Archeologisch vooronderzoek in voorbereiding op de herontwikkeling van de Floris de Vijfdelaan 114- 302 te Vlaardingen, gemeente Vlaardingen
收藏DANS Data Station Archaeology2018-11-12 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XNF-249X
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd voor een plangebied aan de Floris de Vijfdelaan 114 t/m 302 te Vlaardingen, gemeente Vlaardingen. Het plangebied was tot voor kort bebouwd (flat met winkels) en heeft een oppervlakte van ca. 0,75 hectare. Binnen het plangebied is nieuwbouw voorzien. Voorafgaand aan de nieuwbouw dient in kaart te worden gebracht of zich binnen het onderzoeksgebied behoudenswaardige archeologische resten (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen gevaar lopen. De opdrachtgever heeft overleg gevoerd met dhr. R. Terluin van de gemeentelijke archeologische dienst (VLAK). Op basis van dit overleg is overeengekomen om eerst een bureauonderzoek uit te voeren en na fase 1 van de sloop, een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen, met als belangrijke onderzoeksvraag wat de diepte is van een eventueel ophogingspakket. Tijdens fase 1 van de sloop is de bestaande bebouwing gesloopt tot en met de funderingsbalken en zijn de kelders verwijderd. De bestaande heipalen bleven staan.</p><p>Uit het bureauonderzoek is gebleken dat tijdens het Neolithicum bewoning plaats heeft kunnen vinden op de oeverwallen van de oudere kreken. Deze worden echter verwacht buiten het plangebied. Archeologische waarden uit de IJzertijd en Romeinse tijd worden verwacht op de kreekruggen en in de top van het veen langs veenkreken. Voor het plangebied geldt een hoge verwachting voor deze periode. In de Late Middeleeuwen kon bewoning plaatsvinden op de verlande kreken (getij-inversieruggen). Hier kunnen ook huisplattegronden uit de Nieuwe Tijd worden aangetroffen. De kans hierop is laag vanwege de afwezigheid van bebouwing op historisch kaartmateriaal. Op het veen kunnen verder sporen worden verwacht van het ontginning van het veengebied in de Late Middeleeuwen (greppels, toemaakdek).</p><p>Bij het verkennend booronderzoek is een relatief dun ophoogdek aangetroffen met daaronder slappe getijdeafzettingen (Laagpakket van Walcheren). De top van de klei laat geen sporen van bodemvorming zien (zoals een aanrijkingshorziont of een andere horizont, dan wel een laklaag). Vermoedelijk is de oorspronkelijke top van de afzettingen afgegraven ten behoeve van de bouw van de inmiddels gesloopte bebouwing. Ook zijn er geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van getijdegeulen; de kleiafzettingen waren niet zandig, en bevatten hoogstens enkele zand- en schelplaagjes. Naar onderen toe werden deze afzettingen steeds veniger met een scherpe overgang naar Hollandveen op een diepte van 3,7 meter beneden maaiveld. De top van het Hollandveen is niet intact. Binnen 4 meter beneden maaiveld zijn geen afzettingen uit het Laagpakket van Wormer aangetroffen. Op basis daarvan kan geconcludeerd worden dat zich binnen het plangebied geen getij-inversieruggen in de ondergrond bevinden.</p><p>Advies<br>Op basis van de resultaten van het booronderzoek, kan de archeologische verwachting voor het plangebied voor alle archeologische perioden naar beneden worden bijgesteld tot ‘laag’. Vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) worden dan ook niet noodzakelijk geacht.</p><p>Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Vlaardingen, om een besluit te nemen ten aanzien van het beëindigen van het onderzoeksproces. Ook wanneer het bevoegd gezag op basis van de resultaten van het van archeologisch vooronderzoek besluit dat het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en het bevoegd gezag, de gemeente Vlaardingen.</p>
提供机构:
Vestigia
创建时间:
2018-11-13



