five

Bureauonderzoek en Waarderend booronderzoek Archeologie Plangebied Harinxmakade 5 t/m 10 en Singel 66 t/m 78 te Sneek gemeente Súdwest-Fryslân

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-x9t-thc9
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Dhr. W. Bekke van BJZ.nu Bestemmingsplannen een archeologisch Bureauonderzoek en Waarderend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Harinxmakade-Singel te Sneek gemeente Súdwest-Fryslân. Het plan behelst de nieuwbouw van 14 eensgezinswoningen met een totaaloppervlakte van 2.800m². Het bouwplan omvat de huisnummers Singel 66 t/m 78 en Harinxmakade 5 t/m 10. De nieuwe verstoringsdiepte is onbekend maar bedraagt tenminste ca. 0,80 – mv. Voor de ontwikkeling dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Voorafgaand aan de graafwerkzaamheden, dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden conform de Wet op de archeologische monumenten zorg (Wamz).Het plangebied betreft een zone waar gestreefd wordt naar behoud in situ, omdat het gebied ligt in de historische kern van Sneek en dus een archeologische waarde heeft. Het booronderzoek is dan ook waarderend. Uitgangspunt voor gemeentelijk beleid is de FAMKE, hierin staan vaak ook beleidsadviezen, zoals hoeveel boringen per ha noodzakelijk zijn. Het plangebied heeft op de FAMKE geen aanduiding voor de Steentijd en “Streven naar behoud” voor de Middeleeuwen. Hiervoor is bij ingrepen van meer 50m² een historisch en waarderend onderzoek noodzakelijk met 6 (Middeleeuwen) boringen per ha, waarbij duidelijk wordt wat de archeologische waarde van het plangebied is. Voor de zones van streven naar behoud is niet voorzien in een dergelijk plan van aanpak, omdat het doorgaans maatwerk betreft, bij voorkeur in overleg met een archeologisch adviseur van het bevoegd gezag.Tijdens dit overleg is gezien het oppervlak en de beperkte toegankelijkheid van het terrein door (beton en asfalt)verharding in eerste instantie gekozen voor een boorgrid van 6 boringen. Doordat het plangebied de vrijstellingsgrens overschrijdt is door Hamaland Advies een KNA conform Bureauonderzoek en Waarderend booronderzoek met 6 boringen per ha uitgevoerd waarbij een archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld, de intactheid van de bodem en de bodemopbouw is getoetst en archeologische vindplaatsen vast zijn gesteld.Conclusie BureauonderzoekOp grond van de bestudeerde bronnen kan geconcludeerd worden dat het plangebied een hoge trefkans heeft op archeologische resten uit de periode IJzertijd tot en met de Nieuwe Tijd. In de periode voor de IJzertijd is door de maritieme invloed het gebied niet of minder geschikt geweest voor bewoning/menselijke activiteit. De bodem is opgebouwd uit een kleiige laag van ca. 200cm met een veenlaag van 220cm op een zanddek. Door de stedelijke bebouwing vanaf de 10e eeuw is de natuurlijke bodemopbouw waarschijnlijk voor een deel verstoord.De aanbeveling luidt om in geval van planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening voor bodemingrepen vroegtijdig archeologisch onderzoek in de vorm van een inventariserend archeologisch veldonderzoek (Waarderende fase) uit te voeren met 6 boringen per ha. Dit advies is op 11 augustus telefonisch besproken met mw. drs. Y. Boonstra van gemeente Súdwest-Fryslân en akkoord bevonden. Afgesproken is dat er 6 boringen doorgezet worden tot in het archeologisch waardevolle pakket.Conclusie VeldonderzoekMaatgevend voor het nieuw te verstoren gebied zijn boring 1,2, 5 en 6. Hier zal de nieuwe bebouwing worden gerealiseerd. De overige boringen liggen op het binnenterrein van de nieuwe bebouwing waar uitsluitend lichte bebouwing wordt gerealiseerd (tuinen met schuurtjes en bergingen e.d.). In dit deel zijn boring 3 en 4 gezet. Boring 7 is gezet in het steegje tussen de bestaande bebouwing. Dit steegje is voor zover bekend altijd onbebouwd geweest en zal ook niet bebouwd gaan worden in de nieuwe situatie. Wel geeft deze boring een goed beeld van de oorspronkelijke bodemopbouw voordat het filiaal van Poisz gebouwd werd.Uit het veldonderzoek door middel van verkennende boringen blijkt dat de bodemopbouw in het nieuw te bebouwen deel van het plangebied tot op een diepte van circa 125 cm-mv bestaat uit diverse subrecente ophogingen die daarna overgaan in diverse stadsophogingen bestaande uit humeuze mestrijke kleilagen en grijze zandige kleilagen. Voor boring 1 is dit respectievelijk op 125 cm-mv, voor boring 2 is dit op 130 cm-mv, voor boring 5 is dit op 100 cm-mv en voor boring 6 is dit op 105 cm-mv.Daaronder wordt de (in oorsprong) middeleeuwse stadsophoging aangetroffen, waarvan de top vergraven is door o.a. de bouw van de (nog te slopen) Poisz en de aanleg van het parkeerterrein met nutsvoorzieningen. Op een diepte variërend van 160 cm-mv tot 190 cm-mv wordt de natuurlijke ondergrond aangetroffen die bestaat uit grijze iets zandige schelphoudende jonge zeeklei die tot de Formatie van Naaldwijk (Laagpaket van Walcheren) gerekend kan worden. In boring 5 is ook het daaronder aanwezige Hollandveenpakket aangetroffen dat tot de Formatie van Nieuwkoop gerekend kan worden. Vanaf 125 cm-mv is de oorspronkelijke bodemopbouw intact. In het plangebied zijn oude funderingen aangetroffen en een stadsophoging met vondstmateriaal uit de 16e en de 17e eeuw. De oude funderingsresten zijn aangetroffen op een diepte van 155 cm-mv. In boring 4 komt de top van de oorspronkelijke stadsophoging het dichtst aan het oppervlak op een diepte van 90 cm-mv. De stadsophoging heeft een oorsprong in de Late Middeleeuwen.Boring 7 is gezet in het steegje tussen de bestaande bebouwing aan de Singel en was bedoeld om een indruk te krijgen van een intact bodemprofiel, zodat sprake was van een referentiekader waaraan de andere boringen konden worden gerelateerd. Hier is de niet vergraven top van de stadsophoging al op een diepte van 40 cm-mv aangetroffen. Boring 7 is echter, zoals eerder vermeld, niet maatgevend voor de toekomstige verstoring, omdat deze buiten het te verstoren gebied ligt. Wel kan uit deze boring herleid worden dat de stadsophoging in de oorspronkelijke situatie (dus voor de bouw van het te slopen filiaal van Poisz) al direct onder de bouwvoor begon en dat de dikte van de stadsophoging aan de zijde van de Singel meer dan 2 meter bedraagt. Door de bouw van de Poisz en de aanleg van het bijbehorende geasfalteerde parkeerterrein is de bovenste meter van de oorspronkelijke stadsophoging vergraven c.q. verdwenen. Hiermee zijn vermoedelijk ook alle aanwezige archeologische resten van oudere stadsbebouwing zoals funderingen, kelders, waterputten e.d. tot op een diepte van 1 m-mv verdwenen. Diepere resten kunnen uiteraard wel bewaard gebleven zijn. Deze zijn ook aangetoond met behulp van het waarderend booronderzoek.SelectieadviesOp grond van het uitgevoerde veldonderzoek blijkt dat in het plangebied sprake is van aanwezigheid van een stadsophoging bestaande uit een mestrijk kleipakket met archeologische indicatoren zoals scherven aardewerk. Indien de bodemingrepen beperkt kunnen blijven tot een diepte van 1m-mv, dan is vervolgonderzoek niet noodzakelijk, omdat de bodemingrepen dan plaatsvinden in de subrecent geroerde bodem. Indien diepere bodemingrepen voorzien zijn, dan adviseren wij om ter plaatse van de nieuw te realiseren bebouwing een opgraving uit te voeren, omdat ter plaatse van de geplande nieuwbouw beneden 1m-mv sprake is van oude stadsgrond die zijn oorsprong heeft in de Late Middeleeuwen. Ter plaatse van de toekomstige binnenplaats met bergingen adviseren wij om de bodemingrepen te beperken tot 0,9m-mv om behoud van het bodemarchief te garanderen. In deze stadsgrond zijn funderingsresten van baksteen van de oorspronkelijke bebouwing aangetroffen. Deze bebouwing gaat minimaal terug tot in de 16eeeuw.VoorbehoudBovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Súdwest-Fryslân), die vervolgens een selectiebesluit neemt.SelectiebesluitDe resultaten en aanbevelingen uit dit rapport zijn in december 2014 getoetst door het bevoegd gezag, gemeente Súdwest-Fryslân en diens adviseur, mw. drs. Y. Boonstra. Door mevrouw Boonstra is aangegeven dat zij het op zich eens is met het advies voor vervolgonderzoek bij ingrepen dieper dan 1 m-mv, maar de diepte van vrijgave van het terrein tot 1 m onder maaiveld is nog niet voldoende onderbouwd. De opmerkingen op het conceptrapport zijn in dit definitieve rapport verwerkt. Ook de motivatie voor de vrijgave tot 1m-mv is in het definitieve rapport verder onderbouwd. Het aangepaste rapport zal opnieuw worden beoordeeld door het bevoegd gezag, voordat het bestemmingsplan verder in procedure wordt gebracht.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de verantwoordelijk beleidsadviseur archeologie van de gemeente Súdwest-Fryslân (mw. Y. Boonstra, e-mail: y.boonstra@sudwestfryslan.nl)
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务