(27008.001) Eindrapportage archeologisch vooronderzoek De Bongerd (ong.) deelgebied Wingerd in Doetinchem
收藏DataCite Commons2025-01-23 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/H8P2SL
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge (met name voor het zuidelijke deel van het plangebied) tot middelhoge (met name voor het noordelijke deel van het plangebied) verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden Laat Paleolithicum t/m Middeleeuwen. Deze verwachting is vooral gebaseerd op de veronderstelde ligging van het plangebied op een met rivierduinzand bedekte hoge rivierterrasrest (Laagterras), waarbij in noordelijke richting een overgang plaatsvindt naar een ligging binnen een lager gelegen en met overstromingsklei bedekte rivierterrasrest (Terras X). Een verhoogde trefkans voor watergerelateerde resten geldt voor de uiterste noordhoek van het plangebied, op basis van de verwachte ligging binnen een niet dalvormige laagte/relatief ondiepe restgeul. De hoge, met mogelijk rivierduinzand bedekte rivierterrasresten vormde zowel voor jagers-verzamelaars als voor landbouwers geschikte locaties voor het ontplooien van (tijdelijke) bewoningsactiviteiten. Rivierduin-gronden vormden ook de meest geschikte landbouwgronden. De lager gelegen terrasresten zullen waarschijnlijk wel regelmatig te kampen hebben gehad met natte/drassige condities en waren daardoor minder geschikt voor (tijdelijke) bewoning. Wel vormde het een gebied met meer natuurlijke voedselbronnen/natuurlijke bron van water, waar kon worden gevist/gejaagd op wild en geschikt zal zijn geweest als graasgebieden voor vee. Binnen/langs de randen van restgeulen, als overgangszone van hoog naar laag en van droog naar nat met bijbehorende biodiversiteit, is wel sprake is van een verhoogde trefkans voor resten die in verband staan met water-/rivierdalgebonden activiteiten. Reeds uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied hebben echter tot op heden niet geresulteerd in het aantreffen van archeologische vindplaatsen. Booronderzoek uitgevoerd ter plaatse van het nabijgelegen parkeerterrein van het winkelcentrum De Bongerd, heeft geresulteerd in aantreffen van een verstoord bodemprofiel tot in de vlechtende rivierterrasafzettingen (vorming van een zanderijgrond/gebroken grond). Voor de periode Nieuwe tijd de verwachting laag. Gedetailleerd historisch kaartmateriaal geeft aan dan aan het begin van de 19e eeuw het plangebied buiten de begrenzing van historische (boeren)erven lag. Wel heeft vrijwel direct ten westen van de noordelijke helft van het plangebied een boerenerf gelegen, echter hier is sprake van een bestaande wadi en hebben dus al ontgravingen plaatsgevonden. Verder zijn er geen aanwijzingen dat binnen de begrenzing van het plangebied structuren uit de Tweede Wereldoorlog hebben gelegen (denk aan loopgraven, schuttersputjes, mitrailleursnesten), maar hebben wel in de omgeving van het plangebied gelegen (aangelegd door de Duitse bezetter). Het plangebied heeft dan ook een verhoogde trefkans op de aanwezigheid van achtergelaten losse resten/gebruiksvoorwerpen van militaria. Het plangebied maakt deel uit van een omgeving waar veel naoorlogse bouw- en inrichtingswerkzaamheden hebben plaatsgevonden, waarvan de verwachting is dat deze gepaard zijn gegaan met veel bodemverstorende ingrepen/vergravingen. Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) bevestigen de verwachting dat er al diepgaande, moderne bodemverstorende ingrepen/vergraving hebben plaatsgevonden en dit geldt voor het gehele plangebied. Bij de meeste boringen betreft het meer dan de bovenste meter van de bodemopbouw en vooral een dik verstoord pakket grond is vooral aangetroffen ter plaatse van de groenstrook in het zuidelijke deel van het plangebied. Onder het verstoringsniveau is binnen het merendeel van het noordelijke deel van het plangebied een resterend pakket Vroeg Holocene overstromingsklei op vlechtende rivierterrasafzettingen van het lager gelegen Jonge Dryas terras aangetroffen. In het meest zuidelijke deel van het noordelijke deel van het plangebied en verder in het zuidelijke deel van het plangebied gaat het om een resterend deel van een pakket rivierduinzand op vlechtende rivierterrasafzettingen van het hoger gelegen Laatpleniglaciale terras. In géén van de boringen is een archeologisch relevante laag waargenomen en tevens zijn er ook géén archeologisch relevante indicatoren aangetroffen in het opgeboorde materiaal. Conclusie Geconcludeerd wordt dat op basis van de resultaten van het booronderzoek, waarbij restanten van het te verwachten oorspronkelijke/van nature gevormde bodemprofiel ontbreken en geen mogelijk oudere bodems (paleo-bodems) zijn waargenomen, er geen aanleiding meer is om nog intacte/in situ gelegen restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen herinrichting met hierbij gepaard gaande bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij een hoge tot middelhoge verwachting gold voor de perioden Laat Paleolithicum t/m Middeleeuwen, kan dan ook worden bijgesteld naar een lage verwachting. Ook de trefkans van nog in situ aanwezige resten van zogenaamde water-/rivierdalgebonden activiteiten in het noordelijke deel van het plangebied wordt klein geacht. Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Er is sprake van een duidelijk verstoorde bodemopbouw binnen het gehele plangebied en het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau is merendeels, zo niet geheel verstoord/aangetast, zeker in het zuidelijke deel van het plangebied. Dit advies is voorgelegd aan het bevoegd gezag in kwestie, Burgemeester en Wethouders van de gemeente Berkelland, en door middel van een selectiebesluit als zodanig bekrachtigd (beoordeling archeologisch rapport door de heer M. Hattinga Verschure & mevrouw I. Lugtenberg, d.d. 14 januari 2025, zaaknummer 2024EA1868). Met bovenstaand advies is ingestemd. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Het is verder raadzaam om ook de gemeente Doetinchem op de hoogte te stellen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-01-20



