five

Archeologisch vooronderzoek in het kader van de herontwikkeling van de Zegwaartseweg 150 te Zoetermeer, gemeente Zoetermeer

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/GMXK9B
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van A. Snoep heeft Vestigia Archeologie Cultuurhistorie een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in het kader van de herbouw van een woning aan de Zegwaartseweg 150 te Zoetermeer, gemeente Zoetermeer. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 750 m2. De huidige bebouwing (‘het zomerhuis’) verkeert bouwkundig in zeer slechte staat. De initiatiefnemer is voornemens het zomerhuis opnieuw op te bouwen in zijn oorspronkelijke afmeting (lengte) met behoud van de karakteristieke voorgevel. Daarnaast wil men de woning uitbreiden met een woonhuis (‘boerderij’) aan de achterzijde. Hierbij is de opzet om de beleving uit de 19e eeuw (ca. 1860-1890) te doen herleven. Binnen het plangebied is sprake van een middelhoge tot hoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de Nieuwe tijd. Deze resten hangen vooral samen met het gebruik van het plangebied als erf en tuin van de boerderij Wallenstein. Op basis van de historische kaarten en de beschikbare gegevens over het Zomerhuis kunnen binnen het plangebied nog resten van bewoning en gebruik aangetroffen worden daterend vanaf in ieder geval het begin van de 19e eeuw. Het is niet geheel duidelijk wanneer het Zomerhuis gebouwd is. In de geschreven bronnen wordt het Zomerhuis voor het eerst genoemd in 1886, maar er is al bebouwing zichtbaar op het Kadastrale Minuutplan 1811-1832. Het is mogelijk dat de bebouwing op het Minuutplan een voorganger betreft of dat het Zomerhuis al van eerder dateert. Het gebied is tot aan de ontginningen in de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd vermoedelijk te nat voor bewoning. Voor de periode vanaf de prehistorie tot en met de Vroege Middeleeuwen geldt een lage archeologische verwachting. Op basis van de datering van de Zegwaartseweg en vondstmateriaal ten zuiden van het plangebied kunnen resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 11e eeuw) niet geheel uitgesloten worden. Deze resten kunnen voorkomen direct onder maaiveld of onder een recent bewerkt pakket. Advies Binnen het plangebied wordt nieuwbouw ( een ‘boerderij’) voorzien achter het Zomerhuis. Het Zomerhuis wordt hersteld naar de oorspronkelijke afmetingen, door de sloop van de aanbouw uit 1960. Het Zomerhuis wordt onderdeel van de nieuwbouw. De sloop, fundering en heipalen van de nieuwbouw kunnen mogelijk een verstoring opleveren van eventueel aanwezige archeologische resten. De aanleg van de fundering vindt grotendeels plaats op het maaiveld, ca. 3,14 m -NAP. Voor de helft van de fundering wordt een afgraving voorzien van ca. 25 cm -mv om aan te sluiten op de hoogte van het maaiveld. Het betreft een maximale afgraving op een oppervlakte van ca. 40 m2. De verstoring blijft binnen de vrijstellingsgrenzen (max. 50 m2 en ca. 30 cm). De sloop van de aanbouw bedraagt ca. 14 m2 en zal maximaal 50 cm verstoren. Vestigia adviseert daarom als volgt: voor wat betreft de fundering behoeft in dit stadium geen vervolgonderzoek uitgevoerd te worden daar de ingrepen binnen de vrijstellingsgrenzen van het bestemmingsplan en de beleidskaart plaatsvinden. Daarnaast worden de 11e- 17e eeuwse resten dieper dan 30 cm onder het maaiveld verwacht en zullen deze door de ingrepen vermoedelijk niet geroerd worden. Indien het ontwerp afwijkt van de in dit rapport beschreven ingrepen, dienen deze alsnog te worden getoetst aan het bestemmingsplan en de archeologische verwachting. De heipalen overschrijden wel de vrijstellingsgrenzen. Het palenplan voorziet een verstoring van 7,0 % van het bouwoppervlak en overschrijdt daarmee de richtlijnen voor archeologie vriendelijk bouwen. Het geschetste palenplan lijkt wel aan de voorwaarde voor minimaal 4 meter tussen de palen te voldoen. Vestigia adviseert om het definitieve palenplan voorafgaand te laten toetsen door het bevoegd gezag. Het concept palenplan overschrijdt de doorgaans toegestane verstoring van 2%, maar omdat er nog genoeg ruimte zit tussen de palen en het een beperkt oppervlak betreft (ca. 80 m2), wordt op basis van het concept palenplan geen vervolg geadviseerd. Mocht niet voldaan kunnen worden aan bovenstaande randvoorwaarden, dan dient er vervolgonderzoek plaats te vinden, allereerst in de vorm van een verkennend booronderzoek. In de toelichting bij de beleidskaart staat voor de Zegwaartseweg dat erven die pas in de 18e of 19e eeuw zijn ontstaan, niet behoudenswaardig worden geacht. Verder staat onder het kopje ‘Vervolgonderzoek’: “De belangrijkste indicatie voor de mogelijke aanwezigheid van erven uit de periode van de 11e tot en met de 17e eeuw is de aanwezigheid van veen of venige ophoogpakketten in de bodem. Als er geen veen of venige ophoogpakketten aanwezig zijn, zijn er geen archeologische resten meer te verwachten. Dit kan zeer goed worden vastgesteld door middel van een booronderzoek. Bij dit onderzoek is het van belang dat de grondboringen altijd tot in de natuurlijke klei (Laagpakket van Wormer) worden gezet. Door de sterk wisselende hoogteligging van Zoetermeer zullen de boringen tot een diepte van 2 tot 5 m moeten worden gezet. De aan- of afwezigheid van archeologische ‘indicatoren’ in boringen is van minder belang omdat de kans op het aantreffen ervan in een beperkt aantal boringen klein is. Als bij het booronderzoek veen of venige ophoogpakketten worden aangetroffen dient een proefsleuvenonderzoek te worden uitgevoerd om vast te stellen of er werkelijk archeologische sporen aanwezig zijn en of deze behoudenswaardig zijn. Op basis van dit proefsleuvenonderzoek kan worden bepaald welke vervolgstappen gezet moeten worden in het kader van de archeologische monumentenzorg.” Het bovenstaande advies voor vervolgonderzoek geldt ook voor de delen van het plangebied, waar op dit moment geen ingrepen gepland zijn. Voor deze delen blijft de huidige dubbelbestemming gehandhaafd. Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Zoetermeer, om een besluit te nemen ten aanzien van het beëindigen of verder laten verlopen van het onderzoeksproces. Dit besluit kan afwijken van het bovenstaande advies. Ook wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het onderzochte gebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Zoetermeer, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Naschrift Na het verwerken van eerdere opmerkingen, voornamelijk over de werkzaamheden, heeft het bevoegd gezag, gemeente Zoetermeer, op 25 april 2023 te kennen gegeven akkoord te gaan met de conclusie en advies zoals geformuleerd in dit rapport. Het definitieve palenplan dient nog voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag. Dit wordt als voorwaarde opgenomen in de vergunning.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务