Molenwiek Mijnsheerenland Archeologisch onderzoek in de plangebieden Molenwiek, Boomgaard en Ambacht. Mijnsheerenland, gemeente Hoeksche Waard. Resultaten van drie proefsleufonderzoeken (IVO-P) en een opgraving (DO)
收藏DataCite Commons2026-04-08 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/3IG8N5
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>BOOT Organiserend Ingenieursburo bv is in opdracht van de gemeente Hoeksche Waard betrokken bij de herontwikkeling tot woonlocaties van drie gebieden, Molenwiek aan de Molenweg, en Boomgaard en Ambacht aan de Elisabeth van Loonstraat, in Mijnsheerenland. De eerste twee boden tot voor kort plaats aan een basisschool, de laatstgenoemde aan een sporthal. Deze locaties zijn gelegen binnen een zone met een hoge archeologische verwachtingswaarde voor resten uit het Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. Aangezien de vrijstellingsgrenzen voor elk plangebied worden overschreden, is in 2016 een aanvullend gecombineerd bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd dat de hoge verwachting heeft bevestigd en verder gespecificeerd. Naar aanleiding van dit resultaat is door de gemeente besloten dat alle drie de plangebieden nader dienen te worden onderzocht door middel van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Deze onderzoeken zijn uitgevoerd door Vestigia, medio 2020. Na het uitgevoerde veldwerk is geconcludeerd dat: • De plangebieden Molenwiek en Boomgaard een behoudenswaardige vindplaats omvatten; • Dat daar verder onderzoek moet plaatsvinden in de vorm van een aanvullende opgraving; • Het aan te raden is om de gegevens van zowel de proefsleufonderzoeken als de opgravingen van de twee behoudenswaardige - en niet in situ te behouden - vindplaatsen in één integraal standaardrapport te presenteren. Op die manier blijft de informatie gebundeld en is de informatiewaarde groter, dan de som der delen van vijf individuele standaardrapporten. Het doel van de drie proefsleuvenonderzoeken was het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting uit het bureauonderzoek door het opsporen en het waarderen van eventueel aanwezige archeologische sporen en vondsten. Hiertoe zijn in het Programma van eisen (PvE) een aantal onderzoeksvragen geformuleerd. De doelstelling van de opgraving van de twee behoudenswaardige vindplaatsen in de plangebieden 'Molenwiek' en 'Boomgaard' was het veiligstellen van de sporen en vondsten. Ook hiervoor zijn in het PvE een aantal aanvullende onderzoeksvragen geformuleerd. Centraal daarin staat de vraag welke bijdrage deze archeologische sporen, vondsten en monsters leveren aan de bewoningsgeschiedenis en het gebruik van het landschap, met inbegrip van de waarnemingen tijdens de proefsleufonderzoeken in de plangebieden 'Molenwiek', 'Boomgaard' en 'Ambacht'. In dit rapport wordt verslag gedaan van de bevindingen uit alle vijf de uitgevoerde onderzoeken te samen. De archeologische proefsleuvenonderzoeken en de aanvullende waarnemingen via opgravingen op de locaties Molenwiek, Boomgaard en Ambacht hebben, ondanks de lastige werkomstandigheden en beperkingen rond de uitvoering van het veldwerk, een bijdrage geleverd aan een beter begrip van de landschapsontwikkeling en bewoningsgeschiedenis van Mijnsheerenland. Hoewel het resultaat van de opgravingen op de drie locaties zowel qua archeologische grondsporen, als traditioneel vondstmateriaal niet erg in het oog springend is, komt de kenniswinst vooral voort uit het gecombineerde archeobotanische - (pollen en macroresten) en dateringsonderzoek. Vooral het pollenonderzoek van stratigrafisch genomen grondmonsters op de locaties Boomgaard en Ambacht heeft een beter inzicht opgeleverd van de chronologische landschapsontwikkeling en afzettingsgeschiedenis na het einde van veengroei en de definitieve inpoldering en ontginning in de Late Middeleeuwen. Duidelijk is geworden dat het begin van de kleiige afzettingen moet worden gezocht in de Vroege IJzertijd en de opslibbing en sedimentatie met zavel, maar toch vooral vette klei is door gegaan tot diep in de Middeleeuwen. Ondanks de natte omstandigheden, vertoonde het landschap gedurende deze lange periode de nodige variëteit en valt een ontwikkeling te bespeuren, waarin het oorspronkelijke rivierbosrijke landschap geleidelijk steeds opener wordt. Ook waren er echter perioden, bijvoorbeeld na het einde van de Romeinse tijd, dat het bosgebied kon genereren. Of de meer open landschappen geheel aan de invloed van de mens te wijten zijn, is nog de vraag. Wel is het zo dat mogelijk in de Later IJzertijd en Romeinse tijd, maar zeker in de loop van de middeleeuwen het aandeel van cultuurgewassen en akker- en weidekruiden toenemen, wat kan duiden op periodieke menselijke aanwezigheid en agrarische exploitatie in de omgeving. Pas na de bedijkingen in de Late Middeleeuwen krijgt die bewoning een meer permanent karakter.Dankzij de betere duiding en datering van de kleisedimentatie in de ondiepere ondergrond van de drie plangebieden, is het bij toekomstig onderzoek in Mijnsheerenland en omgeving nu waarschijnlijk beter mogelijk nieuwe archeologische vindplaatsen of kansrijke bodemlagen in de juiste chrono-stratigrafische positie te plaatsen. Ook geven de resultaten uit Boomgaard aan dat met grondspoorconcentraties zonder begeleidend vondstmateriaal in de kleilagen met de nodige armslagen als aanwijzing voor bewoning moeten worden uitgelegd. Als het gaat om de meer concrete archeologische aanwijzingen voor bewoning in de plangebieden zelf, bestond na het proefsleuvenonderzoek het vermoeden dat met name op de locatie Boomgaard sprake was van bewoning in de Romeinse tijd en/of Vroege Middeleeuwen. De aanvullende opgraving en de analyse van de genomen grondmonsters heeft echter uitgewezen dat de in het vlak aangetroffen verkleuringen niet toegeschreven kunnen worden paalsporen of kuilen te associëren met menselijke bewoning of andere activiteiten. Ze moeten gezien worden als natuurlijke fenomenen. Ook op de locatie Ambacht is waarschijnlijk geen sprake geweest van bewoning, hoewel het gebied in de middeleeuwen en Nieuwe tijd waarschijnlijk wel als weidegrond in gebruik is geweest. Een bewerkt stuk hout dieper in de kleiafzettingen toont aan dat het gebied ook in de Late IJzertijd of Romeinse tijd door mensen bezocht is , en dus ook toegankelijk was. Iets vergelijkbaars geldt waarschijnlijk ook voor het gebied Boomgaard in de Romeinse tijd, getuige de twee fragmenten van een Romeinse Kruikamfoor, die daar zonder verdere archeologische context in het kleidek zijn aangetroffen. De duidelijkste aanwijzingen voor (nabije) bewoning stammen uit het plangebied Molenwiek. In de slootvulling aan de westelijke rand van het plangebied was sprake van een duidelijke concentratie bewoningsafval. Hoewel de sloot in eerste aanleg ouder is, dateert het vondstmateriaal vooral uit de 2e helft van de 17e en uit de 18e eeuw. Mogelijk fungeerde de sloot, samen met de naastgelegen Molenweg, als een van de centrale assen bij de dorpsontwikkeling van Mijnsheerenland sinds de late Middeleeuwen. Het vondstmateriaal toont tevens aan dat de bewoners van de boerderij die in de buurt moet hebben gestaan, in de 17e en 18e eeuw een zekere welstand moeten hebben gekend.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-04-08



