Transect-rapport 1940: Archeologisch buraeuonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Dreumel, Oude Maasdijk 36. Gemeente West Maas en Waal (NB).
收藏DANS Data Station Archaeology2018-11-11 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZPT-HPKB
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In oktober 2018 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Oude Maasdijk 36 in Dreumel (gemeente West Maas en Waal). De aanleiding voor het onderzoek vormt het opstellen van een bestemmingsplan die uiteindelijk de nieuwbouw van een woning in het plangebied mogelijk moet maken. </p><p>Voor het plangebied geldt volgens het bestemmingsplan “Archeologie West Maas en Waal” een Waarde Archeologie 1. Dit betekent dat voor de voorgenomen bodemingrepen, in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning een archeologische waardestelling nodig is, wanneer bodemingrepen groter zijn dan 100 m2 of dieper dan 40 cm. Hiervoor dient een archeologisch vooronderzoek te worden uitgevoerd. Dit rapport beschrijft de resultaten van een archeologisch vooronderzoek in het plangebied en voorziet in die plicht.</p><p>• Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied zich vermoedelijk op een oeverwal van de Waal bevindt. Hierop is theoretisch gezien bewoning mogelijk geweest vanaf de Romeinse tijd (aangezien in die tijd de Waal actief geworden is). Sindsdien lag het plangebied naar verwachting relatief hoger in het landschap en bood het bewoningsmogelijkheden tot in de Late Middeleeuwen. Ook na de bedijking was het plangebied bewoonbaar, aangezien hier toen een dijk is aangelegd. Wanneer de dijk exact is aangelegd, is niet bekend, maar dit kan mogelijk reeds teruggaan tot in de 13e eeuw. De verwachting op archeologische resten uit die periode is zodoende hoog. Tevens heeft in het plangebied in het begin van de 19e eeuw bebouwing gestaan. Hiermee geldt een hoge verwachting op de aanwezigheid van bewoningresten uit de Nieuwe tijd. Voor wat betreft de overige archeologische perioden is de verwachting laag, aangezien voor die periode binnen het plangebied geen aanwijsbare archeologisch relevante landschapselementen aanwezig zijn. Uitzondering hierop vormt het Neolithicum, aangezien het plangebied net ten noorden van een oude rivierloop uit die tijd gelegen is (volgens Cohen e.a., 2012). Het is niet uitgesloten dat er in de ondergrond van het plangebied oeverafzettingen van deze rivier aanwezig zijn, waarop bewoningsmogelijkheden bestonden. Hoe diep is echter onbekend.<br>• Op basis van de resultaten is archeologisch gezien de verwachting uit het bureauonderzoek bevestigt. Er is geconstateerd dat in het plangebied een ophoogpakket aanwezig is, die deel uitmaakt van het historische dijklint Oude Maasdijk, zoals die op de gemeentelijke verwachtingskaart is weergegeven. Daarbij is bouwpuin aangetroffen, dat mogelijk samenhangt met de aanwezigheid van oude funderingen in de ondergrond van bebouwing uit het begin van de 19e eeuw of zelfs ouder. Het is zelfs niet uitgesloten dat bebouwingsresten in het plangebied teruggaan tot de Late Middeleeuwen of begin van de Nieuwe tijd, afhankelijk hoe oud het dijklint van Oude Maasdijk feitelijk is. Informatie hierover is namelijk beperkt. Daarom is voor wat betreft de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd de verwachting in het plangebied hoog.<br>• Op een dieper niveau zijn respectievelijk oeverafzettingen waargenomen en een oude laklaag, waarin enkele houtskoolresten aanwezig zijn. Wat betreft de top van de oeverafzettingen zijn geen sporen van een vegetatieniveau of een ontkalkte top waargenomen, op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat de oevers archeologisch gezien intact zijn gebleven. Mogelijk is de top van de oevers in het plangebied aangetast toen de Oude Maasdijk hier is ontstaan. Wat betreft de laklaag met enkele houtskoolresten geldt dat het bodemniveau vermoedelijk onder relatief natte omstandigheden tot stand is gekomen (op 300-330 cm -Mv). Ze vormt zich immers met name in lage vochtige terreindelen (komgronden) op de overgang naar drogere gebiedsdelen. De laag wijst echter wel op drogere omstandigheden vlakbij het plangebied waar mogelijk wel bewoningsmogelijkheden bestaan. Mogelijk gelden deze omstandigheden ten zuiden van het plangebied, waar Cohen e.a. (2012) de ligging van een voorganger van de Molenblok stroomrug hebben ingetekend. Gezien de aantasting van de top van de oeverafzettingen en de veronderstelde natheid van het landschap wordt voorgesteld de archeologische verwachting op de overige archeologische periode in het plangebied naar laag bij te stellen.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2018-11-12



