five

Plangebied De Gouw, fase 3.1 3.2, gemeente Westland

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-23h-3wu4
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
The Missing Link heeft een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied De Gouw (fase 3.2) in Poeldijk. Het betreft één van vier woningbouwlocaties in de gemeente Westland. Voor het plangebied wordt momenteel het bestemmingsplan ontworpen, en één van de condities die hierbij een rol speelt is archeologie. In het gebied is sprake van een archeologische verwachting, maar ook bekende archeologische waarden, waaronder Rijksmonument 47122 en daaromheen een zone met een bekende vindplaats. Voor het plangebied is een bureauonderzoek uitgevoerd om een gespecificeerde archeologische verwachting te formuleren voor het plangebied ten zuiden van de bekende vindplaats, en een advies uit te brengen ten aanzien van de vervolgstappen in het plangebied. In het plangebied bevindt zich een Rijksmonument. Hiervan is geen gepubliceerde, toegankelijke of geordende informatie beschikbaar. Bodemopbouw Het plangebied ligt ter hoogte van geul- en oeverafzettingen van de oude getijdengeul de Gantel. Het Gantelsysteem is ontstaan gedurende de IJzertijd als gevolg van een inbraak vanuit de zee. Boven in deze Gantel Laag wordt een vegetatiehorizont verwacht, die in de Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen het loopvlak vormde. Onder de laag van Gantelafzettingen bevindt zich – als het niet geërodeerd is – Hollandveen, en op grotere diepte afzettingen van het Laagpakket van Wormer. De Gantel Laag is in de Late Middeleeuwen afgedekt door de Laag van Poeldijk. Boven op deze laag is uit het plangebied zelf en aangrenzende onderzochte percelen bekend dat er sprake is van een opgebrachte laag; de zogenaamde opgevaren gronden van Van Liere, die zich voortzet in de huidige bouwvoor. Ter hoogte van de hoger gelegen delen zijn geen ophoogpakketten aangebracht; daar bevinden de natuurlijke afzettingen van de Gantel zich direct onder de bouwvoor. Ten oosten van het plangebied is de bouwvoor/opgebrachte laag 40-110cm dik.1 Archeologische verwachting In de prehistorie zijn de hoger gelegen strandwallen in de omgeving van het plangebied aantrekkelijker voor bewoning dan het plangebied zelf, dat sterk onder invloed staat van de zee. De archeologische verwachting tot en met de Bronstijd is daarom laag. In het plangebied is in de Late IJzertijd bewoning mogelijk geweest langs de hoger gelegen oeverwallen van de Gantel. Vanwege de invloed van het water was dit waarschijnlijk kortstondig, en resten kunnen zijn opgeruimd door het water. De verwachting voor deze periode verschuift van laag tot hoog, naar het noorden van het plangebied. Dat is gebaseerd op de bekende IJzertijdvindplaatsen ten noorden van het plangebied en de IJzertijd datering van sporen aangetroffen onder de steenbouw in het plangebied zelf. Op basis van bekende vindplaats uit de Romeinse tijd in het noordelijk deel van het plangebied is de kans op het aantreffen van nederzettingsresten uit die periode zeer hoog. De aanwezigheid van archeologische resten is hier al vastgesteld. De sporen onder de steenbouw die hier bekend is kunnen inheems-Romeins zijn. Archeologische resten uit de Romeinse tijd komen voor in de top van de Gantel Laag, waar in deze periode bewoning mogelijk was op de oeverwallen langs een Gantelgeul die steeds minder water voert. In het zuidelijk gedeelte geldt, afhankelijk van waar de watervoerende geul zich bevond in deze periode, een middelhoge tot hoge verwachting op het aantreffen van nederzettingsresten en mogelijk een weg uit de Romeinse tijd, die stijgt richting de bekende vindplaats. Vanaf de Romeinse tijd t/m Vroege Middeleeuwen treedt er vernatting op in het gebied, waardoor het minder aantrekkelijk is voor bewoning. De verwachting op het aantreffen van resten uit deze periode is dan ook laag tot middelhoog, eveneens oplopend in noordelijke richting. Deze resten worden verwacht op hetzelfde niveau als de Romeinse resten. De sporen onder de steenbouw die hier bekend is kunnen inheems-Romeins zijn. Vanaf de Late Middeleeuwen t/m Nieuwe tijd is de kans op het aantreffen van archeologische resten in het hele plangebied middelhoog tot hoog. Het gaat echter in mindere mate om bewoningssporen, maar sporen van landgebruik en – inrichting, omdat het gebied in de laatste eeuwen eerst door wateroverlast niet geschikt was voor bewoning, en later grotendeels in gebruik is geweest ten behoeve van de (glas)tuinbouw. Deze resten bevinden zich vanaf de bouwvoor, op de Laag van Poeldijk. Om de archeologische verwachting te toetsen moet inzicht worden verkregen in het bodemprofiel en mate van compleetheid ervan. Vanwege het gebrek aan objectieve data, is het nodig om beter inzicht te krijgen in de huidige staat van het Rijksmonument. Zo kan ook de inpassing in de nieuwbouwplannen worden geoptimaliseerd. Enerzijds gaat het om de begrenzing, anderzijds om het in kaart brengen van (de staat van) de resterende archeologische resten. Hiertoe zijn allereerst de niet gepubliceerde dat van de onderzoeken uit de jaren ’70 en ’90 ontsloten en geanalyseerd. Deze gegevens zijn aangevuld met een geo-archeologisch onderzoek geadviseerd in de vorm van verkennende en waarderende boringen om inzicht te krijgen in het bodemprofiel en de intactheid ervan, en om de bekende vindplaats, inclusief Rijksmonument, te waarderen/begrenzen. Vervolgens is een geofysisch onderzoek uitgevoerd, in combinatie met controleboringen om de resultaten van het geofysisch onderzoek te toetsen. Dit onderzoek had tot doel de aanwezige resten van de steenbouw in kaart te brengen met zo min mogelijk bodemverstoring. Archeologisch veldonderzoek Het karterend en waarderend booronderzoek heeft duidelijk gemaakt dat er in het gebied sprake is van een duidelijke tweedeling. In het zuidelijke deel bestaat het onderzochte deel van de bodem uit relatief jonge afzettingen van de middeleeuwse Gantelgeul. In het noordelijke deel komen deze afzettingen ook voor, maar hier dekken deze het oudere landschap van de (pre)Romeinse Gantel af. Dit Romeinse landschap is in het noordelijke deel nog grotendeels intact aanwezig blijkt uit het vrijwel overal voorkomen van een vegetatiehorizont en/of cultuurlaag. In het noordelijke deel van het plangebied zijn twee kernen van vindplaatsen aangetroffen. Op basis van het aangetroffen aardewerk dateren deze beide uit de Romeinse tijd. De kernen worden doorsneden door een zone waar geen sprake is van een vegetatiehorizont noch van archeologische resten. Het lijkt erop dat hier sprake is van een ondiep ingesneden zijgeul van de middeleeuwse Gantel. Deze ondiepe geul lijkt een deel van de vindplaats geërodeerd te hebben. Het kan daarom niet uitgesloten worden dat de twee onderscheiden kernen tot dezelfde nederzetting behoren. De boringen bevestigen het eerdere beeld van een smalle hoge rug waarop de nederzettingen gelegen zijn. In noordelijke en zuidelijke richting duikt de cultuurlaag naar meer dan 1,5 m –mv. Het geofysische onderzoek heeft redelijk wat aanwijzingen voor eventuele archeologische sporen opgeleverd. Van geen van deze mogelijke sporen kan echter uitgesloten worden dat ze het resultaat zijn van later grondgebruik of de aanleg dan wel sloop van de voormalige kassen. Opvallend is dat er geen structuren zijn waargenomen die gerelateerd kunnen worden aan de bekende steenbouw zoals die in tijdens de opgraving uit 1971 werd aangetroffen. Het lijkt erop dat zeker het opgaande muurwerk grotendeels verdwenen is. Dit betekent echter zeker niet dat er geen sprake meer is van waardevolle archeologische resten. De aangetroffen cultuurlagen met veel archeologisch materiaal maakt duidelijk dat zeker grote delen van de nederzettingen nog goed bewaard in de bodem aanwezig zijn.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务