five

Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Archeologie Burgemeester G.W. Stroinkweg 58 te Zuidveen, Gemeente Steenwijkerland

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xpe-rzvx
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Flynth Adviseurs en Rombou een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd vanwege de geplande sloop en nieuwbouw van een nieuwe stal aan de Burgemeester G.W. Stroinkweg 58 te Zuidveen, gemeente Steenwijkerland. De totale oppervlakte van het onderzoeksgebied bedraagt circa 10.800 m2 en de oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 2.025 m2. De maximale verstoringsdiepte bedraagt maximaal 2.200 -peil. De locatie is op dit moment deels bebouwd en voorzien van stelconplaten en kuilvoerplaten.Volgens de beleidsadvieskaart en de archeologische verwachtingskaart van gemeente Steenwijkerland ligt het onderzoeksgebied deels binnen een zone met een hoge archeologische verwachting en deels binnen een gebied met een lage archeologische verwachting. Bij meerdere archeologische verwachtingen is de hoogste verwachting leidend. Het beleid is dat bij bodemingrepen groter dan 250m2 het uitvoeren van een archeologisch onderzoek verplicht is. Daarnaast ligt het onderzoeksgebied deels in het aandachtsgebied A88. Het KNA conforme bureauonderzoek en verkennend veldonderzoek door middel van boringen (verkennende fase) is uitgevoerd door Hamaland Advies.Tot aan de ontwatering en veenontginning waren de veengebieden vanwege de natheid van het landschap niet tot weinig geschikt voor bewoning. De kans op de aanwezigheid van archeologische resten van nederzettingen van landbouwende samenlevingen in het veengebied van voor de Middeleeuwen en/of Nieuwe tijd is daardoor klein. Dit betekent echter niet dat in het veengebied archeologische resten afwezig zijn. In het veengebied kunnen resten van jagers/verzamelaars zoals rituele deposities en losse vondsten gerelateerd aan de jacht en houtkap aanwezig zijn. Eventueel aanwezige rituele deposities en losse vondsten uit de periode van voor de veenontginning kunnen in of direct onder dit veen in de top van het dekzand aanwezig zijn of in het restveen dat niet ontgonnen is.Vanwege de lage ligging van het plangebied in op een dekzandwelving (noordelijk deel) en een ontgonnen veenvlakte (zuidelijk deel) is het echter de vraag of er nog (rest)veen aanwezig is. Eventueel aanwezige archeologische resten in de top van het dekzand onder de bouwvoor of onder het veen zullen naar verwachting intact zijn, omdat het (voormalige) afdekkende veenpakket voor een goede conservering gezorgd heeft. Indien het gebied na ontginning toegemaakt is (vruchtbaar gemaakt) door het restveen te vermengen met de top van het dekzand, dan is de trefkans op steentijdvindplaatsen laag. Ter plaatse van de hogere delen van het dekzand, welke momenteel met veen bedekt zijn, kunnen archeologische resten uit de steentijd verwacht worden. In boring 4 en 5 is restveen aanwezig onder een toemaakdek. Dit toemaakdek, dat vermoedelijk in de 17e of 18e eeuw dateert, is eveneens in boring 1 aangetroffen. In geen van de boringen is een cultuurlaag aangetroffen in de top van de C-horizont. In boring 2 en 3 is sprake van een A-C-profiel. Het bodemprofiel is ter plaatse van deze boringen volledig verstoord als gevolg van de bouw van de naastgelegen stal.SelectieadviesHamaland Advies adviseert op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren. De geplande bodemactiviteiten hebben geen verstorend effect op de archeologische waarde van het plangebied. SelectiebesluitHet conceptrapport is op 19 november 2018 beoordeeld door het bevoegd gezag (gemeente Steenwijkerland en diens archeologisch adviseur, mw. drs. M. Nieuwenhuis van Het Oversticht), Mw. Nieuwenhuis heeft het selectieadvies overgenomen. Er wordt géén archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd. De nieuwbouw leidt niet tot de aantasting van archeologische niveaus. En er zijn geen indicaties dat er in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig zijn of worden verwacht.VoorbehoudHet uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.Het selectieadvies zal voorgelegd worden aan de opdrachtgever en het bevoegd gezag, gemeente Steenwijkerland. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Steenwijkerland (mw. M. Nieuwenhuis) hiervan per direct in kennis te stellen.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务