five

Transect-rapport 2188: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Aarlanderveen, Noordeinde 11c-11d, Gemeente Alphen aan den Rijn (ZH)

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-10-07 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZWH-9N3C
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In april 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan het Noordeinde 11c en 11d in Aarlanderveen (gemeente Alphen aan den Rijn). De aanleiding voor het onderzoek vormt de wijziging van het bestemmingsplan om de realisatie van vijf nieuwbouw woningen en een natuurcamping in het plangebied mogelijk te maken. </p><p>In het plangebied geldt in het vigerende bestemmingsplan ‘Parapluplan Archeologie’ uit 2019 een dubbelbestemming Waarde Archeologie 3. Een archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm -Mv. Gezien de beoogde bestemmingsplanwijziging dient een archeologische waardestelling van het gebied plaats te vinden.</p><p>Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een gecombineerd onderzoek, te weten een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase in de vorm van een booronderzoek. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied.</p><p>Uit het bureauonderzoek blijkt dat het pleistocene dekzand zich op een diepte van ca. 10,0 m -NAP bevindt. Het is mogelijk dat in de top van het dekzand resten aanwezig zijn uit de periode Laat-Paleolithicum en Mesolithicum. Gezien de grote diepteligging valt dit buiten het bereik van het onderzoek. Gedurende het Mesolithicum en Neolithicum bevond het plangebied zich in een waddengebied, dat geen mogelijkheden tot bewoning bood. Vanaf het Neolithicum is het gebied sterk vernat en heeft veenvorming plaatsgevonden. Bewoning gedurende het Neolithicum – Vroege Middeleeuwen is mogelijk in dergelijke veengebieden, al concentreert deze zich op veraard veen op oevers dan wel op hoger gelegen inversieruggen. Aan de hand van geologisch – geomorfologisch kaartmateriaal blijkt dat dergelijke landschappelijke elementen niet in het plangebied aanwezig zijn, waarmee een lage verwachting voor deze periode geldt. Na de ontginning in de Late Middeleeuwen vindt bewoning plaats langs de ontginningsas aan de Aarlanderveense dijk (de huidige Noordeinde). Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat er op een kaart uit de 17de eeuw een gebouw met erf is aangegeven in het plangebied. Op jongere kaarten is geen bebouwing aanwezig tot de huidige bebouwing wordt gerealiseerd. Vanwege de aanwezigheid van bebouwing op een historische kaart geldt een hoge verwachting voor archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd.</p><p>Op basis van het verkennend booronderzoek kan de hoge archeologische verwachting worden gehandhaafd in het westen van het plangebied (zie bijlage 6). Hier zijn antropogene ophoogpakketten en mogelijk funderingsresten aangetroffen die zouden kunnen samenhangen met de bebouwing die op historisch kaartmateriaal is weergegeven. De pleistocene afzettingen zijn niet bereikt binnen de maximale boordiepte. Op basis van gegevens uit het Dinoloket bevindt het dekzand zich op een diepte van circa 8,5 m -Mv. Gezien de lage trefkans op resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Neolithicum kan de lage verwachting voor deze periode behouden blijven. Voor de periode Neolithicum – Vroege Middeleeuwen kan de lage verwachting eveneens gehandhaafd worden. Er zijn geen veraarde veentrajecten aangetroffen. Voor het oostelijke deel van het plangebied kan voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd de verwachting naar laag worden bijgesteld, gezien de afwezigheid van veraarde veenlagen, ophooglagen en historische bebouwing in het plangebied.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-10-08
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务