five

Plangebied Slotemaker de Bruïneweg te Nijmegen, gemeente Nijmegen.

收藏
DataCite Commons2025-04-07 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/OOLJBB
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van SmitsRinsma B.V heeft RAAP in september 2024 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor een terrein tussen de IJsbeerstraat en de Slotemaker de Bruïneweg te Nijmegen in de gemeente Nijmegen. De opdrachtgever is voornemens om het bestaande parkeerterrein opnieuw in te richten. Hiervoor worden eerst enkelen bomen gekapt en de huidige bestrating verwijderd. Voor de herinrichting zal een nieuw cunet en groenvakken worden uitgegraven en het bestaande cunet worden verdiept. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Aangezien het oppervlak uit de steentijd mettertijd is geërodeerd, worden hier in het plangebied geen (in situ) resten van verwacht. Het plangebied ligt op een hogere smeltwaterwaaier en richting de lagere droogdalen. Hierdoor kunnen nog archeologische resten vanaf het neolithicum tot en met de middeleeuwen worden verwacht. Op basis van het beschikbare historisch kaartmateriaal blijkt tevens dat in de nieuwe tijd sprake was van een grootschalig heidegebied zonder bewoning. De historische kaart van De Man (1806) toont in het heidegebied twee vierkante omwallingen en een drietal ontginningsassen. Mogelijk betreft het een tweetal boerenvluchtheuvels, maar dat is niet zeker. Op de latere kaarten – onder andere op de Tranchotkaart uit circa 1802-1820 - zijn de vierkante vormen niet meer zichtbaar. Zodoende kunnen in het plangebied nog archeologische resten van bewoning, begraving en landbewerking worden verwacht uit de periode tussen het neolithicum t/m de late middeleeuwen. Voor de periode van de nieuwe tijd worden enkel sporen van agrarische aard en landinrichting verwacht. Aan weerszijden van het noordelijkgelegen droogdal zijn diverse vondstmeldingen gedaan. Hoewel de meeste hiervan een nieuwe tijdse datering hebben (kloostermuren, kelders, WOII e.d.), zijn tijdens een booronderzoek verbrande botfragmenten aangetroffen. Deze sporen zijn geïnterpreteerd als verploegde crematieresten uit de prehistorie t/m de Romeinse tijd. Het terrein lag tot in ieder geval 1880 nog in een bosgebied, waarna het in het begin van de 19e eeuw werd ontgonnen. Op de nabijgelegen Goffertweide is tevens veel materiaal uit de late nieuwe tijd aangetroffen. Het betreft onder andere stellingen, schuilen schuttersputten, munitiedepots en loopgraven uit de Tweede Wereldoorlog. Aangezien het archeologisch relevante niveau vlak onder het actuele maaiveld ligt, zal het potentieel aanwezige archeologisch niveau hoogstwaarschijnlijk met de ontginning van de gronden zijn verploegd. Vlak onder dit verploegde pakket kan nog sprake zijn van diepere grondsporen (paalsporen, waterputten e.d.). Met de verdieping van het bestaande wegcunet, het ontgraven van het nieuwe wegcunet en de nieuwe groenvakken is sprake van een bodemverstoring van maximaal 35 cm -mv. Hiermee wordt de geldende vrijstellingsgrens van 30 cm -mv overschreden en waarschijnlijk de onderkant van bouwvoor geraakt. Aangezien met deze ingrepen echter in zeer minimale mate sprake is van bodemverstoring (180 m2 ), wordt hiervoor geen archeologische vervolgstap geadviseerd. Met de aanleg van de plantgaten zal een ontgraving van 60 cm -mv plaatsvinden in vijf gaten van ieder 1,2 m in doorsnede. Aangezien met deze ingreep wederom sprake is van een minimale ingreep wordt ook hier geen archeologische vervolgstap geadviseerd. De toekomstige herinrichting van de parkeerplaats met nieuwe groenzones zal derhalve vrijwel geen invloed hebben op potentiele archeologische resten. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied met de huidig geplande ingrepen mogelijk archeologische resten bedreigd zullen worden. De omvang van de werkzaamheden is echter dermate gering, dat de daadwerkelijke trefkans zeer laag is. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). NB. Bij een eventuele toekomstige (grotere) ingreep adviseert RAAP om de gespecificeerde verwachting van het terrein alsnog te toetsen middels een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek). Een dergelijk vervolgonderzoek heeft tot doel de opbouw van de ondergrond, de bodemopbouw en/of bodemverstoringen gedetailleerd in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting worden getoetst en kunnen concrete gegevens worden verzameld over de bodemopbouw, waarmee inzicht ontstaat in de gaafheid en diepteligging van eventuele archeologische resten
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-04-04
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务