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Broekweg 5 te Wichmond Gemeente Bronckhorst
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xcs-h2h9
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in overleg met dhr. D. Harmsen van FarmConsult, in opdracht van de heer Holtslag een archeologisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van de uitbreiding van het bestaande bedrijf aan Broekweg 5 te Wichmond. Er worden een ligboxenstal van 2.025 m² en twee sleufsilo’s van 720 m² gerealiseerd op het bestaande erf. De totale te ontwikkelen oppervlakte is 2.745 m². De exacte verstoringsdiepte van de stal is ca. 2,50 m-mv en van de sleufsilo’s ca. 1,00 m-mv. Voor de planontwikkeling dient het bestaande bouwblok in het bestemmingplan te worden aangepast en vergroot.Het plangebied heeft, op de archeologische beleidsadvieskaart van gemeente Bronckhorst, een hoge en middelhoge archeologische waarde (AWV-categorie 6 en 9) heeft. Daarbij is de hoogste waarde leidend voor het beleid (AWV-6). Archeologisch onderzoek is derhalve verplicht bij bodemingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm-mv.Aangezien het plangebied de vrijstellingsgrens overschrijdt bestaat onderhavig onderzoek uit een KNA conform Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterend fase) uitgevoerd door Hamaland Advies. Het bevoegd gezag, Gemeente Bronckhorst en de toetser namens de gemeente, de Omgevingsdienst Achterhoek, zullen de resultaten van het onderzoek toetsen.Conclusie Het bureauonderzoek toont aan dat er een hoge kans is op archeologische waarden in het plangebied vanaf het Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Er is een gerede kans op een bodemverstoring tot onder het archeologisch waardevol niveau door de bewerking van de grond tot een diepte van meer dan 0,50 m-mv. Het dekzand ligt in de omgeving op een diepte van 70 - 115 cm-mv.Op basis van het uitgevoerde booronderzoek kan geconcludeerd worden dat de bevindingen uit het bureauonderzoek juist zijn. Het bodemprofiel bestaat uit (de flank van) een dekzandrug, waarvan de basis bestaat uit verspoeld dekzand dat afgedekt wordt door een gemiddeld 90 cm dik pakket jonge rivierklei (zavel). De top van dit kleipakket is in de Moderne Tijd (20e eeuw) omgewerkt voor landbouwdoeleinden.Selectieadvies Doordat de top van de dekzandrug geërodeerd is als gevolg van overstromingen van de IJssel van voor de bedijking in de 14e eeuw, zijn eventuele vindplaatsen uit de Late Steentijd tot en met de 14e eeuw verloren gegaan. In het afdekkende pakket jonge rivierklei zijn geen bewoningsniveaus of archeologische indicatoren aangetroffen die verder teruggaan dan de 20e eeuw. Deze kunnen gerelateerd worden aan het agrarische gebruik van het huidige erf. Op grond van het ontbreken van archeologische vindplaatsen adviseren wij om geen vervolgonderzoek in het plangebied te laten uitvoeren. Tevens adviseren wij om de hoge archeologische verwachting voor het plangebied volgens de beleidskaart van gemeente Bronckhorst bij te stellen naar ‘laag’. Gezien de natte omstandigheden waarin de bodem is gevormd, zijn vondst- en/of spoorcomplexen in het plangebied uitgesloten.Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het selectieadvies is voorgelegd aan de gemeente Bronckhorst en haar toetser van de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA).Selectiebesluit De resultaten van dit onderzoek zijn op 18 juli 2016 door de bevoegde overheid (Gemeente Bronckhorst) en haar toetser, mevr. A. Lugtigheid-Hendriks van de ODA, beoordeeld. Bij het uitgevoerde booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren (vondsten, sporen en/of oude cultuurlagen) aangetroffen. De bodem binnen het plangebied blijkt voor een deel verstoord te zijn. Ook blijkt het gehele onderzoeksgebied een lagere, nattere ligging te hebben. De kans dat een archeologische vindplaats op de planlocatie aanwezig is, is om de hierboven genoemde redenen klein. Hierdoor is een archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Behoudens twee tekstuele opmerkingen die in deze definitieve rapportage verwerkt zijn, adviseert mw. LugtigheidHendriks, het bevoegd gezag (de gemeente Bronckhorst) om met dit advies in te stemmen en een conform selectiebesluit te nemen.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Ook wordt geadviseerd om de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Bronckhorst (de heer W. Hagens) hierover direct te informeren.
创建时间:
2024-01-31



