Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Professor Reinwardtlaan nabij 18a te Utrecht, gemeente Utrecht (UT)
收藏DANS Data Station Archaeology2021-12-09 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XNA-2MN7
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in augustus en september 2021 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Professor Reinwardtlaan nabij 18a te Utrecht. Het onderzoek vond plaats in verband met de wijziging van een bestemmingsplan in het kader van de bouw van twee woningen Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Hieruit blijkt dat de diepte van het dekzandlandschap op de locatie van het plangebied nog niet goed in kaart is gebracht. Daarom kan een dekzandrug of -kopje aanwezig zijn met mogelijke bewoningsresten uit het Mesolithicum of Neolithicum. Een eventuele archeologische vindplaats zal zich manifesteren als een vondst-spreiding van vuursteenartefacten en houtskool met een lage vondstdichtheid in de bodem en in de top van het dekzandpakket. Naar verwachting is dit niveau door een bedekking met een veenpakket en een laag komklei goed bewaard gebleven. Op basis van het historische kaartmateriaal worden in het plangebied geen resten van historische bebouwing verwacht; dit gedeelte van de historische as van het Zwarte Water lijkt langdurig in gebruik als weiland te zijn geweest. De voornaamste weg bevond zich ten zuiden van het Zwarte Water, dus aan de andere kant van de watergang ten opzichte van het plangebied. Daarom wordt de kans op archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd klein geacht. Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Uit het booronderzoek blijkt dat de oorspronkelijke bodemopbouw van het plangebied bestaat uit een laag komklei, op veen, op dekzand. De top van het dekzandpakket op ca. 150 tot 195 cm -mv is het enige overgebleven potentiële archeologische niveau. Op basis van het historische kaartmateriaal en de bodemopbouw van komklei op veen in de bovengrond worden in de bovengrond geen archeologische waarden verwacht. Vanwege de relatief hoge ligging van het dekzand is de kans op archeologische waarden uit het Mesolithicum of Neolithicum groot. In het gebied zijn geen bedding- oever- of restgeulafzettingen aangetroffen. Het Zwarte Water lijkt ter hoogte van het plangebied een gegraven watergang te zijn. Op basis van het uitgevoerde booronderzoek kan een potentieel archeologisch niveau uit het Mesolithicum of het Neolithicum aanwezig zijn in de top van het dekzandpakket. Dit niveau ligt op ca. 150 tot 195 cm -mv. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd als dieper gegraven wordt dan 120 cm -mv. Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren conform protocol 4003 IVO (landbodems). Het type onderzoek is afhankelijk van de diepte, omvang en locatie van een eventuele diepe ingreep. Door het inslaan van heipalen kan het archeologisch niveau in de top van het dekzand verstoord worden. Daarom is het beter als de heipalen gestort worden of als de gaten voor de heipalen voorgeboord worden. Volgens de handreiking archeologie-vriendelijk bouwen is een afstand van 4 m tussen twee heipalen benodigd. De implementatie van dit advies is overgenomen door de gemeente Utrecht, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer Daniël Stiller. Mochten bij graafwerkzaamheden ondieper dan 120 cm -mv onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.</p>
提供机构:
Laagland Archeologie
创建时间:
2021-12-10



