Eindrapportage archeologisch onderzoek (2923.001) Hoek Asselsestraat en Prinses Beatrixstraat te Apeldoorn
收藏DANS Data Station Archaeology2019-09-03 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZE7-G7H4
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Gespecificeerde archeologische verwachting<br>Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit alle archeologische perioden vanaf het (Laat-)Paleolithicum. Het plangebied ligt namelijk op een relatief hooggelegen en van west naar oost (flauw) hellende daluitspoelingswaaier die zowel voor Jagers-Verzamelaars (Laat-Paleolithicum en Mesolithicum) als voor Landbouwers een gunstige ligging hadden als (tijdelijke) nederzettingslocatie. Daarbij is er binnen het plangebied een dik plaggendek opgebracht vanaf in ieder geval de tweede helft van de 18e eeuw en waarschijnlijk al eerder. Het plangebied heeft namelijk deel uitgemaakt van de Apeldoornsche Enk, een essencomplex dat direct ten westen van de historische kern van Apeldoorn heeft gelegen. Binnen het gebied van de Apeldoornse Enk zijn al reeds een aantal archeologische onderzoeken uitgevoerd, waarbij archeologische resten zijn aangetroffen. Zo zijn ter plaatse van de locatie Herderweg-Ooiweg, op een afstand van circa 150 meter ten noordwesten van het plangebied, restanten van een nederzetting uit de Romeinse tijd (inheems Romeins) aangetroffen. </p><p>Resultaten inventariserend veldonderzoek<br>Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek blijkt dat er binnen het plangebied sprake is van een merendeels intacte bodemopbouw. Deze bestaat onder de aanwezige klinker-/tegelverhardingen en de laag cunet-/stabilisatiezand uit een minimaal 50 cm dik donkergrijsbruin gekleurd plaggendek, een donkerbruin tot grijsbruin gekleurde oude akkerlaag, en vervolgens hieronder het resterende deel van de van oorsprong gevormde holtpodzolgrond (bruine bosgrond). Deze bestaat uit een opeenvolging van een restant van de verbruinings-Bws2-horizont tussen gemiddeld 110 en 130 cm -mv, een overgangs-BC-horizont tussen gemiddeld 130 en 160 cm -mv en hieronder de C-horizont. Het archeologische vondst- en sporenniveau zal nog intact aanwezig zijn.</p><p>Het opgeboorde sediment bestaat voornamelijk uit slecht gesorteerd, zwak tot matig grindig, zwak tot matig siltig, matig grof tot zeer grof zand en betreffen daluitspoelingswaaierafzettingen (sneeuwsmeltwaterafzettingen). Binnen het plangebied is (goed gesorteerd) dekzand, als afdekkende laag boven de daluitspoelingswaaierafzettingen, niet waargenomen.</p><p>Conclusie<br>Geconcludeerd wordt dat, vanwege de merendeels intacte oorspronkelijke bodemopbouw (geen diepgaande recente bodemverstorende ingrepen waargenomen), het plangebied zijn hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten vanaf het begin van het Laat-Paleolithicum behoudt. </p><p>Advies<br>Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek, waaruit blijkt dat het plangebied wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om binnen het plangebied een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Behoud van de archeologische vindplaats(en) zal niet mogelijk zijn bij een niet aangepaste uitvoering van de huidige plannen (graafwerkzaamheden tot in/op het gele zand (top van de C-horizont), ten behoeve van de aanleg van de fundering en nutsvoorzieningen. Geadviseerd wordt het vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Dit proefsleuvenonderzoek dient uitgevoerd te worden na sloop van de bovengrondse delen van de bestaande bebouwing.</p><p>Voor het proefsleuvenonderzoek (IVO-P) dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, waarin beschreven staat op welke wijze het onderzoek uitgevoerd dient te worden. Dit PvE dient te worden beoordeeld door het bevoegd gezag (gemeente Apeldoorn).</p><p>Behoud in situ van het archeologisch vondst- en sporenniveau is alleen maar mogelijk als bodemingrepen niet dieper gaan dan circa 70 cm minus huidig maaiveld (circa 20 m +NAP). Er dient een dikte van circa 30 cm van het plaggendek behouden te blijven als bufferzone en conserveringslaag van het onderliggende archeologisch niveau, in de top van de sneeuwsmeltwaterafzettingen (hellingsafspoelingen). Door de initiatiefnemer dient bepaald te worden of het bouwtechnisch haalbaar is om het plangebied op te hogen of dat de nieuwbouw gefundeerd kan worden tot een diepte minder dan 70 cm minus huidig maaiveld (circa 20 m +NAP). Dit geldt dan ook voor de aanleg van kabels en leidingen. Indien dit niet mogelijk is dan is vervolgonderzoek (gravend onderzoek) toch noodzakelijk.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2019-08-13



