Molen nr. 6
收藏DANS Data Station Archaeology2022-07-07 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XR4-5GW9
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Van 1 tot 11 april is een opgraving uitgevoerd aan de Oosterdijk 1 te Medemblik. Hier stond sinds 1634 de zesde van vijftien molens die meehielp De Vier Noorder Koggen droog te malen. Het plangebied ligt op een landtong ten zuiden van de huidige Camping Zuiderzee en aan de voet van het Nederlands stoommachinemuseum in Medemblik.<br>Op de landtong aan de Oosterdijk, waar de opgraving heeft plaatsgevonden, vindt de uitbreiding van een bungalowpark plaats. Door deze werkzaamheden bleek het niet mogelijk om de resten van een achtkante poldermolen in situ te behouden. Deze resten waren al in 2017 aangetoond via een proefsleuvenonderzoek. In het kader van de archeologische monumentenzorg-cyclus is door het Bevoegd Gezag besloten dat een opgraving moest worden uitgevoerd. De molen is in één grote werkput vrijgelegd tot op de bakstenen resten. Na documentatie hiervan werden de houten funderingsresten onderzocht op een tweede vlak .<br>Het plangebied ligt op een landtong aan de Oosterdijk, tegenover het huidige stoommachinemuseum. Op deze locatie stonden tot 1908 vijftien achtkante poldermolens die gezamenlijk De Vier Noorder Koggen droogmaalden. De vijftien molens waren onderverdeeld over vier molenkolken met ieder een eigen sluis. De onderzochte molen nr. 6 werd in 1634 aan de Oosterdijk gebouwd. Reden hiervoor was dat De Vier Noorder Koggen het Bennemeer wilde droogmaken. Als tegenprestatie zette het waterschap molen nr. 6 neer met dubbel scheprad. Deze schepradmolen heeft hier eeuwenlang gefunctioneerd tot de schepraderen in 1838 werden vervangen door een vijzel. Door deze technische verbetering was het mogelijk om van een dieper niveau water op te voeren. Al in 1868 werd aan de Oosterdijk een hulpstoomgemaal geplaatst die samen met de molens zorgde voor droge voeten. Toen in 1908 een tweede<br>gemaal werd bijgeplaatst waren de molens volledig overbodig en werden ze verkocht voor de sloop.<br>De resten van de schepradmolen en later de vervijzeling waren nog zeer compleet in de grond bewaard gebleven. Zodoende kon nauwkeurig onderzoek worden gedaan naar de bakstenen resten en de houten funderingen. Vrijwel alle onderdelen van de schepradmolen waren gefundeerd met een roosterfundering met daarop een eikenhouten plankier. Uitzondering hierop was het tweede scheprad, dat slechts op enkele planken was gefundeerd. Ook was duidelijk zichtbaar dat men de penanten aan de westzijde had gedraaid om ruimte te maken voor de waterlopen en de krimp van het dieperliggende scheprad. Aan de oostzijde bij het tweede scheprad had men dit nagelaten. Hier werden in de poeren delen uitgehakt waartegen de resten van het tweede scheprad werden geplaatst. Afwijking ten opzichte van de fundering was de wielbak, die slechts op een enkele laag hergebruikte eikenhouten planken was gelegd. Deze planken waren ingesmeerd met een breeuwsel van pek en runderhaar. De wielbak zelf is in een latere fase versmald. Ook werd een oranje plavuis in de wielbak geplaatst. Mogelijk hangt dit samen met een gebroken en lekke wielbak zoals genoemd in een historische bron uit 1702. Overige aanpassingen werden waargenomen in de krimp van het dieperliggende<br>scheprad, waar eveneens een versmalling was te zien. Dit hangt samen met een aanpassing van het scheprad, dat waarschijnlijk smaller werd gemaakt, zodat meer water kon worden opgevoerd.<br>Het onderzoek heeft al met al zeer interessante inzichten opgeleverd over de bouwwijze en aanpassingen van een poldermolen met dubbel scheprad. Dit was mogelijk door de goed bewaarde resten, maar zeker ook dankzij uitvoerig historisch onderzoek waarbij bouwbestekken zijn gevonden. Zoals vaker bleek het verschil in theorie en praktijk aanzienlijk.</p>
创建时间:
2020-08-18



