Plangebied Standhazensedijk te Drimmelen, gemeente Drimmelen; archeologisch vooronderzoek:
收藏DANS Data Station Archaeology2023-02-03 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/SJNYRU
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van TAUW heeft RAAP in september 2022 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Standhazensedijk te Drimmelen in de gemeente Drimmelen. Op grond van het bureauonderzoek gold een niet nader bepaalde verwachting voor archeologische resten uit de steentijd. Resten uit deze periode werden verwacht in de top van de pleistocene afzettingen, waarvan onbekend was op welke diepte dit niveau ligt en wat voor reliëf het pleistocene landschap heeft. Het verkennend booronderzoek heeft een goed beeld opgeleverd van de diepteligging
en het reliëf van de top van het pleistocene landschap. Er blijkt sprake te zijn van een golvend reliëf, waarbij het landschap in grote lijnen zeer flauw afhelt in westelijke richting. De top van dit niveau varieert van 1,30 tot 2,35 m -mv (-0,65 m NAP tot -1,79 m NAP). In vrijwel alle boringen is in de top van het dekzand een podzolbodem aangetroffen, wat er op wijst dat het een relatief hoog gelegen gebied in het landschap was. Alleen ter plaatse van boring 8 en 17, waar het dekzand het laagst is aangetroffen, is geen podzolbodem aangetroffen. Hier waren de omstandigheden mogelijk te nat om een podzolbodem te doen ontstaan. Het pleistocene landschap is binnen het plangebied geheel intact. Er zijn geen verstoringen als gevolg van inbraken door de zee of door menselijk handelen in aangetroffen. Op grond van deze resultaten kan de archeologische verwachting voor de steentijd naar hoog worden bijgesteld. Op grond van het bureauonderzoek werden geen archeologische resten vanaf de tijd van de eerste landbouwers (late prehistorie) t/m de middeleeuwen verwacht. Het plangebied kenmerkt zich tijdens deze periode door een lage en relatief natte ligging. De resultaten van het veldonderzoek onderbouwen dit beeld. Op het dekzand is veen aangetroffen, dat wijst op natte omstandigheden. Bovendien is de top van het veen geërodeerd door een inbraak van de zee tijdens de St -Elisabethsvloed. Op basis van het historisch kaartmateriaal is gebleken dat er in de nieuwe tijd geen bewoning in het plangebied heeft plaatsgevonden. Het gebied was in de nieuwe tijd in gebruik als hooiland. Zodoende werden in het plangebied archeologische resten van ontginning verwacht uit deze periode. Dergelijke vindplaatsen kenmerken zich door een spreiding van vondstmateriaal en sporen, bestaande o.a. uit ontginningssporen en perceleringsgreppels. Dergelijke sporen zijn door middel van booronderzoek niet systematisch op te sporen. Het puin waar boring 10 op gestuit kan waarschijnlijk worden toegeschreven aan de dijk of een afvaldump en niet aan bebouwing die hier zou hebben gestaan. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) een niveau met archeologische potentie bedreigd wordt door de voorgenomen bodemingrepen. De omvang van de bodemingrepen ten behoeve van de huidige plannen (het plaatsen van een heavescherm en het aanpassen van de insteek van de teensloot is gering, maar het graven van de nieuwe insteek van de teensloot zal het dekzand wel raken. Daarom wordt geadviseerd om in het deel van het plangebied waar een aaneengesloten zone met een compleet podzolprofiel is aanget roffen (boring 1 tot en met 11) een karterend booronderzoek uit te voeren. Doel van een dergelijk onderzoek is om na te gaan of er archeologische resten in de top van het dekzand aanwezig zijn. Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Drimmelen, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau BV.
创建时间:
2022-10-25



