Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen Schildstraat 29 te Erp
收藏Mendeley Data2024-03-27 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zmg-zj37
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Op 21 april 2016 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Schildstraat 29 te Erp. Het doel van het booronderzoek is de in het bureauonderzoek opgestelde specifieke verwachting te toetsen. Aan de hand van deze gegevens kunnen vervolgens adviezen over de aanwezige archeologische resten, of vervolgtraject worden opgesteld.De jager-verzamelaars uit het paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen, bij voorkeur in de buurt van (open) water. Water was een belangrijk gegeven, niet alleen voor het lessen van de dorst, nabij water heerst er ook een grotere biodiversiteit. Dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel. Volgens de geomorfologische en de gemeentelijke Archeolandschappelijke eenhedenkaart kaart ligt het plangebied op een dekzandrug, op circa 200 meter ten zuiden van het plangebied ligt het beekdal van de Aa. Dergelijke locaties in de directe nabijheid van lager gelegen watervoorzieningen zijn aantrekkelijke locaties voor jager-verzamelaars. In de omgeving van het plangebied zijn zowel in als bij het beekdal enkele vuurstenen afslagen bekend uit de periode mesolithicum – neolithicum. Daarom geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum, mesolithicum en neolithicum. Binnen het plangebied worden enkeerdgronden verwacht. Deze gronden hebben een plaggendek met een conserverende werking van eventueel aanwezige archeologische resten. Resten uit de genoemde perioden worden onder dit plaggen- of esdek of in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, artefacten van vuursteen.Vanaf het (laat-)neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door sedentaire nederzettingen. In de beginperiode stapt men geleidelijk over naar landbouw en veeteelt. De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren. Voor de watervoorziening worden waterputten gegraven. Vanaf het (laat-)neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen heeft men nog steeds een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden. De ligging op de hogere zandgronden nabij het beekdal van de Aa blijft een aantrekkelijke vestigingsplaats voor agrarische bewoning, al zal men de voorkeur hebben gegeven aan de hoger gelegen (centrale) delen van de dekzandruggen. In de omgeving van het plangebied en binnen dezelfde landschappelijke setting, zijn vondsten bekend die terug kunnen gaan tot de periode ijzertijd. Aan het plangebied wordt een middelhoge verwachting toegekend voor zowel vindplaatsen uit de periode (laat-)neolithicum tot en met de bronstijd als voor vindplaatsen uit de ijzertijd tot en met de vroege middeleeuwen. Resten uit deze perioden worden onder het plaggen- of esdek of in de oorspronkelijke bodem verwacht en bestaan uit een cultuurlaag, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen of gebruiksvoorwerpen. Het plangebied ligt aan de Schildstraat en maakt onderdeel uit van de historische bebouwing behorend bij de nederzetting Erp. Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat in ieder geval het begin van de 19e eeuw meerdere bebouwing aanwezig is aan genoemde straat. Uit het huizenonderzoek dat bij Erthepe gedaan is blijkt dat er zelfs al vanaf het begin van de 18e eeuw bebouwing was nabij het terrein. Ook in het zuidwestelijke deel van het plangebied is bebouwing aanwezig. Het betreft waarschijnlijk een boerderij. Deze bebouwing blijft ook aanwezig op latere kaarten uit de 19e en de 20e eeuw. In 1932 wordt het huidige woonhuis binnen het plangebied gerealiseerd en zal de voormalige bebouwing zijn gesloopt. Gezien de ligging aan de historische Schildstraat en de mogelijke voorgangers van de voormalige bebouwing binnen het plangebied, die tot in de (late) middeleeuwen terug kunnen gaan, geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Resten worden verwacht vanaf het maaiveld.Op basis van het uitgevoerde verkennend booronderzoek kan worden gesteld dat de bodem binnen het plangebied is verstoord tot minimaal 100 centimeter –mv, soms zelfs tot 215 centimeter –mv. Hierbij ontbreekt 40 tot 140 centimeter van de C-Horizont. Met deze reden zullen archeologische resten, indien aanwezig, niet langer in situ worden aangetroffen. De voorgenomen werkzaamheden vormen derhalve geen bedreiging voor het bodemarchief, zodat het advies luidt dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is.Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Hoewel klein kan de aanwezigheid van archeologische sporen of resten nooit volledig worden uitgesloten. Indien in het plangebied toch archeologische sporen of resten worden aangetroffen dient hiervan melding te worden gemaakt bij de Minister van OCW (in de praktijk de RCE) of zoals gangbaarder is bij de gemeente Veghel conform artikel 53 van de Monumentenwet 1988.
创建时间:
2023-06-28



