five

Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Tramweg 45 te Mierlo in de gemeente Geldrop-Mierlo

收藏
DANS Data Station Archaeology2015-10-01 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZD7-3Y6A
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Econsultancy heeft in opdracht van Atelier Boetzkes op 29 en 30 september 2015 een archeologisch bureauonderzoek en op 2 oktober 2015 een inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende) door middel van boringen uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bouwverordening, alsmede een bestemmingsplanwijziging. Het plangebied is gelegen aan de Tramweg 45 te Mierlo in de gemeente Geldrop-Mierlo. Volgens de erfgoedkaart Kempen- en A2 gemeenten waar de gemeente Geldrop-Mierlo bij aangeslo-ten is ligt het plangebied binnen een gebied met een hoge archeologische verwachting. Binnen deze gebieden dient, bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van projectgebieden die groter zijn dan 500 m² en dieper gaan dan 0,3 m -mv, vroegtijdig een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen wat de archeologische verwachtings-waarde is binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Binnen het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (2007), voortvloei-end uit het Verdrag van Malta (1992), is men verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren (zie bijlage 3). Doel van het bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plange-bied op te stellen. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauon-derzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek is erop gericht om inzicht te krijgen in de geologische en bodemkundige opbouw binnen het plangebied. Tevens zullen, indien mogelijk, kansrijke en kansarme zones worden geïdentificeerd. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Gespecificeerde archeologische verwachting In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden. De kans op het voorkomen van de resten is laag voor de perioden Paleolithicum en Mesolithicum, mid-delhoog voor de perioden Neolithicum tot en met de Romeinse tijd en hoog voor de perioden Middel-eeuwen-Nieuwe tijd. Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat alle borin-gen een verstoorde bodemopbouw vertonen. Vanaf het maaiveld zit onder de bouwvoor een ver-rommelde laag tot minimaal 90 cm onder maaiveld (boring 3) tot 155 cm onder maaiveld (boring 5) de resterende boringen liggen qua verstoringsdiepte hier tussen in. Onder het verstoorde pakket ligt ge-lijk de C-horizont, een intacte B-horizont is nergens aangetroffen. Opvallend is boring 1, gezet in de tuin, hier lag onder de bouwvoor een verrommelt pakket van 60 cm met daaronder een 20 cm dikke tweede bouwvoor. Aangezien dit deel van het terrein niet hoger ligt dan de directe omgeving (in en buiten het plangebied) is het vermoeden dat hier eerst is afgegraven en daarna grond is terug gestort, dit kan ook voor de rest van het plangebied zijn opgaan. Conclusie Op basis van de waargenomen bodemverstoringen kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2015-10-02
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务