Transect-rapport 2080: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Oosterhout, Bouwlingstraat 83. Gemeente Oosterhout.
收藏DANS Data Station Archaeology2019-03-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2BP-CR2B
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In februari 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Bouwlingstraat 83 in Oosterhout (gemeente Oosterhout). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de verbouwing van de bestaande woning tot appartementencomplex. Bij de verbouwing wordt mogelijk een deel van het bestaande gebouw gesloopt en zal er een groter deel worden aangebouwd. </p><p>In het plangebied geldt in het vigerende bestemmingsplan ‘Slotjes West’ (2017) een dubbelbestemming Waarde Archeologie. Een archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm -Mv. Dit betekent dat gezien de omvang (circa 750 m2) van de voorgenomen bodemingrepen archeologisch vooronderzoek nodig is.</p><p>Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase.<br>Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit divers voorhanden historisch kaartmateriaal. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geologisch-geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd. </p><p>Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O).</p><p>Conclusie<br>• Op basis van het bureauonderzoek is een middelhoge verwachting opgesteld voor archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen. Deze verwachting is gebaseerd op het mogelijk intact zijn van de top van het dekzand. De verwachting op archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd is als laag ingeschat, vanwege de ligging van het plangebied op een stuifduin die in ieder geval tijdens de Late Middeleeuwen actief heeft verstoven. Dit is gebaseerd op de aanwezigheid van zandweringen vanaf de 13de-14e eeuw ten noorden van het plangebied. Op historisch kaartmateriaal is te zien dat het plangebied vanaf de 19de eeuw in gebruik is geweest als bos en het is pas bebouwd sinds de huidige woning. Het is onbekend wanneer de stuifzandduin als het ware inactief is geraakt. Het is echter niet de verwachting dat deze bij het omliggende akkercomplex is getrokken. De ondergrond zal te voedselarm zijn voor bouwland en ligt te hoog en te droog. De verwachting op archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd is hierom laag. <br>• Op basis van het uitgevoerde booronderzoek kan worden vastgesteld dat er, binnen het toekomstige bouwvlak, op en in de stuifzandberg geen archeologisch relevante lagen aanwezig zijn. De top van het dekzand is mogelijk slechts deels intact en daarnaast is bij een proefsleuvenonderzoek direct ten oosten van het plangebied geen archeologische sporen of vondsten uit oudere periodes dan de ontginningen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd aangetroffen, wat de kans zeer klein maakt dat hier binnen het plangebied wel sprake van is. Ook in de wijdere omgeving zijn dergelijke archeologische vindplaatsen niet bekend. De verwachting voor archeologische waarden op de top van het dekzand kan daarmee ook naar laag worden bijgesteld voor het toekomstige bouwvlak. In de rest van het plangebied blijft de middelhoge verwachting uit het bureauonderzoek gehandhaafd</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-04-01



