five

Archeologisch onderzoek kabelverbinding GT150-GT380 Geertruidenberg, gemeente Geertruidenberg

收藏
DataCite Commons2024-07-09 更新2024-07-13 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/0ML31X
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van TenneT B.V. heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd voor de aanleg van twee nieuwe 150 kV-kabel-verbindingen tussen hoogspanningsstations GT150 en GT380 te Geertruidenberg, gemeente Geertruidenberg. Het huidige onderzoek betreft enkel de aanleg van de kabelverbinding tussen de twee hoogspanningsstations. Het plangebied ligt op de rand van de Archeoregio Zeeuws kleigebied met het Brabants zandgebied. De stad Geertruidenberg ligt op een uitloper van een dekzandrug die zich verder uitstrekt naar het westen. Het dekzandgebied is gedurende de laatste ijstijd gevormd, met name tijdens het Weichselien (70.000-10.000 v. Chr.). Boringen uit het Dinoloket laten zien dat er naast dekzand ook pakketten klei, leem en veen in het plangebied voorkomen (B44D0970).3 Er zijn aanwijzingen dat het zuidoostelijke deel van het plangebied lager gelegen was en dat hier veenvorming heeft plaatsgevonden. Dit veenpakket behoort tot de Formatie van Nieuwkoop. Uit historische bronnen blijkt dat vooral het oostelijke deel van het plangebied moerassig was en mogelijks deels als inundatiegebied werd gebruikt. Bovenop het veen zijn kleilagen te zien te mogelijk te maken hebben met de Sint Elisabethsvloeden van 1421 en 1424 ,toen de Grote of Zuid-Hollandse Waard onder water kwam te staan, en/of met latere stormvloeden en inundaties. Dit laagpakket staat bekend als het Laagpakket van Walcheren. Er is binnen het plangebied een archeologische verwachting op archeologische waarden uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Gezien de vernatting van het landschap is het mogelijk dat de lagere delen van het plangebied vanaf het Neolithicum al minder aantrekkelijk werd voor bewoning. De trefkans op het aantreffen van archeologische resten vanaf het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen is dan ook lager voor het zuidwestelijke deel van het plangebied. Archeologische resten vanaf het Laat-Paleolithicum zouden kunnen worden aangetroffen in de top van het dekzand, maar aangezien er sprake is van veel verspoeld dekzand in de nabije omgeving van de dekzandrug, worden intacte sporen en structuren uit de vroegste periodes hier niet meer verwacht. Voor een deel van het plangebied geldt op basis van eerder archeologisch onderzoek een hoge verwachting op archeologische resten uit de Late Middeleeuwen. De reeds aangetroffen structuren bestaan uit een omgrachte hofstede en andere fundamenten, terwijl uit historische bronnen bekend is dat hier een kapel heeft gestaan en mogelijk een klooster of pesthuis heeft gelegen. De omgrachte hofstede werd afgedekt door een kleipakket dat samenhangt met de Sint-Elisabethsvloeden van de vroege 15e eeuw, en de nederzetting lijkt destijds te zijn verlaten. De oude Stadsweg ter hoogte van de huidige Peuzelaar is ten minste 450 jaar oud en gaat mogelijk deels terug op de dijk langs de Grote of Zuid- Hollandse Waard vóór de grote overstromingen van de 15e eeuw. Ook voor archeologische resten uit de Nieuwe Tijd geldt een hoge archeologische verwachting voor een deel van het plangebied. Deze verwachting hangt voor het zuidelijke deel samen met de Koeschans (voorheen Steelvliet/Steelhoven) waar zowel in 1593 als in 1793 om gestreden is. In het noorden kunnen mogelijk resten worden aangetroffen van de verschansingen van Prins Maurits uit 1593, die zich ten westen van de splitsing van de oude Stadsweg en oude Standhazerdijk hebben bevonden. Daarnaast kunnen hier resten worden verwacht die samenhangen met oorlogshandelingen rond de voormalige Middelschans. Deze archeologische resten kunnen worden aangetroffen in de top van het kleipakket behorende tot het Laagpakket van Walcheren. Het veldwerk voor het inventariserende veldonderzoek is verricht op 6 november 2023. Hierbij zijn 10 handmatige grondboringen verricht met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een guts van 3 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot 0,3 m in de C-horizont en/of tot een maximale diepte van 2 m beneden maaiveld. De boringen zijn gezet om de 50 meter in een lijnsegment. Het plangebied ligt in een overstromingsgebied dat mogelijk verband houdt met de Sint-Elisabethsvloeden uit het begin van de 15de eeuw. Deze heeft zich afgezet bovenop op het amorfe veenpakket dat zich hieronder bevindt. Mogelijk zijn er ook delen van het veen weggeslagen aangezien in een aantal gevallen er een vrij scherpe overgang naar het veen is geobserveerd. Onder het veen bevindt zich dekzand met een intacte podzolbodem, met uitzondering van de locaties ter hoogte van boringen 2 en 9. Er lijkt sprake van een dekzandopduiking. In het zuidoosten van het plangebied bevindt zich dekzand op 170 cm onder maaiveld en in het noordwesten van het plangebied bevindt het dekzand zich vrijwel aan het maaiveld. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt voor het plangebied vervolgonderzoek aanbevolen. Geadviseerd wordt om een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek uit te voeren in het plangebied. Hierbij dienen de boringen in een lijnsegment en om de 10 meter te worden gezet.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2024-07-08
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务