Transect-rapport 1936: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Vierlingsbeek, Grotestraat 79-81. Gemeente Boxmeer (NB).
收藏DANS Data Station Archaeology2018-10-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2A5-T7V5
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In oktober 2018 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Grotestraat 79-81 in Vierlingsbeek (gemeente Boxmeer). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning die de sloop van de bestaande opstallen en de nieuwbouw van twee woningen in het plangebied mogelijk moet maken. </p><p>Voor het plangebied geldt volgens het bestemmingsplan “Vierlingsbeek” een Waarde Archeologie 3. Dit betekent dat voor de voorgenomen bodemingrepen, in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning, een archeologische waardestelling nodig is, wanneer bodemingrepen groter zijn dan 100 m2 of dieper dan 30 cm. Hiervoor dient een archeologisch vooronderzoek te worden uitgevoerd. Dit rapport beschrijft de resultaten van een archeologisch vooronderzoek in het plangebied en voorziet in die plicht.</p><p>• Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft op de aanwezigheid van resten uit het Laat-Paleolithicum-Late Middeleeuwen. Het gebied bevindt zich namelijk op de flank van een pleistoceen rivierterras, dat mogelijk begraven is onder dekzand. Hierop was in het verleden bewoning mogelijk. In de omgeving van het plangebied zijn reeds vindplaatsen vastgesteld, waaronder een grafveld uit de Bronstijd-IJzertijd. Tevens heeft in het zuidelijk deel van het plangebied in het begin van de 19e eeuw bebouwing gestaan. Hiermee geldt voor dit deel tevens een hoge verwachting op de aanwezigheid van bewoningresten uit de Nieuwe tijd. Ook blijkt uit het bureauonderzoek dat in het verleden ontgravingen hebben plaatsgevonden voor leemwinning en mogelijk ook als gevolg van de aanleg van de huidige bebouwing. Dit kan ertoe bijgedragen hebben dat de ondergrond van het plangebied met daarin eventuele archeologische resten verstoord is geraakt.</p><p>• Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is het plangebied archeologisch gezien in twee delen op te splitsen. In het zuidelijk deel van het plangebied is rondom boringen 4 en 5 een hoge archeologische verwachting toegekend aan de zone waar de boringen in de ondergrond zijn gestaakt in ondergrondse obstakels. Het is namelijk niet uitgesloten dat deze samenhangen met de bebouwing die hier reeds in het begin van de 19e eeuw staat. De obstakels kunnen namelijk onderdeel zijn van funderingen van deze bebouwing of zo mogelijk zelfs voorgangers van de bebouwing die zelfs terug kunnen voeren tot in de 16e eeuw. De ligging van de zone met een hoge archeologische verwachting is weergegeven in bijlage 6. Voor wat betreft de overige perioden en de rest van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting. Op grond van het booronderzoek is aangetoond dat de bovengrond in het plangebied tot een diepte van circa 1,0 tot 1,9 m -Mv (tot 13,9-13 m NAP) verstoord is geraakt, tot in het lemige afzettingen van de Maas. Dekzandafzettingen en/of sporen van bodemvorming als onderdeel van de oorspronkelijke top van de pleistocene afzettingen zijn niet meer aanwezig. Dit is mogelijk het gevolg van graafwerkzaamheden ten behoeve van de winning van leem en/of de aanleg van de bebouwing en de tuin in het plangebied. Hiermee zijn eventueel aanwezige archeologische resten in het plangebied verdwenen.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2018-11-01



