Plangebied Meggelsveldweg te Wessem, gemeente Maasgouw.
收藏DataCite Commons2026-04-17 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/M4ZMES
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p> Inleiding</p>
<p> In opdracht van Kragten B.V. heeft RAAP in april 2024 een archeologisch vooronderzoek in de vorm
van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd
voor het plangebied Megelsveldweg te Wessem in de gemeente Maasgouw. Het onderzoek vond plaats
in het kader van een omgevingsvergunning, met betrekking tot kleinschalige kleiwinning tot circa 3 m -
mv, gevolgd door natuurontwikkeling.</p>
<p> Resultaten</p>
<p> Het plangebied bevindt zich in het holocene Maasdal, op een zogenaamde kronkelwaard, gevormd in
het meso- en neolithicum (ca. 10.000-5000 v. Chr.), tussen twee oude (opgevulde geulen). Het
booronderzoek heeft uitgewezen dat er overal in het plangebied een oude kleibrikgrond (daalbrikgrond)
aanwezig is, met een uitgesproken klei -inspoelingslaag (Bt-horizont). De sterke bodemvorming getuigt
van een hoge ouderdom, zoals die ook verwacht werd (mesolithische kronkelwaard). Het is vanwege
die sterke bodemvorming echter niet uit te sluiten dat het hier om een overgeërfd terrasrestant uit nog
een oudere periode gaat, zoals het Bølling-Allerød, waarop ook brikgronden voorkomen. Hieronder
komen verscheidene klei- leem- en zandlagen voor met nauwelijks of geen bodemontwikkeling. Daarbij
gaat het om overgangslagen tussen de B-horizonten en onderliggende lagen, dat wil zeggen om BChorizonten,
en om die onderliggende lagen (C-horizonten). Er zijn geen begraven A-horizonten of oude
loopvlakken aangetroffen.</p>
<p> Aan de hand van de aard en samenstelling van de aangetroffen sedimenten en bodemhorizonten in de
boringen zijn er verschillende landschapseenheden gedefinieerd, waarbij het van boven naar beneden
gaat om:</p><p><ul>
<li>droge oevers (matig fijn zand, zandige leem, uiterst siltige klei)
</li><li>natte oevers (sterk siltige klei)
</li><li>geulen (zwak siltige klei)
</li><li>kronkelwaardbeddingen (grof zand, grind)</li></ul></p>
<p> In of direct rondom het plangebied zijn geen archeologische vindplaatsen bekend. In de ruime
omgeving (straal ca. 1 km) zijn er wel vindplaatsen (en onderzoeken). Daarbij gaat het om twee
locaties waar tijdens baggerwerkzaamheden zwaarden uit de bronstijd zijn gevonden (waarschijnlijk
gaat het daarbij om rituele deposities), losse vondsten van munten uit de Romeinse tijd en aardewerk
uit de nieuwe tijd, stenen werktuigen van jager -verzamelaars uit de periode paleolithicum-neolithicum,
en - met name – vele en rijke resten van bewoning, begraving en ritueel uit de periode neolithicumnieuwe
tijd. Die laatste genoemde resten werden aangetroffen bij archeologisch onderzoek van een
rioolleiding. De algemene indruk is dat het plangebied deel uitmaakt van een landschap dat sinds
tenminste sinds het laat paleolithicum intensief is gebruikt voor bewoning, begraving en ritueel.</p>
<p> Het plangebied bevindt zich op een hoger gelegen kronkelwaardrug tussen twee oude (nu opgevulde)
geulen. Derhalve is er sprake van een gradiëntzone die interessant was voor jager-verzamelaars.
Vondsten van vuurstenen werktuigen in de wijde omgeving van het plangebied duiden in dit verband op
jager-verzamelaars bewoning in de omgeving. Er geldt dus een hoge verwachting voor kampementen
van jager-verzamelaars, maar in de geulen zijn ook resten gerelateerd aan de natte context, zoals
visvangst, afvaldumps of eventueel kano’s te verwachten.</p>
<p> Vanwege de ligging op de kronkelwaardrug met vruchtbare bodems, en de rijke resultaten van
archeologisch onderzoek ten westen van het plangebied geldt er een hoge verwachting voor resten
(bewoning, begraving, ambacht, landbouw en infrastructuur) uit de periode neolithicum-middeleeuwen.</p>
<p> Advies</p>
<p> In geval van bodemingrepen dieper dan de bouwvoor van 30 cm is er een archeologisch
vervolgonderzoek aan de orde. Omdat er in het plangebied zowel resten van kampementen van jager -
verzamelaars als (veel grotere) nederzettingen (en eventueel grafvelden) van landbouwers worden
verwacht zijn er twee soorten van vervolgonderzoek aan de orde.</p>
<p> Jager-verzamelaars</p>
<p> Voor het betrouwbaar opsporen van kampementen van jager -verzamelaars (“”steentijdonderzoek”)
wordt in principe gebruik gemaakt van een zogenaamd karterend booronderzoek. Dat gebeurt met een
grote grondboor (12-15 cm), in een fijnmazig grid (bijv. 4x5 m), waarbij het sediment (vanwege de leem
en klei nat) wordt gezeefd. Voor het plangebied wordt er een dergelijk onderzoek voorgesteld. Gezien
de grote oppervlakte van het plangebied (8,5 ha) zal een dergelijk booronderzoek veel tijd en geld
kosten. Daarom wordt geadviseerd om eerst een pilot uit te laten voeren in een representatief deel
(tenminste 10%) van het plangebied. Daarbij kan worden gedacht aan boringen in een 4x5 m grid
verspreid over een kruisvormig traject over het plangebied. Op basis daarvan kan dan bepaald worden
of en hoe verder steentijdonderzoek uit zou moeten zien.</p>
<p> Landbouwers</p>
<p> Voor vindplaatsen van landbouwers, gekenmerkt door grondsporen, is een proefsleuvenonderzoek
(voorafgaand aan de geplande bodemingrepen) de beste methode om vindplaatsen op te sporen. Op
basis van de resultaten van het karterend jager -verzamelaars onderzoek, is het wellicht mogelijk om
jager-verzamelaars vindplaatsen op te graven binnen de proefsleuven: dit dient op basis van h et jagerverzamelaars
onderzoek te worden bepaald in overleg met de gemeente. Dit kan pas plaatsvinden als
het jager-verzamelaars onderzoek is afgerond.</p>
<p> Een proefsleuvenonderzoek dient te zijn gebaseerd op een door de gemeente goedgekeurd Programma
van Eisen (PvE). Dat is voor een karterend booronderzoek niet nodig, maar dat dient wel in een Plan
van Aanpak (PvA) te worden beschreven.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-04-17



