five

Transect-rapport 2744: Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Sint Willebrod, Hazelaarstraat (ong.), Gemeente Rucphen (NB).

收藏
DANS Data Station Archaeology2020-11-03 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z8M-MX6R
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In mei en september 2020 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in plangebied aan de Hazelaarstraat (ong.) te Sint Willebrord (gemeente Rucphen). Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken is het specificeren van de archeologische verwachting van het plangebied en het toetsen en aanvullen van deze verwachting door middel van waarnemingen in het veld.</p><p>Op basis van het onderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: • Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied in een gebied waar dekzand op terrasafzettingen verwacht wordt. In de terrasafzettingen zouden in theorie vondsten uit het Midden-Paleolithicum aanwezig kunnen zijn, maar deze zijn vooralsnog in de omgeving van het plangebied niet aangetroffen. Voor deze periode geldt dus een onbekende archeologische verwachting. Verder ligt het plangebied op een gradiëntzone van een vlakte naar een beekdal. Vanwege deze gradiënt is het plangebied in het Laat-Paleolithicum-Neolithicum een aantrekkelijke plaats voor jagers en verzamelaars geweest. Voor de top van het dekzand geldt dus een hoge archeologische verwachting op archeologische resten en/of sporen uit de periode Laat-Paleolithicum-Neolithicum. In de wijde omgeving van het plangebied zijn vondsten van kampementen aangetroffen in soortgelijke gradiëntzones. • Na of tijdens het Neolithicum is het plangebied met veen overdekt geraakt. Hierdoor werd het plangebied te nat en drassig voor bewoning. Vanaf de Late-Middeleeuwen werd het veen afgegraven, waardoor eventuele archeologische resten uit de periode Bronstijd-Vroege-Middeleeuwen zijn verdwenen. Voor de periode Bronstijd-Vroege-Middeleeuwen geldt in principe dan ook een lage archeologische verwachting. Een mogelijke uitzondering hierop vormen eventuele resten uit de Romeinse Tijd. Ongeveer 1 km ten westen van het plangebied zijn in de gradiëntzone resten uit de Romeinse Tijd aangetroffen, die laten zien dat de veenbedekking plaatselijk ook later op gang kan zijn gekomen. Archeologische resten uit de Romeinse Tijd zijn dus nog niet helemaal uit te sluiten voor het plangebied. Theoretisch zouden in dit geval ook resten uit de Brons- en IJzertijd kunnen voorkomen. • Op historisch kaartmateriaal vanaf de 18e eeuw ontbreken aanwijzingen voor bebouwing in het plangebied. De kans op sporen van bewoning uit de periode Late-Middeleeuwen-Nieuwe Tijd is daarom laag. • In welke mate nog archeologische resten en/of sporen aanwezig kunnen zijn is mede afhankelijk van de mate van intactheid van de bodem. Bij de vervening/ontginning van het plangebied kan de oorspronkelijke en archeologisch relevante bodem in de top van het zand vergraven zijn geraakt. Ook kunnen vondsten zijn verploegd door het gebruik als akker. Verder is het plangebied mogelijk ontgrond (30-110 cm -Mv). Op basis van het milieukundig onderzoek is echter vastgesteld dat zich op de nieuwbouwlocaties nog mogelijke restanten bevinden van een eerddek. Deze komen voor vanaf maaiveld of 30 cm -Mv tot een diepte van minimaal 50 cm -Mv. Met een ondiepe ontgronding en de aanwezigheid van laarpodzolgronden zouden archeologische resten en/of sporen nog steeds aanwezig kunnen zijn. • Op basis van het veldonderzoek is vastgesteld dat het plangebied vermoedelijk in een beekdal heeft gelegen, dat later is opgehoogd met een 95-165 cm dik ophoogpakket. De verwachting is zodoende op basis van het veldonderzoek naar laag bij te stellen. Vanwege de natte omstandigheden in een beekdal zijn in principe geen nederzettingsresten te verwachten. Ook is de oorspronkelijke humeuze bovengrond van het beekdal door de ophoging verdrukt, hetgeen valt af te leiden uit de zandbrokken in de begraven natuurlijke humeuze bovengrond. Eventuele resten in deze laag (zoals water-gerelateerde resten) zullen hiermee ook verdrukt of vervormd zijn geraakt. Deze bevindt zich op een diepte van 95-165 cm -Mv, op 5,6 tot 6,4 m NAP.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2020-10-20
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务