Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van herinrichting van het verblijfsrecreatiepark Bospark Ede te Ede, gemeente Ede
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xaf-37dh
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd in een plangebied aan de Zonneoordlaan 41 te Ede, gemeente Ede. Binnen het plangebied is een verblijfsrecreatiepark gevestigd waar een herinrichting plaats zal vinden. De definitieve plannen zijn nog niet uitgewerkt (in de vorm van een bestek). Tijdens deze herinrichting zullen de volgende werkzaamheden worden verricht:• Entree van het park wordt vernieuwd • Zwembad wordt mogelijk iets verlegd • Deel van het park wordt heringericht. Voor deze herinrichting zal rekening moeten worden gehouden met:1. Ontgraven voor wegen: 30-40 cm beneden maaiveld2. Ontgraven voor riool en kabels en leidingen: tot ca. 1.50 m beneden maaiveld3. Ontgraven voor bouwcunet recreatieverblijven: tot ca. 60 cm – maaiveld De totale oppervlakte van het plangebied is 2,9 hectare.Deze ingrepen zullen naar verwachting tot in het relevante archeologisch niveau reiken. Tevens wordt de vrijstellingsgrens voor archeologisch onderzoek op basis van het bestemmingsplan overschreden. Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient daarom in kaart te worden gebracht of bij de voorgenomen ingrepen mogelijk archeologische waarden worden bedreigd.Op basis van het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Binnen het plangebied geldt op basis van het landschap een hoge archeologische verwachting vanaf de vroege prehistorie, vanwege de ligging op/ aan de rand van een stuwwal en de verwachte aanwezigheid van een podzolbodem. Archeologische resten uit alle perioden, aangetroffen in de wijdere omgeving van het plangebied, bevestigen deze brede algemene verwachting. In de loop van de Middeleeuwen mogelijk is het plangebied waarschijnlijk afgedekt geraakt met een pakket stuifzand en/of hellingmateriaal waardoor eventuele archeologische waarden mogelijk goed beschermd zijn gebleven. De archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek is daarom hoog voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met Nieuwe Tijd. Het plangebied lag echter wel in het buitengebied waardoor de kans op het aantreffen van archeologische waarden uit de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd kleiner is. Ook is er een kans dat delen van het plangebied een verstoord bodemprofiel kennen door recente activiteiten op het terrein. In de top van het moedermateriaal kunnen eventueel aanwezige archeologische resten daterend uit het Laat-Paleolithicum t/m de Vroege-Middeleeuwen verwacht worden in het begraven podzolprofiel. Eventueel aanwezige archeologische resten daterend uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden verwacht onderin de toedeklagen en de top van het moedermateriaal. Er worden binnen het plangebied op basis van het beschikbare historisch kaartmateriaal geen ondergrondse bouwhistorische waarden verwacht, maar dit kan ook niet geheel worden uitgesloten. Het is mogelijk dat zich in het uiterste noorden van het plangebied restanten van de 19e-eeuwse landweg in de ondergrond bevinden.Deze verwachting kan als volgt worden samengevat:1. DateringEen hoge verwachting op archeologie vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd.2. Complextype- Jachtkamp (Paleolithicum/Mesolithicum), Nederzetting (huisplaats) (Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd).- Landweg (Nieuwe Tijd)3. Omvang50-100 m2 (kampement), 500-2000 m2 (huisplaats). 4. Diepteligging- Jachtkampjes: eventuele sporen zijn waarschijnlijk onder het toemaakdek (vanaf 0,50 m-mv) of, daar waar het toemaakdek niet aanwezig is, direct onder de bosbodem aan te treffen.- Nederzetting: eventuele resten vanaf de Late IJzertijd tot de Late Middeleeuwen kunnen onder het toemaakdek worden aangetroffen.- Nederzetting: eventuele resten uit de Late Middeleeuwen/ Nieuwe tijd kunnen direct vanaf het maaiveld worden aangetroffen.5. Gaafheid en conserveringDe grondwaterstand is in dit gebied laag waardoor organische resten (vondsten en paleobotanische resten) zeer waarschijnlijk slecht bewaard zijn gebleven.6. LocatieGezien de locatie van het plangebied kan er in het gehele plangebied archeologie worden verwacht.7. Uiterlijke kenmerken- Jachtkampjes: sporen van haardkuilen, vuursteen concentraties. - Nederzetting: voor Neolithicum/Vroege Middeleeuwen een spreiding van vondstmateriaal zoals aardewerk, dierlijk bot, bewerkt natuursteen, metaal etc., en sporen zoals (verkavelings)greppels, paalgaten en afvalkuilen; voor de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd aangevuld met periode specifiek keramiek (aardewerk/steengoed/porselein) en bouwmateriaal (baksteen/dakpan), glas, natuursteen. Organische materialen, zoals leer, bewerkt of constructiehout, en textiel zullen waarschijnlijk niet worden aangetroffen gezien de lage grondwaterstand en de zandbodem.8. Mogelijke verstoringenEr zijn geen verstoringen bekend. Mogelijk kennen delen van het plangebied een verstoord bodemprofiel door recente activiteiten op het terrein. Aan de hand van het booronderzoek zijn voor zover mogelijk de volgende onderzoeksvragen beantwoord:- wat zijn de geo(morfo)logische en bodemkundige kenmerken van de ondergrond van het plangebied?- in hoeverre is de oorspronkelijke bodemopbouw intact met het oog op de eventuele aanwezigheid en gaafheid van archeologische vindplaatsen?- bevinden zich in de ondergrond van het plangebied archeologische indicatoren en zo ja, waaruit bestaan deze?- geven de resultaten van het veldonderzoek aanleiding tot vervolgstappen in het kader van de planontwikkeling in relatie tot de archeologische monumentenzorg?Vestigia heeft op basis van het bureauonderzoek geadviseerd binnen het plangebied een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uit te voeren om het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen, en de mate van om de mate van intactheid van de bodemopbouw te toetsen.Binnen het plangebied zijn daarop 17 boringen gezet met en edelmanboor met een diameter van 7 centimeter, om een gedetailleerde weergave van het bodemprofiel te krijgen. Na het beschrijven van de bodemopbouw zijn deze boorpunten nogmaals beboord met een megaboor met een diameter van 15 centimeter om voldoende materiaal op te kunnen boren met het oog op eventuele archeologische indicatoren. Op basis van de boringen kan worden geconcludeerd dat het plangebied deels verstoord is geraakt bij de (sub)recente werkzaamheden. Toch is er in een aanzienlijk deel van het plangebied een B-horizont aangetroffen waardoor de aanwezigheid van archeologische waarden niet uit te sluiten is. De top van de aangetroffen B-horizont bevindt zich op 0,45 of dieper.AdviesTijdens het inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende/karterende boringen is in een aantal boringen een (restant) B-horizont aangetroffen. De werkzaamheden zijn nog niet in detail bekend. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert het definitieve bestek te confronteren met de contouren van het gebied waarin een (restant) B-horizont is vastgesteld (een gebied van 1,4 hectare, zie Kaart 4). Daar waar binnen dit gebied ontgravingen dieper dan 0,15 m-mv plaatsvinden dient vervolgonderzoek te worden uitgevoerd, bestaande uit een proefsleuvenonderzoek over ca. 5% van het te verstoren oppervlak. Dit karterend vervolgonderzoek, onder protocol inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven – variant archeologische opgraving, heeft als doel vast te stellen of er zich daadwerkelijk archeologische resten in de ondergrond bevinden. Indien er aanwijzingen zijn voor een behoudenswaardige vindplaats dient aanvullend waarderend proefsleuvenonderzoek plaatsvinden over nog eens 5% van het te verstoren oppervlak (waarmee het totaal aan proefsleuven op 10% van het te verstoren oppervlak komt). Op basis van het proefsleuvenonderzoek kan worden bepaald of er nog vervolgstappen in het kader van de AMZ-cyclus nodig zijn, of dat dit deel van het plangebied kan worden vrijgegeven.Voor de rest van het plangebied geldt op basis van het uitgevoerde verkennend booronderzoek een lage archeologische verwachting. Eventuele archeologische waarden uit dit deel van het plangebied zullen in de recente tijd verstoord zijn geraakt. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert daar dan ook geen vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ).Voor de eventuele uitvoering van het proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld conform KNA 4.1, dat moet worden goedgekeurd door de gemeente Ede. De uitvoering dient te geschieden door een onder BRL SIKB 4000 gecertificeerd bedrijf.Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Ede, om hierover een besluit te nemen. Ook wanneer het bevoegd gezag besluit dat het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Ede, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
创建时间:
2024-01-31



