Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek verkennende fase Gooijerdijk NVO Wasmann te Doorn
收藏DANS Data Station Archaeology2013-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZEQ-S2TR
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>De natuurlijke ondergrond bestaat over het algemeen uit goed gesorteerd zeer fijn zand. In de boringen 4-6, 10 en 11 was het zand matig gesorteerd en voelde wat scherp aan. Het zand is geïnterpreteerd als dekzand, waarbij in de boringen 4-6, 10 en 11 sprake is van mogelijke verspoeling van het dekzand en bijmenging met grover materiaal Gezien het feit dat het westelijke deel (boring 1-6) van het plangebied laag gelegen is betreft het een dekzandvlakte. Het oostelijke deel (boring 7-13 is hoger gelegen en betreft een gordeldekzandwelving. In de boringen 3, 5, 11 en 13 was de bodem tot een diepte van respectievelijk 75 cm, 75 cm, 80 cm en 110 cm beneden maaiveld verstoord. Voor zover de bodem niet was verstoord(boring 3, 5, 11 en 13) zijn in het plangebied enkeergronden (boring 2, 7, 8, 9 en 10) dan wel A op C bodems (boring 1,4 en 6) aangetroffen. De enkeerdgronden zijn voornamelijk aangetroffen in het wat hoger liggende deel van het plangebied (met uitzondering van boring 2) dat uit bos bestaat. Hier is een 15-60 cm dikke Aap-horizont aanwezig met daaronder meestal een 15-30 cm dikke Aa-horizont (uitzondering is boring 7 waar onder Aap-horizont een BC-horizont is aangetroffen), die rust op de C-horizont. In het lager liggende deel van het plangebied (boring 1-6) zijn vooral zogenaamde A op C bodemprofielen aangetroffen. De bovengrond bestaat uit een 35-45 cm dikke Ap-horizont , die al dan niet via een menglaag van de Ap- en C-horizont overgaat in de C-horizont. Tot bovenin de Ap-horizont zijn ijzervlekken waargenomen, wat duidt op een zeer natte situatie van dit deel van het plangebied, wat ook kan worden afgeleidt uit de grote hoeveelheid aanwezige sloten. De enkeerdgrond in boring 2 wordt eerder toegeschreven aan een eenmalige antropogene ophoging , dan dat hier sprake is van een echte enkeerdgrond, gezien de ligging in de laag gelegen zone.</p><p>In boring 3, 5, 11 en 13 is een verstoord bodemprofiel aangetroffen, waarin de grondlagen waren vermengd en een gevlekt uiterlijk hadden. De verstoring reikt tot respectievelijk, 75 cm, 75 cm, 80 cm en 110 cm beneden maaiveld. Bij boring 3 betreft het een slootvulling, de aard van de verstoringen in de andere boringen is onduidelijk. De omvang van de verstoringen zijn waarschijnlijk zeer lokaal, hoewel dat niet met zekerheid kan worden bepaald, omdat daar de boordichtheid niet groot genoeg voor was.</p><p>Op grond van de landschappelijke ligging binnen een gordeldekzandwelving kunnen in het oostelijke deel (boring 7-13) van het plangebied nederzettingsresten vanaf het Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen aanwezig zijn. Deze kunnen in de gehele zone vanaf de onderzijde van het enkeerddek worden verwacht en een omvang hebben van enkele honderden vierkante meters tot meer dan een hectare. In het westelijke deel (boring 1-6) van het plangebied zijn laatmiddeleeuwse ontginningssporen (cope-ontginning) aanwezig in de vorm van dichtgegooide sloten, die ZW-NO zijn georiënteerd. </p><p>In het westelijke deel van het plangebied zijn laatmiddeleeuwse ontginningssporen aanwezig in de vorm van sloten. Aangezien deze verkavelingswijze overal ten zuidwesten van het plangebied aanwezig is, lijkt ons de geringe verstoring die plaatsvindt bij de aanleg van de natuurvriendelijke oevers geen reden voor vervolgonderzoek. Een eventueel vervolgonderzoek zal waarschijnlijk ook niet leiden tot nieuwe inzichten. In het oostelijke deel van het plangebied kunnen bewoningssporen vanaf het neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen aanwezig zijn. Voor dit deel van het plangebied wordt een archeologische begeleiding van de ontgravingswerkzaamheden aanbevolen</p>
提供机构:
Archeodienst Gelderland BV
创建时间:
2013-01-01



