Rotterdam Slinge 303. Een bureauonderzoek en een verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen.
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/H9WLDH
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van Stichting de Verre Bergen heeft het team Onderzoek en Rapportage van Archeologie Rotterdam (BOOR) op 30 november 2022 een verkennend inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in het plangebied Slinge 303 in de gemeente Rotterdam. In totaal zijn verspreid over het plangebied zeven boringen gezet, tot een maximale diepte van 6,0 m beneden het maaiveld. Voorafgaand aan het veldonderzoek is voor het gebied een bureauonderzoek gedaan. De onderzoeken zijn verricht, omdat in het plangebied nieuwbouw is voorzien. Op basis van beide onderzoeken kan antwoord gegeven worden op de vraag of archeologische waarden aanwezig kunnen zijn, die bij de werkzaamheden worden aangetast of vernietigd. Resultaten Op basis van het bureauonderzoek kan de aard van de afzettingen van de Formatie van Echteld en de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer niet bepaald worden. Voor eventueel aanwezige stroomgordelafzettingen van de Formatie van Echteld geldt een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit het Mesolithicum. Mochten in het plangebied alleen komafzettingen aanwezig zijn, dan geldt een lage archeologische verwachting. Er geldt een redelijk hoge archeologische verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit het Neolithicum indien de afzettingen van de Formatie van Naaldwijk bestaan uit geul- of oeverafzettingen. Zijn er alleen wad- of getijdenafzettingen aanwezig zijn, dan geldt een lage archeologische verwachting. Vindplaatsen uit de Bronstijd worden op basis van het bureauonderzoek in het geheel niet verwacht in het plangebied. Er geldt voor het gehele plangebied een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen (tot 1373-1375) en een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen (na het midden van de 15e eeuw) en de Nieuwe tijd. Het niveau waarop vindplaatsen uit het Mesolithicum aanwezig kunnen zijn (14 m - NAP en dieper), is niet nader onderzocht. De opgestelde verwachting blijft dan ook gehandhaafd. Om inzicht te krijgen in de diepere ondergrond en daarmee samenhangend de verwachting voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen uit het Neolithicum, zijn tijdens het veldwerk twee boringen tot in de klastische afzettingen onder het veen doorgezet. Deze afzettingen blijken te bestaan wadafzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer. Zoals hierboven is aangegeven geldt voor deze afzettingen een lage archeologische verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit het Neolithicum. In het plangebied is veen van de Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket aanwezig. Daarmee zijn de bewoningsmogelijkheden in het gebied in de Bronstijd beperkt. De verwachting blijft dan ook gehandhaafd. In de top van het veen zijn geen aanwijzingen voor bodemvorming, in de vorm van veraarding en/of oxidatie waargenomen. Ook zijn er geen archeologische indicatoren (houtskoolbrokken, kiezeltje, etc.) of kleikluitjes of zandvlokken waargenomen. Het veen wordt afgedekt door overstromingsafzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren. Dit betreft een oudere fase dan de overstromingsafzettingen die in 1373/1375 zijn afgezet. In deze afzettingen zijn geen archeologische indicatoren waargenomen. De redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen (tot 1373-1375) wordt naar beneden naar laag bijgesteld. In het hele plangebied zijn overstromingsafzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren (voorheen Afzettingen van Duinkerke III) aangetroffen. Deze afzettingen zijn bij overstromingen in 1373/1375 afgezet. De top van deze afzettingen is wat donkerder en bevat humusvlekken, maar een duidelijke bouwvoor of loopvlak is niet herkend. Ook zijn er geen archeologische indicatoren waargenomen in deze afzettingen. Op basis hiervan wordt de lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen (na het midden van de 15e eeuw) en de Nieuwe tijd gehandhaafd. Advies Op grond van het bureauonderzoek en het verkennend inventariserend veldonderzoek luidt het (selectie)advies voor het plangebied Slinge 303 in Rotterdam dat er geen voorzieningen hoeven te worden getroffen om archeologische waarden te behouden of te ontzien. Vervolgonderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg wordt niet aanbevolen.
创建时间:
2024-01-31



