Alde Steeg te Beuningen fase II
收藏资源简介:
<p>In opdracht van Zorggroep Maas en Waal,is er een archeologische begeleiding conform protocol opgraven op de locatie Alde Steeg te Beuningen uitgevoerd. De aanleiding tot het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen sloop en nieuwbouw van een zorgcentrum<br>in het onderzoeksgebied. De diepte van de verwachte bodemverstoringen bedraagt ca.1 m beneden maaiveld. Het hiermee gepaard gaande grondverzet vormt een bedreiging voor de in de ondergrond verwachte archeologische waarden. Aangezien behoud in situ niet mogelijk is, dient voorafgaand aan deze werkzaamheden archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd in het kader van het traject van Archeologische Monumenten Zorg (AMZ).</p><p>Het veldwerk is tussen 10 maart 2015 en 10 april 2015 uitgevoerd.</p><p>Doelstelling Archeologische Begeleiding<br>Het doel van de archeologische begeleiding onder protocol opgraven is het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van eventuele vindplaatsen voor zover deze door de voorgenomen <br>bodemingrepen met verstoring bedreigd worden, om daarmee informatie te behouden (behoud ex situ) die van belang is voor kennisvorming over het verleden. </p><p>Het onderzoeksdoel is eveneens vaststellen hoe de mogelijke vindplaats(en) informatie kan (/kunnen) bieden ten aanzien van vragen gesteld in de NOaA. Dit kan met name in hoofdstuk 18 (De Romeinse tijd in het<br>Midden-Nederlandse rivierengebied en het Zuid-Nederlands dekzand- en lössgebied), en hoofdstuk 21 (Het rivierengebied in de middeleeuwen en vroeg moderne tijd).</p><p>Gevolgde onderzoeksmethode<br>Er zijn drie werkputten die met de bouwblokken 2,3 en 6 qua ligging overeenkomen volledig onderzocht. In alle werkputten is minimaal een vlak op het niveau waarop sporen zichtbaar waren aangelegd. In werkput 2 is deels een tweede vlak aangelegd. Alle sporen zijn gedocumenteerd en conform het PvE en de afspraken met de bevoegde overheid en de opdrachtgever onderzocht. Waterputten zijn niet bewerkt vanwege de lage grondwaterstand en de mogelijke schadelijke invloed van diepe coupes op de capillaire werking van het grondwater. Ten behoeve van het fysisch-geografisch onderzoek zijn profielkolommen gedocumenteerd. De<br>werkputten zijn na afronding van het onderzoek onmiddellijk voor de geplande werkzaamheden vrij gegeven.</p><p>Naast het opgraven van de toekomstige bouwblokken is de sloop van de ondergrondse funderingen van de voormalige gebouwen begeleid.</p><p>Resultaten<br>Het onderzoek heeft in het bijzonder sporen opgeleverd die volgens de opgraver niet op het eerste gezicht als klassieke nederzettingskuilen kunnen worden geïnterpreteerd. Al tijdens de opgraving werd zich afgevraagd wat er op de locatie is gebeurd. Er zijn uiteraard de te verwachten sporen bestaande uit waterputten en paalkuilen aangetroffen, maar de grootste groep van sporen bestaat uit grote onregelmatige kuilen met een homogene vulling die tot op het grind reikt. Er konden geen structuren worden vastgesteld. De in clusters liggende grote kuilen zijn als materiaalwinningskuilen geïnterpreteerd. De interpretatie wordt in het rapport onderbouwd door opgravingen uit het Duitse Rijnland. Net als bij eerdere opgravingen in Beuningen is de<br>datering van de sporen lastig. Dit kan met de interpretatie dat in het plangebied materiaalwinning plaatsvond goed worden verklaard.<br>Het is wenselijk om samen met collega’s die in Beuningen werken bijeen te komen en de aangetroffen situatie verder te bespreken. Hiervoor wordt dit rapport, waarin uiteraard de vondsten op de gebruikelijke manier uitgewerkt zijn, als mogelijk startpunt gezien.</p>



