five

Bureauonderzoek Archeologie Plangebied achter Hoogstraat 143 te Eindhoven, gemeente Eindhoven

收藏
DataCite Commons2026-04-21 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/EBE6NK
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van initiatiefnemer een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied achter Hoogstraat 143 te Eindhoven, gemeente Eindhoven. De aanleiding voor het onderzoek vormt het voornemen van de initiatiefnemer om de bestaande garage in het plangebied om te bouwen en te vergroten teneinde deze te kunnen gebruiken als woonhuis met geschakelde berging aan de oostkant. Het nieuwe woonhuis met berging heeft een oppervlakte van ca. 91,85 m2 en wordt op stroken gefundeerd waarvan de onderkant op een diepte van 1,1 m -mv (met werkvloer ca. 1,15-1,2 m -mv) komt te liggen. Onder het oostelijke deel van het nieuwe woonhuis is een kelder met een oppervlakte van ca. 40,3 m2 gepland, de onderkant van de keldervloer komt op een diepte van ca. 2,15 m -mv (met werkvloer ca. 2,20-2,25 m -mv) te liggen. De vuilwaterafvoer van het nieuwe woonhuis zal aan de zuidkant worden aangesloten op de gemeentelijke riolering in de Jan van Boendalelaan. Ten behoeve van de aansluiting zal voorlangs de westelijke en zuidwestelijke gevel een nieuw riool worden aangelegd op een diepte van minimaal 0,7 m -mv. De hemelwaterafvoer van het woonhuis zal via buizen onder het huis door worden aangesloten op een complex infiltratiekratten in de voortuin ten westen van het woonhuis. De afvoer loopt van de berging via een uitpandige buis op een afstand van ca. 0,2 m langs de zuidoostelijke en ca. 0,5 m langs de zuidelijke gevel van het woonhuis De aanlegdiepte van de HWA-leidingen is 0,5 m -peil/ca. 0,45 m -mv. Het complex infiltratiekratten heeft een oppervlakte van 6,5 m2 en wordt op een nader te bepalen diepte tussen 0,3 m -mv en 1,3 m -mv geplaatst (onderkant op ca. 0,7-1,7 m -mv, met werkvloer ca. 0,8-1,8 m -mv). De overstort van de infiltratiekratten zal worden aangesloten op de bestaande riolering in de Jan van Boendalelaan. Informatie met betrekking tot de aansluiting op het elektriciteits- en communicatienet is in dit stadium van de planvorming nog niet beschikbaar. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 154,75 m2. De voorgenomen bodemingrepen beslaan ca. 70-73% (ca. 107-112,5 m2) van het plangebied. Volgens het vigerende bestemmingsplan Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 2020 van de gemeente Eindhoven geldt voor het plangebied m.u.v. een ca. 1,25 m brede strook langs de oostelijke rand ervan de dubbelbestemming Waarde – Archeologie – 1 (hoge archeologische verwachting). In gebieden met deze dubbelbestemming is archeologisch vooronderzoek verplicht bij grondroerende werkzaamheden met een oppervlakte van 100 m2 of meer die dieper reiken dan 0,5 m -mv. Daarnaast valt het gehele plangebied in een zone met de dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie – 2. Voor deze zone zijn geen (extra) maatregelen met betrekking tot archeologisch (voor-)onderzoek geformuleerd. Volgens het recente ontwerp-bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie 2023 ligt het plangebied in een zone met de dubbelbestemming Waarde – Archeologie – 4 (hoge archeologische verwachting, historische kern). Volgens dit bestemmingsplan is archeologisch vooronderzoek verplicht bij grondroerende werkzaamheden met een oppervlakte van 100 m2 of meer die dieper gaan dan 0,3 m -mv. Voor de geplande ontwikkeling is volgens informatie van de initiatiefnemer een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk.1 De ontwikkeling dient derhalve getoetst te worden aan het archeologiebeleid van de gemeente Eindhoven, in casu het ontwerp-bestemmingplan Paraplubestemmingsplan Archeologie 2023. Vanwege de overschrijding van de vrijstellingsgrenzen uit dit ontwerp-bestemmingsplan is door Hamaland Advies voor de geplande ontwikkeling een KNA 4.1-conform bureauonderzoek uitgevoerd volgens BRL SIKB protocol 4002 en een verkennend booronderzoek conform BRL SIKB protocol 4003. Conclusie bureauonderzoek De ondergrond van het plangebied bestaat uit dekzand en overige periglaciale afzettingen van laat-pleistocene ouderdom (BX4: Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden en Formatie van Boxtel ongediff.) die vermoedelijk worden afgedekt door een ca. 1,0 m dik pakket antropogeen opgebrachte grond, mogelijk in de vorm van een esdek. Geomorfologisch ligt het plangebied op een dekzandrug, bodemkundig is vermoedelijk sprake van een hoge zwarte enkeerdgrond in leemarm en zwak lemig fijn zand (zEZ21). Het grondwater wordt op een diepte vanaf 1,5 m -mv verwacht. De binnen een straal van ca. 500 m rondom het plangebied bekende resten duiden op (discontinue) bewoning en/of (agrarisch) landgebruik vanaf het midden-neolithicum B – laat-neolithicum A. Het merendeel van de tot dusver bekende archeologische resten valt in de periode late middeleeuwen B en nieuwe tijd hetgeen overeenkomt met de geschreven bronnen en de datering van het AMK-terrein waarbinnen het plangebied ligt (AMK-nr. 16848, Blaarthem, hoge archeologische waarde, nederzettingtweede helft van de 16e eeuw mogelijk op de grens van verspreide bebouwing en (agrarisch) land lag en vanaf de vroege 19e eeuw tot ca. medio 20e eeuw in gebruik is geweest als bouwland en evt. moestuin. De oudste bekende bebouwing binnen het plangebied is de huidige garage welke vanaf 2006 op luchtfoto’s is te zien. Voor het plangebied geldt volgens het uitgevoerde bureauonderzoek een middelhoge verwachting op archeologische resten van bewoning en/of landgebruik vanaf het laat-paleolithicum t/m het midden-neolithicum A en een hoge verwachting op resten van bewoning en/of (agrarisch) landgebruik, perceelsgreppels en wegen/infrastructuur vanaf het midden-neolithicum B t/m de late middeleeuwen. Voor de nieuwe tijd geldt een hoge verwachting op resten van (agrarisch) landgebruik, perceleringen en wegen/infrastructuur en een lage tot middelhoge verwachting op resten van bebouwing. De verwachting voor de recente tijd is hoog m.b.t. elementen van de erf- c.q. tuininrichting en de bestaande garage. Hoewel voor de Tweede Wereldoorlog in beginsel een hoge verwachting geldt, kan deze voor het plangebied naar verwachting worden bijgesteld naar laag tot middelhoog omdat het gebied pas na de Tweede Wereldoorlog tot woonwijk is ontwikkeld, waarbij met name het verder van de Hoogstraat af gelegen terrein is bebouwd. Eventuele resten uit de nieuwe tijd kunnen vanaf maaiveld, resten uit de late middeleeuwen tussen het maaiveld en ca. 1,0 m mv worden verwacht. Oudere archeologische resten uit de periode t/m de vroege middeleeuwen bevinden zich naar verwachting op/in de top van de Formatie van Boxtel op een diepte van ca. 1,0 m -mv. Conclusie booronderzoek In het hele plangebied is sprake van een ca. 0,9 tot 1,5 meter dik recent (20e/21e eeuw) omgewerkt pakket van zwak tot matig siltig grijs, geel en bruin gevlekt zand met modern baksteen- en betonpuin. Vermoedelijk is dit verstoringspakket gerelateerd aan de aanleg van de woonwijk en/of de inrichting van het plangebied als tuin van Hoogstraat 143 in de tweede helft van de 20e eeuw. Het verstoringspakket gaat scherp over in zwak siltig geel dekzand met roestvlekken (C-horizont). Tijdens het verkennend booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren of archeologische lagen aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Hierbij dient opgemerkt te worden dat het niet het doel is van een verkennend booronderzoek om archeologische vindplaatsen op te sporen. De archeologische verwachting voor het plangebied kan bijgesteld worden naar laag met als indicatie ‘verstoord’. Selectieadvies Op basis van het ontbreken van intacte bodems in het plangebied wordt de kans dat bij de beoogde bodemingrepen archeologische resten verloren gaan laag ingeschat. Hamaland Advies adviseert het plangebied vrij te geven voor de beoogde ontwikkelingen. Selectiebesluit Op basis van de resultaten van het veldonderzoek heeft het bevoegd gezag (mw. J. Bosman namens gemeente Eindhoven) op 6 februari 2024 een selectiebesluit genomen. “Ik heb de rapportage nogmaals bekeken met de vraag of de resultaten van het booronderzoek aanleiding geven om een verstoorde bodem te veronderstellen. Daaruit kwam naar voren dat de veronderstelde natuurlijke bodem van het profielputje geen onverstoorde bodem laat zien. Op basis hiervan kan ik meegaan in het argument dat de kans groot is dat het archeologisch niveau niet meer intact is.” Op basis hiervan is besloten dat vervolgonderzoek niet meer noodzakelijk is. Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de stadsarcheoloog van Eindhoven, dhr. drs. P. de Boer.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-04-20
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务