W.J. Bitterstraat (naast) 26 en Amsterdamseweg 35, Ede (gemeente Ede)
收藏DANS Data Station Archaeology2017-09-06 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XP9-N5VU
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft in april 2017 een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor de locatie W.J. Bitterstraat (naast) 26 en Amsterdamseweg 35 in Ede, gemeente Ede. De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan ten behoeve van de uitbreiding van het perceel en de verschuiving van de (nog niet bebouwde) bouwvlakken ten zuidoosten hiervan. De exacte invulling van de woningbouwplannen en daarmee ook de omvang en de diepte van de grondroerende werkzaamheden zijn nog niet bekend. De hoge verwachting op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Ede is overgenomen voor het onderhavige plangebied. Het plangebied ligt op een gordeldekzandglooiing aan de voet van de stuwwal van Ede. In de nabije omgeving zijn vondsten gedaan daterend uit het Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Eventueel aanwezige archeologische resten kunnen goed zijn geconserveerd door afdekking met een oud bouwlanddek. Op basis van de landschappelijke ligging en vindplaatsen in de omgeving kunnen in de ondergrond archeologische resten vanaf het Laat-Paleolithicum verwacht worden. Eventuele bewoningssporen zullen bestaan uit vuursteenen/ of aardewerkstrooiingen. De aanwezigheid van begravingen zal door hun geringe omvang echter moeilijker aan te tonen zijn. Op basis van oude kaarten is het plangebied vermoedelijk lange tijd in gebruik is geweest als akkerland, tot het begin van de vorige eeuw. In het noordoostelijke deel van het plangebied kan sprake zijn van een opgehoogd erf en hieraan gerelateerde bewoningssporen uit met name de Late Middeleeuwen en later. In 1921 zijn in het oostelijke deel van het plangebied een woonhuis en enkele schuren en stallen gebouwd. Door de aanleg van funderingen, kelders, een mestput en ondergrondse infrastructuur kan de bodem plaatselijk verstoord zijn. Teneinde de archeologische verwachting te toetsen en waar nodig aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Uit het booronderzoek komt naar voren dat de natuurlijke ondergrond van het plangebied uit matig fijn dekzand (Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel) bestaat. In de top van het dekzand is een restant van een podzolbodem aangetroffen. Deze wordt afgedekt door een 50 tot 70 cm dikke humeuze bovengrond, een oud bouwlanddek. De top van het dekzand wordt beschouwd als een potentieel archeologisch niveau. In het bovenliggende humeuze dek kunnen ook archeologische resten voorkomen die evenwel niet meer in-situ zullen liggen. Indien de bodemingrepen minstens 50 cm diep reiken, dan kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord of vernietigd. Om deze reden wordt geadviseerd om nader onderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Dit onderzoek heeft als doel de aan- of afwezigheid van een vindplaats vast te stellen en, indien aanwezig, te waarderen. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2017-08-15



