five

Archeologisch vooronderzoek plangebied Buitenplaats Ruimzicht te Doetinchem, gemeente Doetinchem

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/UXAZ8G
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (verkennende/ karterende fase) uitgevoerd voor een plangebied bij Villa Ruimzicht te Doetinchem, gemeente Doetinchem (afbeelding 1, kaart 1). Het plangebied is gelegen in het noordelijke deel van Doetinchem, ten noorden van de J.F. Kennedylaan. Aan de oostzijde is de Haareweg en ten westen is Villa Ruimzicht gelegen. Momenteel is het plangebied onbebouwd en in gebruik als tuin of park. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 1,7 ha. Het beoogd gebruik in de toekomst is stadslandbouw met een bedrijfswoning/opslagruimte, een horecapaviljoen, en 6 gebouwen voor eco-lodges (afbeelding 2 en 3). Voorafgaand aan de ingrepen dient in kaart te worden gebracht of bij de voorgenomen ontwikkeling archeologische waarden in het geding kunnen raken. Gezien de aard van de ingrepen zullen deze mogelijk tot in het relevante archeologische niveau reiken. Momenteel is het echter nog onduidelijk wat de exacte aard, oppervlakte en diepte wordt van de geplande verstoringen; mogelijk kunnen de ingrepen worden aangepast aan de hand van het onderhavige archeologisch onderzoek. Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek had het plangebied een hoge archeologische verwachting voor resten vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Er werd binnen het plangebied een esdek verwacht, met een dikte tot mogelijk 125 cm. Eventuele archeologische resten zullen hieronder goed zijn geconserveerd. Op basis van het beschikbare historisch kaartmateriaal zijn er geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van historische bebouwing binnen het plangebied, met uitzondering van enkele gebouwen die in de jaren 70 van de vorige eeuw in de zuidwestzijde van het plangebied zijn gebouwd, en die aan het eind van de 20e en begin van de 21e eeuw zijn gesloopt. Op basis van het specifiek voor het plangebied uitgevoerde explosievenonderzoek worden binnen het plangebied geen archeologische resten meer verwacht uit de Tweede Wereldoorlog, zoals de resten van een loopgraaf waar bij aanvang van het onderzoek rekening mee werd gehouden. Om het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen is op 21 maart 2022 een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende/karterende boringen uitgevoerd. Binnen het plangebied zijn fluvioperiglaciale afzettingen afgezet in de laatste ijstijd. In de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd heeft zich hierop een esdek ontwikkeld. In de recente tijd hebben grootschalige verstoringen plaatsgevonden, maar de aanwezigheid van een esdek heeft ervoor gezorgd dat niet alle archeologische niveaus verstoord zijn geraakt, zoals blijkt uit het feit dat de inspoelingshorizont/B-horizont nog in 6 boringen is aangetroffen. Advies. Op basis van de aangetroffen bodemopbouw binnen het plangebied kan worden gesteld dat er mogelijk nog archeologische waarden in de ondergrond aanwezig kunnen zijn. De dubbelbestemming archeologie blijft dan ook in stand. In 6 van de 17 boringen is sprake van een (deels) intact bodemprofiel. Dit (deels) intacte bodemprofiel bevindt zich plaatselijk onder een verstoord profiel tot in de C-horizont, en plaatselijk is de onderzijde van het esdek met de overgang naar de natuurlijke ondergrond nog steeds intact. Het potentieel archeologisch niveau bevindt zich plaatselijk zodanig diep dat dit mogelijk voor de initiatiefnemer de ruimte biedt om de geplande verstoringen buiten het bereik van het potentieel archeologisch niveau te houden. Op Kaart 6 staat per boorpunt weergegeven vanaf welke diepte de onverstoorde B- of de C-horizont kan worden aangetroffen. Deze informatie kan worden gebruikt bij het formuleren van het definitief ontwerp; bijvoorbeeld door de diepte van de verstoringen aan te passen en/of plaatselijk de bodem op te hogen zodat er een buffer blijft van 25 cm boven de natuurlijke ondergrond. Op sommige locaties ligt de natuurlijke ondergrond op 150 cm -mv of dieper, maar op andere locaties ligt deze bijvoorbeeld al op 40-60 cm -mv waardoor het ontwerp mogelijk zal moeten worden aangepast. De archeologische monumentenzorg gaat uit van het principe dat archeologische waarden zoveel mogelijk moeten worden ontzien, c.q. onverstoord ‘in situ’ in de bodem moeten blijven. Bij het ontwerp dient daar rekening mee gehouden te worden, bijvoorbeeld aan de hand van de handreiking voor archeologievriendelijk bouwen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Indien het niet mogelijk is om eventuele archeologische waarden onverstoord in de bodem te laten (met inachtneming van een veiligheidsbuffer van 25 centimeter boven de natuurlijke ondergrond) dient vervolgonderzoek uitgevoerd te worden. Indien vervolgonderzoek noodzakelijk wordt geacht, is een (aanvullend) karterend en waarderend onderzoek door middel van proefsleuven de meest geschikte opsporingsmethode. Stadslandbouw kan in principe doorgang vinden, mits deze niet gepaard gaat met diepere bodembewerking dan 25 cm boven de op aangegeven op Kaart 6 niveaus. Gezien de ligging van de natuurlijke ondergrond vormt alleen het middengedeelte van het terrein een potentieel risico omdat daar het esdek/verstoorde laag het dunste is. Hier zou men dus ophoging kunnen overwegen. De ecowoningen en andere bebouwing komen in de randzone aan de west- en noordzijde. Daar is het esdek/verstoorde laag relatief dik en zou, mits de fundering met een buffer van 25 cm boven de natuurlijke ondergrond blijft, er gebouwd kunnen worden. Rondom boring 7 en 8 is het esdek/verstoorde laag wel weer vrij dun. Op basis van dit onderzoek worden geen loopgraven meer verwacht; mocht het bevoegd gezag echter toch uitsluitsel willen bij ingrepen binnen de zone die als zodanig is aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart, dan is ook hier een proefsleuvenonderzoek de aangewezen methode. Voorafgaand aan de uitvoering van een proefsleuvenonderzoek dient altijd eerst (verplicht) een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, dat de goedkeuring behoeft van de gemeente als bevoegd gezag. Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Doetinchem, om op basis van dit rapport en het hierin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek of het beëindigen van het archeologisch onderzoeksproces. Ook wanneer het plangebied op enig moment op basis van de resultaten van archeologisch onderzoek wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Doetinchem, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务