Rotterdam Prins Alexanderpolder Hoofdweg 260. Een bureauonderzoek en een verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen.
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zys-gtvy
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van Leyten Vastgoedontwikkeling II BV heeft het team Onderzoek en Rapportage van Archeologie Rotterdam op 28 oktober 2020 een verkennend inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in het plangebied Prins Alexanderpolder Hoofdweg 260 in de gemeente Rotterdam. In totaal zijn vijf boringen verspreid over het plangebied gezet, tot een maximale diepte van 7,8 m beneden het maaiveld. Voorafgaand aan het veldonderzoek is voor het gebied een bureauonderzoek gedaan. De onderzoeken zijn verricht omdat in het plangebied nieuwbouw is voorzien. Indien archeologische waarden aanwezig zijn, kunnen deze bij de werkzaamheden worden aangetast of vernietigd.ResultatenOp basis van het bureauonderzoek geldt een onbekende archeologische verwachting voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen uit het Mesolithicum, een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het Neolithicum tot de Bronstijd, een zeer lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Bronstijd, een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen en een hoge archeologische verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd.Aan de hand van de resultaten van het veldonderzoek kan deze verwachting bijgesteld worden. In het plangebied blijkt de diepere ondergrond uit beddingafzettingen van de Formatie van Kreftenheye te bestaan. Er zijn geen rivierduinafzettingen aangetroffen. Op basis hiervan geldt voor het plangebied een lage archeologische verwachting voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen uit het Mesolithicum. Tijdens het veldonderzoek zijn in het hele plangebied komafzettingen van de Formatie van Echteld waargenomen. Oever- of geulafzettingen zijn niet herkend. Op basis van het archeologisch onderzoek geldt dan ook een lage archeologische verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit het Neolithicum tot de Bronstijd.In principe werd verwacht dat er in het plangebied sprake kon zijn van intact veen (voorheen Hollandveen). Tijdens het veldonderzoek is veen aangetroffen. De zeer lage archeologische verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit de Bronstijd wordt dan ook gehandhaafd.In het veen zijn geen sporen van bodemvorming waargenomen. Daarnaast bestaat het veen voor een groot deel uit rietveen, afgewisseld met veen met houtresten. Rietveen was minder geschikt voor de veenwinning en werd vaak niet afgegraven. Mogelijk dat het plangebied toch in een veenwinningsplas ligt, ook al is er nog een redelijk pakket veen van 82 tot 182 cm aanwezig. Op basis hiervan geldt een lage archeologische verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit de IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen. Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische resten uit de Nieuwe tijd aangetroffen. De hoge archeologische verwachting voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen uit de Nieuwe tijd kan dus naar beneden, naar laag bijgesteld worden.AdviesOp grond van het bureauonderzoek en het verkennend inventariserend veldonderzoek luidt het (selectie)advies voor het plangebied Prins Alexanderpolder Hoofdweg 260 in Rotterdam dat er geen voorzieningen hoeven te worden getroffen om archeologische waarden te behouden of te ontzien. Vervolgonderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg wordt niet aanbevolen.
创建时间:
2024-01-31



