five

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase De Ruijterstraat 9 te Rijnsburg, gemeente Katwijk (ZH) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase De Ruijterstraat 9 te Rijnsburg, gemeente Katwijk (ZH)

收藏
DANS Data Station Archaeology2024-04-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XZD-MMVK
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in november 2022 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan De Ruijterstraat 9 te Rijnsburg. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.<br>Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.<br>Op basis van het bureauonderzoek is de archeologische verwachting is middelhoog voor archeologische resten vanaf het Laat-Neolithicum tot Midden-Bronstijd. Wel zijn eventuele archeologische resten uit deze perioden waarschijnlijk op grote diepte te verwachten in de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer. Vanaf de Midden-Bronstijd tot Nieuwe tijd geld er een hoge archeologische verwachting. Het plangebied is namelijk grotendeels gelegen op de Oude Rijn estuary (North) en representeert de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren. Het westelijke plangebied heeft vanwege de ligging echter een middelhoge archeologische verwachting vanaf de Late Middeleeuwen. Dit deel ligt binnen de (overstoven) post-Romeinse bedding Oude Rijn. Het gaat mogelijk een om een gestapeld landschap, waarbij de diepteligging van eventueel aanwezige vindplaatsen kan variëren. Het Laagpakket van Walcheren dat mogelijk vanaf de Midden-Bronstijd is afgezet, kende een aantal perioden van depositie en non-depositie. Na de sedimentatie bij zee-inbraken, volgde er rustigere perioden van non-depositie, waarbij bodemvorming (laklagen) of veengroei kon optreden (afhankelijk) van de waterhuishouding. Met name rond de niveaus van dergelijke laklagen kunnen vindplaatsen aanwezig zijn. Deze kunnen zich op verschillende diepte bevinden. Als er afzettingen van een post-Romeinse bedding aanwezig zijn, zonder dat het overstoven is, zijn eventuele archeologische resten te verwachten in de top van de natuurlijke ondergrond, mogelijk dicht onder het maaiveld onder een bouwvoor of eventuele ophogingslaag. Voor de bouw van de school in 1956 is het plangebied aldoor onbebouwd geweest en voornamelijk in gebruik geweest als bouwland. Mogelijk heeft een gedeeltelijke verstoring plaatsgevonden bij de nieuwbouw en verschillende uitbreidingsfasen.<br>Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.<br>Bij het Inventariserend Veldonderzoek – verkennende fase is een intacte bodemopbouw in kwelderafzettingen op strandvlakteafzettingen aangetroffen, met een A-horizont die qua dikte volgens de bodemclassificatie nog deels voldoet als tuineerdgronden. In de kwelderafzettingen en net boven de strandvlakteafzettingen is een laklaag aangetroffen en zijn verschillende archeologische indicatoren in de laklaag of net erboven aangetroffen. Vanwege de aanwezigheid van een laklaag bovenop de strandvlakteafzettingen of net erboven is de verwachting ook hoog voor het Laat-Neolithicum tot Midden-Bronstijd. Deze archeologische indicatoren bestaan voornamelijk uit houtskool, maar er is ook een roodbakkend aardewerkfragmentje gevonden, dat mogelijk uit het begin van de 13e eeuw dateert. De top van het bovenste archeologische niveau (kwelderafzettingen) begint op 0,05 m -NAP (42 à 70 cm -mv).<br>Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems) als de bodemingrepen tot 0,25 m +NAP (12 à 40 cm -mv) reiken, waarbij voor de zekerheid een marge van 30 cm wordt aangehouden.<br>Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).1 De proefsleuven kunnen rondom de bestaande bebouwing worden aangelegd. Bij een 10% dekking gaat het om ongeveer 6 proefsleuven met een breedte van 2 m en een lengte van 25 m. De definitieve positionering en maten van de geadviseerde sleuven is uiterlijk afhankelijk hoe deze kunnen ingepast op het terrein.<br>Dit is een advies. Het nemen van een besluit voor het vervolg ten aanzien van het archeologische traject is aan het bevoegd gezag, de gemeente Katwijk.</p>
提供机构:
Laagland Archeologie VOF
创建时间:
2024-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务